Dood door schuld

Vorige week een ernstig gesprek met onder anderen prof. Louise Gunning (aanstaand hoofd van het AMC) en prof. Lense Koopmans (specialist in de financiering van de gezondheidszorg). Ik vroeg: ,,Hebben jullie een idee hoeveel jaar Nederland nog moet lijden onder verdere achteruitgang in de zorg?'' Uit beider antwoord bleek hoezeer dat afhangt van het tempo waarin wij met elkaar besluiten om de gezondheidszorg beter te organiseren. Er is geen onwrikbare noodzaak dat de situatie in de medische sector nog vijf jaar moet verslechteren. Ik kan Gunning en Koopmans hier niet in detail citeren maar mij trof hoe energiek zij beiden spraken over de kans om de gezondheidszorg eigenlijk al volgend jaar weer in de goede richting te krijgen, mits er maar verstandig beleid komt. Een konijn wordt 's nachts verlamd door de koplampen van een aanstormende auto en kan niet meer bewegen; een natie hoeft niet te accepteren dat zieke patiënten een paar uur voor de geplande operatie weer naar huis worden gestuurd of dat kankerpatiënten de tijdbom in hun lichaam moeten laten doortikken omdat in de meeste bestralingscentra van Nederland de wachttijden langer zijn dan de Europese richtlijn.

In de nieuwe folder van verzekeringsmaatschappij Aegon schrijft Henk van Milligen terecht: ,,Als er een bedreigende ziekte op me af zou komen wil ik toch niet meemaken dat bepaalde mogelijkheden uitgesloten zijn en dat je geen keuze meer hebt?'' Hij verzekert zich bij Aegon en leeft dan gerust met de zekerheid dat de wachtlijsten voor hem, zijn vrouw en kinderen niet meer gelden. Flip de Kam die mijn herhaald pleidooi bestrijdt voor méér geld en een beter systeem in de zorg weet natuurlijk ook dat niet iedereen zich nu voor 2.000 gulden per jaar bij Aegon kan verzekeren. En toch wil hij doorgaan met rantsoenering in de medische sector via een totaal budget voor de uitgaven en accepteert hij dat wachtlijsten daarvan het logisch gevolg zijn.

In zijn column van 7 september geeft De Kam in essentie twee argumenten. Mensen sterven misschien op de wachtlijst, aldus De Kam, maar ook door te weinig politietoezicht of gebrekkige infrastructuur. Dat is zo, maar mij lijkt dat sterven, omdat er geen tijd was voor operatie of bestraling, een zwaardere inbreuk betekent op ons gevoel van sociale rechtvaardigheid. De Oxfordse filosoof David Miller betoogt in zijn hier al eerder aangehaalde boek Social Justice dat behoorlijk lager onderwijs en een betrouwbaar aanbod van medische zorg voor alle burgers en hun kinderen gegarandeerd horen te zijn, wil onze maatschappij rechtvaardig heten. Mijn echtgenote gaf jarenlang les op een Tyltyl school voor dubbel gehandicapte kinderen, niet omdat de economische baten hoger zijn dan de kosten, maar omdat ook gehandicapte kinderen recht hebben op onderwijs en vanwege hun handicaps zelfs op onderwijs dat drie keer zo duur is als gemiddeld. Zo ook volgens Miller voor wat betreft de medische zorg.

Zonder afdoende actie tegen de wachtlijsten – waarbij minister Zalm dus al het extra belastinggeld besteedt aan verlaging van de staatsschuld – daalt die staatsschuld van 63 procent van onze economie in 1999 naar 53 procent volgend jaar. Mét serieuze, creatieve en royale actie tegen de wachtlijsten en dus ook hogere salarissen in de zorgsector, daalt diezelfde staatsschuld tot 54 procent van de economie in 2001. Zelfs met zo'n urgent Deltaplan voor de medische sector staat Nederland dan nog op een gedeelde derde plaats (uit 11 landen) voor wat betreft het tempo waarin de staatsschuld terug gaat naar nul. Zelfs dan daalt onze staatsschuld nog twee keer zo snel tussen 1999 en 2001 als gemiddeld in de Euro-zone. Voor mij mooi genoeg.

Het tweede argument van De Kam om de financiële plafonds in de gezondheidszorg maar te handhaven stoelt op een interne notitie van het Centraal Planbureau, `Beloning in de collectieve sector'. Daaruit zou blijken dat in de ziekenhuizen het personeel iets meer verdient dan mensen in het bedrijfsleven die volgens de specialisten van het Planbureau werk doen dat ongeveer even zwaar is. Geen probleem dus. Een curieuze vorm van personeelsbeleid, maar alleen nog populair bij centrale planners. Een beter principe lijkt mij: zijn er hardnekkige vacatures dan is er iets mis met óf de satisfactie van het werk óf het salaris óf beiden. Overal in Nederland verhogen bedrijven de salarissen en zijn bazen hoffelijker tegen hun personeel omdat mensen anders weggaan en vacatures te lang open blijven. Een fles Nyenrode-wijn voor De Kam als hij mij één bedrijf kan noemen dat salarissen voor het personeel vaststelt op basis van classificaties van centrale planners.

In de zorgsector is het tijd voor een noodscenario. Volgens Gunning en Koopmans kan het best volgend jaar al veel beter in de zorg. Huisartsen kunnen terugkomen op hun beslissing om vervroegd te vutten. Verpleegsters zijn minder vaak ziek bij betere kinderopvang en een royaler salaris. De Thuiszorg heeft minder verloop wanneer de planners in Den Haag opzij gaan en meer ruimte bieden aan het management. En medische specialisten nemen geen extra vakantie in december wanneer het idiote plafond-systeem voor de jaarlijkse `productie' onmiddellijk wordt afgeschaft.

Omdat De Kam invloed heeft op Wim Kok en Gerrit Zalm hoop ik dat hij de discussie voortzet. Wil hij dan antwoorden op de volgende vier vragen: 1. Als vacatures niet zijn te vervullen in de zorg, is dan niet onder meer het salaris gewoon te laag? 2. Met veel meer geld voor de zorg kan onze staatsschuld nog steeds twee keer zo snel dalen als het Europees gemiddelde. Waarom is dat niet genoeg? 3.Wat is er fout met de laatste OESO-analyse van Nederland die eindigt met een pleidooi om vooral zo snel mogelijk de dwingende macro-budgetten in de zorg af te schaffen? 4.Is het sterven van patiënten op de wachtlijst niet een vermijdbare schande en een groot onrecht voor een rijk land?