Dwaalsporen naar de dood

Vierhonderd schedels opgestapeld in een kist. Rijstvelden die ruiken naar verrotting. De bewijzen zijn na een kwart eeuw nog elke dag tastbaar. Maar het is onzeker of Cambodja een tribunaal doorzet tegen de daders van de volkerenmoord onder de Rode Khmer. Wie is wie en waar zijn `goede' rechters? `Als ik Phon zie, vermoord ik hem.'

Midden in de vlakke rijstvelden van de provincie Svay Rieng in Zuidoost-Cambodja ligt een veld waar alleen doornstruiken willen groeien. Het is er bloedheet, maar het water dat in het veldje staat, is kouder dan dat in de rijstvelden eromheen. De boeren zeggen dat het veld een massagraf is. Een killing field, dodenveld, met de naam Pren Slaek.

De Nederlandse advocaat Jan van der Grinten heeft honderden meters door rijstvelden gewaad en staat nu met één been in de modder van Pren Slaek. Dan beseft hij dat hij met zijn blote voeten op schedels, botten en boeien van doden zou kunnen trappen. ,,Nee'', beslist hij, ,,verder ga ik niet.''

De Amsterdamse jurist en historicus heeft het kostuum van advocatenkantoor Stibbe Simont Monahan Duhot ingeruild voor een bezweet overhemd. Hij helpt Cambodja met het verzamelen van bewijsmateriaal van de genocide die er tussen 1975 en 1979 plaatsvond. Cambodjanen zoeken het materiaal bij elkaar en de 35-jarige Van der Grinten onderzoekt de juridische bruikbaarheid ervan. Cambodja wil het gebruiken in een door de Verenigde Naties gesteund tribunaal tegen de dertig tot vijftig nog levende belangrijkste daders van de volkerenmoord, die aan minstens anderhalf miljoen Cambodjanen het leven kostte.

Voor de tweede keer zet Van der Grinten een stap in het modderige water. Dan besluit hij definitief niet door dit killing field te gaan lopen. Vanaf de kant kijkt hij naar de Cambodjaanse onderzoeker Ouch Sam Oeun die allang twintig meter verderop staat. Ouch positioneert zich midden in wat voor hem het zoveelste massagraf is. En voor de zoveelste keer maakt hij met een knalgeel Global Positioning System-apparaat verbinding met een satelliet om de exacte locatie van Pren Slaek vast te stellen. Dan loopt de Cambodjaan terug zonder dat hij op menselijke resten stuit. Die liggen onder de modder.

Zo is in heel Cambodja van meer dan twintigduizend massagraven de exacte plek vastgesteld. En nog steeds worden er nieuwe gevonden, zoals dit veld doornstruiken. Samen vormen de graven een patroon van massaslachtingen, en daarmee het bewijsmateriaal voor een tribunaal. Deze killing fields liggen er hooguit vijfentwintig jaar, sinds het Jaar Nul. Toen, in 1975, zette de Rode Khmer de tijd stil in Cambodja en begon een communistisch experiment. De onderwijzer Saloth Sar, beter bekend als Pol Pot, veranderde het land in één grote, autarkische, en van de buitenwereld afgesloten landbouwcommune waar individu, geld, bezit en steden niet langer bestonden. Iedereen die het ideaal van deze agrarische heilstaat mogelijk in de weg stond, werd zonder enige vorm van proces geëxecuteerd of stierf door honger, ziekte of uitputting.

Na vier jaar bezette aartsvijand Vietnam Cambodja, en maakte een eind aan het Pol Pot-regime, dat op grote schaal Vietnamezen had uitgemoord. Gekweld door problemen in eigen land vertrok het Vietnamese leger weer. Sindsdien worstelt Cambodja. Met een democratie die maar niet wil ontluiken, met een premier die het land als een dictator leidt en met de gedecimeerde Rode Khmer die tot twee jaar geleden een burgeroorlog uitvocht met het Cambodjaanse leger. Sommige soldaten, beulen en leiders van de Rode Khmer kregen gratie en zijn opgenomen in de samenleving. Anderen genieten van het goede leven in de noordwestelijke stad Pailin, sinds jaar en dag het bolwerk van de Rode Khmer.

