EMPEDOKLETS

Vincent Icke is `met stomheid geslagen dat het zo lang heeft geduurd voordat ... de wijsgeer aanklopte bij de timmerman', teneinde de natuur met kwantitatief experiment te leren bestuderen (Empedoklets, W&O 2 sept.). Icke heeft gelijk, maar `onoplosbaar' is zijn probleem niet. De klassieke Griek was weinig geïnteresseerd in de materiële natuur, die slechts een betrekkelijk reële afschaduwing was van de ideële werkelijkheid. Werk aan en in de materie was goed voor slaven. Van onze mentaliteit uit is het erg moeilijk ons de Griekse denkhouding voor te stellen, omdat onze geest is gevormd door het christendom, dat eerst het echte wetenschappelijke denken heeft mogelijk gemaakt.

De grondleggeer van het christendom was inderdaad een timmerman, de verbreiders ervan waren eveneens thuis in de materiële wereld: onder andere Petrus, de visser, en Paulus, de tentmaker. Christenen zagen en zien de wereld niet als een amper reële afspiegeling, als maya of als iets godddelijks. De wereld is even werkelijk, concreet en consistent als zijzelf, namelijk geschapen door een rationele God. Deze God uit het jodendom heeft hun wetten gegeven en evenzo de natuur om hen heen. Als beelddragers van God kunnen zij God in zijn schepping `nadenken' en de natuurwetten ontdekken; niet door a priori filosofie, maar a posteriori afleiden uit experimenteel, kwantitatief onderzoek. De door de Grieken ontwikkelde wiskunde is daarbij uitgebreid en toegepast als rationele sleutel op de empirie. Bij keuzemogelijkheid wordt de eenvoudigste theorie geprefereerd, omdat God eenvoudig is en dus zijn schepping ook.

Deze christelijke visie op de materiële wereld kon pas goed doorbreken nadat het Europese denken had gebroken met de via Aristoteles aan de Scholastiek overgeleverde elementenleer — waarbij Aristoteles aan de vier van Empedocles nog de ether als `quinta essentia' had toegevoegd. Alle grondleggers van astronomie, fysica, chemie en biologie waren overtuigde christenen, die soms, zoals Newton, meer tijd gaven aan hun religie dan aan hun natuuronderzoek.

Slimme mensen elders in de wereld konden belangrijke ad hoc ontdekkingen en uitvindingen doen, bijvoorbeeld in China; maar dankzij de christelijke denkwijze kon alleen in Europa een consequent samenhangend natuurwetenschappelijk wereldbeeld ontstaan en tot ontwikkeling komen. Had Icke de oplossingg van zijn probleem ooit in deze richting gezocht?