MEREN BEVRIEZEN LATER EN ONTDOOIEN EERDER DOOR WARMERE AARDE

Kalenderdata aangaande het dichtvriezen en ontdooien van tientallen meren en rivieren wijzen uit dat over de afgelopen 150 jaar het dichtvriezen steeds later in het najaar plaatsvond. Tegelijk was er eerder in de lente weer sprake van open water (Science, 8 september).

Een internationale onderzoeksgroep onder leiding van John Magnuson, verbonden aan de Universiteit van Wisconsin in Madison, spitte door tal van archieven die gegevens bevatten over de ijssituatie in 26 rivieren en meren in Canada, de Verenigde Staten, Finland, Zwitserland, Rusland en Japan. Aldus konden 39 tijdreeksen worden vastgesteld voor zowel bevriezen (de datum dat een water voor het eerst geheel was dichtgevroren) als ontdooien (de datum waarop het laatste ijs verdween), vastgesteld voor de jaren 1846-1995. Steeds blijken de curves een trend naar een latere bevriezingsdatum en een eerdere ontdooidatum te bezitten. In tweederde van de gevallen was deze statistisch significant. Gemiddeld vroor in 1995 het water 9,8 dagen eerder dicht dan in 1846, terwijl het ijs 8,7 dagen eerder weg was. Volgens berekeningen van de onderzoekers komt dit overeen met een temperatuurstijging van de buitenlucht van 1,8 graden Celsius.

De reden dat deze data werden vastgelegd is divers. Ze konden van belang zijn in de landbouw, of voor de handel die afhankelijk was van de veilige oversteek van bepaalde rivieren of meren. Ook nieuwsgierigheid speelde een rol, te vergelijken met het noteren van de datum van de eerste roep van de Tjif tjaf. In geval van het Zwitserse Bodenmeer was de reden van het noteren van de ijssituatie een religieuze. Het criterium voor `bevroren' was hier de mogelijkheid om over het bevroren meer (een zeldzame gebeurtenis) een Mariabeeld te transporteren, vanuit de ene kerk aan de Duitse oever naar de andere aan de Zwitserse kant. Zodra zich tijdens een volgende winter de kans voordeed, verhuisde het beeld weer terug. Vanaf de negende eeuw zijn deze data vastgelegd. Ze laten zien dat van de 12de tot de 15de eeuw het aantal winters per eeuw dat een oversteek mogelijk was toenam van 1 naar 7, om weer terug te lopen tot 1 in de 18de eeuw.

Van het Suwa-meer in Japan zijn de jaarlijkse ijsgegevens bekend vanaf 1450 en van de Tornionjoki-rivier in Finland weten we vanaf 1692 wanneer hij dichtvroor en weer open kwam te liggen. Ze laten zien dat de waargenomen tendens van latere vorst en eerdere dooi ook al vóór 1846 aanwezig was, zij het minder krachtig.

Opvallend was dat de variatie in de ijsdata de afgelopen vijftig jaar is toegenomen. De oorzaak zou volgens Magnuson et al kunnen liggen in het vaker optreden van extreme klimatologische effecten als El Niño.

Het artikel in Science maakt merkwaardig genoeg geen melding van het effect van minder ijs in rivieren als gevolg van industriële activiteit. Zo bevriezen Rijn en Waal in ons land niet langer door koelwaterlozing stroomopwaarts (zie ook het KNMI-rapport De toestand van het klimaat in Nederland 1999).