Nu is Cambodja het land waar omstanders gauwdieven lynchen en waar politiemannen nog moeten leren dat ze verdachten niet dood mogen schieten. Waar een politieke partij een via verkiezingen behaalde gouverneurszetel voor een paar miljoen dollar verkoopt aan de concurrent. Cambodja is ook het land waar rechters, die twintig dollar per maand verdienen, de partij gelijk geven die hun het meest betaalt. In dat Cambodja, waar recht niet bestaat, verlangen de meeste burgers naar de berechting van genocideplegers, die extreem complex zal zijn en waarschijnlijk jaren zal duren.

Deze paradox is het gevolg van diezelfde genocide, denkt Van der Grinten. ,,Vrijwel iedereen met enige opleiding is hier tussen 1975 en 1979 om zeep geholpen'', zegt hij. ,,Wie zelfs maar een bril droeg of een beetje Engels sprak, werd als intellectueel, ofwel als pro-Westers en dus onbruikbaar voor de revolutie naar een killing field geleid.'' Daardoor bestaat nu nog een schrijnend gebrek aan hoogopgeleide Cambodjanen, juristen vooral, en is buitenlandse steun onontbeerlijk voor een succesvol tribunaal.

Van der Grinten staat nog even in de brandende zon bij het dodenveld. Achter hem rijden drie vrolijk zwaaiende vrouwen met zwaarbeladen fietsen over een smal pad tussen twee rijstvelden. Dan volgt hij door modder en water de omgekeerde route die gevangengenomen Cambodjanen liepen voordat ze werden geëxecuteerd. Kinderen gapen de lange Nederlander aan als hij zich bij de expeditieleden voegt en in een jeep stapt. Het zijn medewerkers van het instituut waar Van der Grinten werkt, het zes jaar oude Documentatie Centrum van Cambodja, DC-Cam. Nederland is de belangrijkste geldschieter van deze Cambodjaanse versie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. DC-Cam had plaats voor één buitenlander. Advocaat Van der Grinten, die zich in Nederland bezighoudt met civiel recht en bestuursrecht, greep zijn kans. ,,Juristen in Nederland zijn meestal specialisten'', zegt hij, ,,in Cambodja ontbreekt het nog aan kennis van de meest fundamentele rechtsbegrippen. Hier kan ik me tegelijk bezighouden met basaal recht en met internationaal recht.'' Daarnaast schrijft hij voor het in alle uithoeken van Cambodja verspreide blad van het instituut, Searching for the Truth. ,,Een publieksblad over de beperkingen en mogelijkheden van internationaal en Cambodjaans recht, in het licht van het tribunaal.''

De vijfendertig jonge, hoogopgeleide Cambodjanen die bij DC-Cam naar de waarheid zoeken, brengen niet alleen massagraven en gevangenissen over het hele land in kaart. Het instituut verzamelt ook getuigenverklaringen van mensen die in de buurt van de `genocidelocaties' woonden. ,,Al met al een onwaarschijnlijk monnikenwerk'', heeft Van der Grinten gemerkt. De waarheid nauwelijks te achterhalen – zodra een getuige herinneringen deelt met zijn dorpsgenoten, worden ze collectief en daarmee onbetrouwbaar. Is de dominante figuur in een dorp een voormalige Rode Khmer-aanhanger, dan bagatelliseren de getuigen de Pol Pot-jaren. Is de opinieleider slachtoffer, dan dikken ze hun verhaal aan. Sommigen larderen hun verhaal bovendien met verzinsels of vertellen over gebeurtenissen waar ze onmogelijk getuige van konden zijn. Zo waren ze tussen 1975 ben 1979 te jong om zich te kunnen herinneren dat Rode-Khmersoldaten baby's in de lucht gooiden om ze als kleiduiven te beschieten. Waar gebeurd maar verworden tot volksvertelling.

