OLYMPISCH ZWEET

Het lijkt het makkelijkste onderdeel van zijn training. Patrick van Kalken, olympisch judoka in de klasse tot 66 kilo, doet veelvuldig aan visualiseren. Dan ligt hij met zijn ogen dicht op bed en ziet zichzelf judoën. Hoewel het op verantwoord luieren lijkt, moet die manier van trainen niet worden onderschat. Want daar zo liggend verzint de judoka aanvalscombinaties om later zijn tegenstanders mee te kunnen verschalken. Zo'n nieuwe techniek komt dan in zijn schriftje te staan. Daarin gaat hij voor een wedstrijd op zoek naar de meest geschikte tactiek.

Van Kalken is een apart mens. Van het traditionele judoën, de schouder- en heupworpen, is hij niet zo'n liefhebber. De trainer zegt de bewegingen van Van Kalken vaak ook niet te begrijpen, maar hij laat de judoka zijn gang gaan, want hij is succesvol. Zonder enige voorbereiding – hij was langdurig geblesseerd – stelde de kleine man uit Den Helder in mei bij het Europees kampioenschap in Polen zijn startbewijs voor de Olympische Spelen verrassend veilig.

Als Van Kalken zo'n nieuwe aanvalscombinatie heeft verzonnen, gaan er meestal nog maanden overheen, voordat hij ze aan de wereld toont. Hij probeert het uit op de training. En nog eens. En nog eens. Daarna weet hij pas of het geschikt is om ook in de wedstrijd uit te voeren.

Dit is de tiende en laatste aflevering van een serie over Nederlandse sporters op weg naar de Spelen.