`Israeliërs kijken' in Zuid-Libanon

Het zuiden van Libanon blijft, ruim drie maanden na de terugtrekking van het Israelische leger, een kruitvat en een niemandsland. Arabische activisten komen er triomfantelijk stenen gooien naar de Israeliërs.

,,No no!'' Driftig springt een Hezbollah-aanhanger van zijn muurtje en gebaart naar de Israelische soldaten nog geen meter verderop. ,,No speak! Israel very bad.'' Een moment is het stil, een Ghanese VN-militair kucht ongemakkelijk en dan beantwoordt een van de Israeliërs alsnog de vraag of deze post populair is onder de soldaten: ,,Wat denk je zelf?''

Mocht het misgaan aan de grens tussen Israel en Libanon dan zal dat hier gebeuren, op de top van de Sjeik Abad heuvel bij het plaatsje Hula. Op een oppervlak van hooguit een kwart tennisbaan en slechts gescheiden door een kniehoog muurtje houden in de keiharde wind een handvol militairen van de VN-vredesmacht UNIFIL, vier Israelische soldaten en een paar aanhangers van de Libanese fundamentalistisch-shi'itische beweging Hezbollah elkaar strak in de gaten. Dit wordt weer gadegeslagen door een constante stroom dagjesmensen, want dat is in Libanon sinds de terugtrekking van Israel eind mei een nationale sport: Israeliërs kijken.

De Hezbollah-aanhangers zijn er om contact te voorkomen tussen Libanezen en de Israelische soldaten, die zich weer toeleggen op het fotograferen van Libanese schonen onder de toeristen. De afstand is zo klein dat men de kleur ogen van de ander kan zien.

,,Gespannen, hier?'' vraagt de Ghanese UNIFIL-militair George quasi argeloos. ,,Ik heb gediend in Bosnië, Sierra Leone, Rwanda. Daar werden op een dag soms 200 mensen afgeslacht, zonder dat we iets konden doen.'' Maar zijn de VN niet bezorgd over incidenten? Iedere gek kan ongehinderd naar Hula rijden en een granaat in die betonnen badkuip vol Israeliërs gooien. George grinnikt maar zwijgt.

Twee dagen eerder liep het bijna fout. Toen stapten de Hezbollah-aanhangers over het kniehoge muurtje om een Hebreeuwse graftekst aan de Israelische kant te verwijderen – de tombe op de heuvel wordt door zowel joden als moslims vereerd. Volgens Hezbollah ligt het graf in Libanon, volgens de Israeliërs op hun grondgebied. De controverse komt voort uit het verschil tussen de `blauwe grens', de door de VN getrokken voorlopige grens, en de internationaal erkende grens van 1923 die Libanon aanhoudt. Uiteindelijk bleef het bij een handgemeen waarbij de Israeliërs met hun geweerkolven enkele Hezbollah-aanhangers licht verwondden.

Hoe moet dit verder? ,,Ons mandaat is te controleren of de grens wordt verschoven of geschonden'', onderstreept Timor Goksel van UNIFIL. ,,Het bewaken en beveiligen van de grens is een taak van de staten zelf.'' Maar de verwachting in Beiroet is dat het zuiden nog lang instabiel blijft. De Libanese regering heeft weliswaar duizend soldaten het gebied in gestuurd, maar die houden zich verre van `spanningspunten' zoals Hula.

De regering weigert naar eigen zeggen `de politieagent voor Israel' te spelen en stelt dat er pas rust komt aan de grens als Israel een alomvattend vredesverdrag met Syrië sluit. Syrië speelt een dominante rol in Libanon en bepaalt het buitenlands beleid. De Libanese regering zou voorts bang zijn verantwoordelijk te worden gehouden voor incidenten aan de grens. ,,Nu kunnen ze nog zeggen dat Israel zich dan maar niet eenzijdig had moeten terugtrekken'', zegt een diplomaat in Beiroet. ,,Als ze de controle over het gebied weer uitoefenen, vervalt dat argument.''

De relatief vrije hand die Hezbollah nu in het gebied heeft, is bovendien een soort beloning voor de gebrachte offers en voor de terughoudende en gematigde koers die de beweging momenteel in de Libanese politiek vaart.

Die gematigde koers ten spijt blijft het zuiden van Libanon, ruim drie maanden na de bevrijding, een kruitvat en een letterlijk `niemandsland' – zonder direct en duidelijk waarneembaar gezag. Hezbollah heeft gedenktekens opgesteld langs de weg waar hun `martelaren' in zelfmoordoperaties aan hun eind kwamen. Op kruispunten verkopen sympathisanten kalenders met bloedige foto's uit de strijd. Het geld gaat naar de nabestaanden.

Ook bij de Poort van Fatima, een half uur rijden van Hula, is de merchandising van Hezbollah in volle gang. Er zijn posters te koop, vlaggen en sleutelhangers in de vorm van een hartje met daarin Hezbollah voorman Nasrallah. Sommige kraampjes hebben gediversifieerd en verkopen nu ook videobanden: Terminator, FIFA 1998 World Cup Soccer en tekenfilms.

De Poort van Fatima is de meest symbolische plek aan de Libanees-Israelische grens. Hier komen intellectuelen en activisten uit Jordanië, de Palestijnse gebieden en elders triomfantelijk stenen gooien naar Israelische soldaten. Maar anders dan bij Hula staat hier een hek en komen de twee partijen nooit binnen een afstand van drie meter van elkaar.

,,Nooit!'' zegt Ali van Hezbollah beslist. Ali post al drie maanden iedere dag acht uur lang voor Hezbollah bij de grens. ,,Ik praat nooit met de Israeliërs. Soms bieden ze sigaretten aan, of een vuurtje, je weet wel, de joden die Arabisch kennen omdat hun ouders uit het Midden-Oosten komen.'' Hij stapt opzij voor Mahmud, een monteur bij het vliegveld van Beiroet die hier om de week stenen komt gooien. Daarvan zijn er genoeg want een lokale aannemer stort regelmatig nieuwe voorraden. ,,Ik gooi omdat ik boos ben'', legt Mahmud uit tussen twee worpen. ,,Tweeëntwintig jaar hebben ze mijn land bezet, ongelooflijke schade aangericht, en dan denken ze gewoon zonder compensatie te kunnen vertrekken?''

De oude Tarek Salam ziet het allemaal rustig aan. Wat hem betreft kunnen er niet genoeg keien de schutting overgaan. Mondkanker vaagde Tareks spraakvermogen vrijwel weg, en zijn enige middel van bestaan is zijn oude Polaroid toestelletje waarmee hij dagjesmensen vereeuwigt. ,,De weekends zijn het best'', fluistert hij, ,,Dan heb ik wel tien klanten. Maar soms sta ik hier ook de hele dag voor niets.'' Hij zwijgt een moment en tuurt naar de Israelische nederzetting Metullah aan de overkant, die zo dichtbij ligt dat je kunt zien wat voor kleur wasgoed de kolonisten aan de lijn hebben hangen. ,,Kijk daar'', wijst Tarek opeens naar een naderende legerjeep. ,,Joden.''