Nog meer werk heeft DC-Cam aan het verzamelen, inventariseren en juridisch duiden van honderdduizenden documenten uit de jaren 1975 tot 1979. Met dezelfde bezetenheid als waarmee ze een fors deel van de Cambodjaanse bevolking uitmoordden, produceerden de Rode Khmers een eindeloze papierwinkel van gedetailleerde verslagen, directieven, formulieren, namenlijsten en opdrachten. De genocide in Cambodja blijkt de meest bureaucratische aller tijden. De talrijke bewaarde stukken samen geven een uniek beeld van het mechanisme achter een volkerenmoord.

,,Maar hoe gruwelijk ook, dergelijk ruw materiaal is nog geen bewijsmateriaal waar je in een tribunaal wat mee kan'', zegt Van der Grinten in de auto, op zoek naar getuigen van de moorden van Pren Slaek. Door de kuilen in de highways van Cambodja stuitert hij alle kanten op. ,,De aanklagers moeten bij dat tribunaal een hiërarchische organisatie aantonen. Ze moeten laten zien dat er lijnen naar boven liepen van bijvoorbeeld een geheime gevangenis naar de top van het Rode Khmer-regime.''

Dat kan met de uitvoerige instructies die de leiding van de Rode Khmer gaf aan de uitvoerders, de beulen, de folteraars en de ondervragers – vaak gehersenspoelde kinderen die van hun ouders waren weggehaald. Zij maakten letterlijke verslagen van eindeloos lange verhoren van de `vijanden van de revolutie'. En op den duur werden de kinderen door hun opvolgers gedood – daders en slachtoffers zijn vaak dezelfde mensen in Cambodja. Bruikbaar zijn ook de gevangenisdossiers. In boeken zo groot als een lessenaar hielden `boekhouders van de dood' precies bij wie er in hun gevangenis kwam en er weer uitging. Niet richting vrijheid, maar richting killing field.

Maes Phon had zo'n gevangenisboek. Het was de administratie van de geheime gevangenis Weal Svay waar alle doden van Pren Slaek vandaan kwamen. De kleine, breekbare 61-jarige man zit met zijn rode shawl en een overhemd dat zo groen is als een legershirt op de tafel onder zijn houten huis op palen. En terwijl het hele honderdkoppige dorp eromheen staat, vertelt hij over zijn Pol Pot-jaren. Phon zat bij de Rode Khmer, maar hij was onbelangrijk, zegt hij. Hij had slechts de leiding over twaalf vrouwelijke dwangarbeiders. Aan de gevangenen van Weal Svay gaf hij heimelijk rijst, met gevaar voor eigen leven. De medewerkers van DC-Cam knikken en verzekeren Jan van der Grinten dat Phon goed is geweest tijdens de genocide. Hoe hij aan het gevangenisboek kwam en waar het is gebleven, wordt niet duidelijk. Alleen dat het boek een zwarte kaft had.

Teleurgesteld over deze tegenvallende getuigenis, stappen de expeditieleden weer in hun jeeps. Ze rijden verder over de lange weg tussen Weal Svay en Pren Slaek, tussen gevangenis en massagraf. Zoekend naar iemand die iets weet over het gevangenisboek. Hopend op getuigen die misschien iets weten over de man of vrouw achter de nachtelijke executies op Pren Slaek. Of iemand die daar een kwarteeuw geleden een glimp van heeft opgevangen.

De expeditie stopt bij een huisje aan de weg. Twee oudere vrouwen vertellen dat ze elke dag na zonsondergang ongeveer vijftien gevangenen langs zagen komen. ,,Ze zaten allemaal aan elkaar vast bij hun voeten'', herinnert de oudste zich. De geketenden schuifelden door de rijstvelden, zagen de lijken van degenen die hun voorgingen, en kregen een doodsklap in de nek. Zo ging het elke dag, vier jaar lang, overal in Cambodja.

