Fenomeen

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft enige tijd geleden een omvangrijk rapport gepubliceerd onder de titel Scholen onder druk. Daarin worden allerlei maatschappelijke ontwikkelingen geschetst die ertoe bijdragen dat het onderwijs, zoals de titel al vertelt, onder druk staat. Het is een gedegen rapport. Ontwikkelingen die op zichzelf niet nieuw zijn, worden toegelicht en met precieze cijfers onderbouwd. Heel nuttig dus. Een soort van encyclopedie, maar dat roept meteen ook de vraag op: wie leest er nou een encyclopedie? Daarom had ik er de voorkeur aan gegeven als de energie die was besteed aan deze omvangrijke inventarisatie op een andere manier was aangewend. Bijvoorbeeld door de cijfermatige gegevens omtrent bepaalde sociaal-culturele verschijnselen te laten volgen door een beschouwing over de effecten daarvan op het onderwijs. En dat dan niet in één keer in een dik boek, maar per thema met actuele beschouwingen. Die actualiteit is zo belangrijk omdat de ontwikkelingen verschrikkelijk hard gaan. Zo is alles wat geschreven wordt over onderwijs en arbeidsmarkt al achterhaald zodra het gedrukt is.

Een onderwerp waar de studie wonderlijk genoeg geen aandacht aan besteedt, betreft het verschijnsel van bijbaantjes voor jongeren. Dit heeft de laatste jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Was het vroeger alleen de krant rondbrengen en vakken vullen, inmiddels houden scholieren in de grote steden de halve horeca en een groot deel van het winkelwezen overeind. En het beperkt zich ook al lang niet meer tot degenen die het echt nodig hebben. Werken, zelf geld verdienen beantwoordt aan een diep gevoelde behoefte van veel jongeren. We hebben hier te maken met een sociaal-cultureel fenomeen van de eerste orde met ongetwijfeld ingrijpende consequenties voor het onderwijs.

Scholen hebben een tweevoudige functie. Ze hebben in de eerste plaats tot taak om leerlingen een en ander te leren; maar ook als ze er in zouden slagen dat veel efficiënter te doen dan nog zouden ze daar niet voor mogen kiezen. Die pubers de halve dag rondhangend op straat, daar komt weinig goeds van. Scholen hebben dus naast de taak om leerlingen op te leiden, ook de functie van veilige opbergplek. Zo herinner ik me de verzuchting van de rector van een omvangrijke streekschool: ouders verwachten van ons maar één ding, namelijk dat hun kinderen hier om tien over acht terechtkunnen en dat wij ze niet voor kwart over drie loslaten. Wat wij al die tijd doen zal de meeste ouders een zorg zijn. Dus moeten wij hun kinderen, enkel en alleen uit concurrentieoverwegingen, de hele week vasthouden.

Overigens zijn er al jaar en dag scholen die er wel naar streven het onderwijs zo in te richten dat leerlingen zo veel mogelijk tijd overhouden voor andere activiteiten. Daarbij gaat het om uitzonderlijk begaafde jongeren op het gebied van bijvoorbeeld ballet of muziek. Of voetballen natuurlijk, want ook daar mag alles voor wijken. Maar er zijn natuurlijk ook leerlingen die meer tijd willen voor andere activiteiten zoals sporten, hobby's of werken naast school. Om nog meer uit te geven aan kleren, roken en drinken, hoor ik u vrezen. Maar aardig is nu juist dat veel jongeren sparen of minder afhankelijk van hun ouders willen zijn, trots zijn hun eigen vakantie te verdienen. Of die het prettig vinden te werken omdat je daar tenminste als volwassene wordt behandeld, aldus een veel gehoorde verzuchting. Maar ja, hoe kun je leerlingen als volwassenen behandelen, wanneer je geacht wordt naast leerschool ook nog eens de rol te vervullen van bewaarschool.

hetveld@nrc.nl