Het Cambodjaanse volk mag dan met die vier jaar Rode Khmer willen afrekenen, het is nog maar de vraag of het door de VN gesteunde tribunaal er echt komt. De manier waarop de Verenigde Naties betrokken zullen zijn bij het tribunaal is vastgelegd in een wetsvoorstel dat het Cambodjaanse parlement nog moet goedkeuren. En het door premier Hun Sen gestuurde parlement hoeft maar iets aan de opzet in het wetsvoorstel te veranderen of de VN, zo heeft secretaris-generaal Kofi Annan aangekondigd, trekken zich terug. Volgens het wetsvoorstel zullen de VN negen van de eenentwintig rechters leveren en één van de twee aanklagers. De tweede aanklager en overige twaalf rechters zijn Cambodjanen. Die kunnen echter geen beslissing nemen zonder steun van minimaal één van die negen VN-rechters. Verdachten worden aangeklaagd op grond van zowel Cambodjaans als internationaal recht. De internationale gemeenschap zal het leeuwendeel van de kosten dragen.

Minister-president Hun Sen en de door hem gestuurde Nationale Assemblée aarzelen. Kunnen ze met deze VN-betrokkenheid voldoende controle uitoefenen op de uitkomst? Moeten ze de vrede van nu niet prefereren boven rechtvaardigheid voor de dood van gisteren? Want volgens de premier en een minderheid van de bevolking ligt er een risico in het tribunaal besloten. Het kan de fragiele vrede in Cambodja in gevaar brengen door oude wonden open te rijten. Zo heeft Hun Sen enkele overgelopen Rode-Khmerleiders gratie verleend, maar kan hij niet voorkomen dat die door een internationaal tribunaal alsnog worden gestraft.

Om dat risisco uit te sluiten kan de premier elk moment tot een tribunaal zonder VN-bemoeienis besluiten. Dan komt er geheel Cambodjaans tribunaal, legt Van der Grinten uit. Dat wordt een farce. ,,Sommige rechters hier hebben alleen lagere school. Hoogleraren aan de rechtenfaculteit hebben hooguit een half jaartje op een Parijse universiteit rondgelopen. Maar de mensen hier maken zich niet druk om de kwaliteit van hun juristen. `Die Rode-Khmerleiders zijn toch schuldig?', zeggen ze dan. Maar doordat het niveau van justitie hier volstrekt onvoldoende is en onafhankelijkheid hier niet bestaat, krijg je straks misschien een showproces. Dat is niet de zuiverende mijlpaal die dit land nodig heeft.''

Met zo'n mijlpaal kan Cambodja zich misschien van het Rode-Khmertrauma bevrijden. Een trauma dat op de meest onverwachte plekken opduikt. Bijvoorbeeld bij een onooglijk boeddhistisch tempeltje aan de weg, waarlangs de gevangenen geketend hun executie tegemoet liepen. Je kunt er honderd keer langsrijden zonder het op te merken. Naast de tempel staat al even terloops een kist op poten tussen de bomen. Het is een gedenkteken. Van der Grinten duwt het luik aan de voorkant omhoog. Een geur van rotting stijgt op. Vierhonderd schedels liggen opgestapeld in de kist. Met de kleren en boeien die bij de lijken zijn gevonden in een van de kuilen van Pren Slaek. Van der Grinten pakt een paar boeien uit de kist. Het zijn knoah, gebogen staafjes in u-vorm die strak om de enkels van gevangen zaten. Aan de uiteinden zitten ogen waardoor een lange ijzeren staaf stak, waarmee minstens tien gevangenen aan elkaar vastzaten tot na hun dood. Om Pren Slaek te bereiken, moesten de gevangenen van Weal Svay dan ook voor de laatste maal in de pas lopen.

Van der Grinten legt het roestige stuk ijzer terug, kijkt naar de stapel schedels en sluit het luik van de kist. Hij zwijgt een ogenblik voordat hij weer over het tribunaal begint. ,,De Rode Khmer-leiders die voor het tribunaal moeten verschijnen, worden beschuldigd van marteling, slavernij, deportatie, verkrachting. Dat valt onder de noemer `misdaden tegen de menselijkheid'. Om die te bewijzen, moet je aantonen dat de gruweldaden wijdverbreid waren en dat er systematiek achter zat. Dat kan door plekken als deze tempel en deze kist in kaart te brengen. Dat kan ook met getuigenverklaringen en met alle documenten die we hebben.''

Diezelfde misdaden tegen de menselijkheid vormen echter nog niet het juridisch bewijs voor de intentie om een heel volk uit te moorden, al is er niemand die eraan twijfelt dat die genocide tussen 1975 en 1979 heeft plaatsgevonden. Vrijwel elke Cambodjaan heeft familieleden of bekenden verloren in de periode die ze eenvoudigweg `Pol Pot' noemen. Voor `Year Zero' had Cambodja zeven miljoen inwoners. Hoeveel tijdens `Pol Pot' zijn omgekomen, is nog steeds niet zeker. Naarmate DC-Cam meer massagraven vindt, gaat dat cijfer omhoog. Vooralsnog houdt de organisatie het erop dat minstens anderhalf miljoen mensen zijn geëxecuteerd en dat een onbekend aantal is gestorven door ontberingen.

,,Soms is het moeilijk iets te bewijzen wat voor iedereen onomstotelijk vaststaat'', zegt Van der Grinten op weg naar een volgende Pren Slaek-getuige. ,,Om genocide aan te tonen, is kwantiteit belangrijk. De definitie van genocide is het doden van een volk, deels of geheel, of een etnische of raciale groep van personen. Dat laatste, daar draait het om. Er zal waarschijnlijk geen aanklacht wegens moord op Cambodjanen als zodanig komen, omdat de intentie daarvan moeilijk of zo niet onbewijsbaar zal zijn.'' De expeditie is inmiddels gestopt bij een boerderij, het huis van een voormalige gevangene van Weal Svay. Van der Grinten: ,,De aanklachten wegens genocide zullen eerder betrekking hebben op het uitroeien van nationale of religieuze groeperingen zoals de boeddhistische monniken, de islamitische Chams en de Vietnamezen. De opzet om dergelijke groepen uit te roeien lijkt wèl aanwezig te zijn geweest.''

Hoe en op welke gronden, maakt boer en mandenmaker Mey Samol niet uit – zolang de Rode-Khmerleiders maar berecht worden. Hij heeft de hel van Weal Svay overleefd, enkel en alleen doordat hij in die gevangenis zat toen het Vietnamese leger Cambodja binnentrok en bezette. Een tribunaal kan hem helpen, zegt hij, om een periode af te sluiten. De medewerkers van DC-Cam vragen hem naar het gevangenisboek van Weal Svay.

,,Weten jullie dat niet'', zegt Samol verbaasd. ,,Dat heeft Maes Phon.''

Hij blijkt de kleine oude Phon te kennen, de voormalige Rode Khmer-soldaat die zichzelf zo onbelangrijk vond en stiekem rijst gaf aan gevangenen. Sterker nog: Samol haat Phon. ,,Als ik Phon zie, vermoord ik hem'', zegt Samol over zijn bewaker van destijds.

Het onooglijke, verlegen mannetje met zijn legerblouse van enkele tientallen kilometers verderop blijkt de meedogenloze massamoordenaar van Pren Slaek. Althans, dat zegt Samol.

Van der Grinten twijfelt.

Maar de medewerkers van DC-Cam, die eerder Phon als `goed' accepteerden, geloven nu de mandenmaker. Voor hen is de vriendelijke Phon opeens `fout'. Een leugenaar die een flink aantal van de slachtoffers van Pren Slaek hoogstpersoonlijk heeft omgebracht. De schedels in de houten kist op palen blijken van zijn slachtoffers.

,,Dat is Cambodja anno nu'', concludeert Van der Grinten. ,,Beulen wonen vlakbij de nabestaanden van hun slachtoffers.''

Een tribunaal de fragiele vrede in Cambodja in gevaar brengen

Dit is Cambodja anno nu. Beulen wonen naast de nabestaanden van hun slachtoffers