`DEZE VROUWEN WILLEN ÀLLES WETEN'

Nog altijd ontmoeten vrouwen veel blokkades op weg naar de arbeidsmarkt. De Vrouwenvakschool snijdt daarom de didactiek toe op de herintredende vrouw.

Nauwelijks uitval tijdens de opleiding en na afloop iedereen een baan: het lijkt te mooi om waar te zijn. Toch is het de praktijk op de Vrouwenvakschool (VVS Midden Nederland) Alida de Jong in Utrecht. Het geheim: persoonlijke begeleiding, didactiek aangepast aan de levenservaring van de vrouwen en bovenal hun motivatie. ``Voor deze vrouwen is het de laatste kans op herintreding in een leuke baan'', zegt directeur Marie-Antoinette de Veth.

Esther (32) is een bijstandsmoeder met een zoontje van vijf jaar. Dit schooljaar startte zij met de opleiding tot systeem/netwerkbeheerder. ``Om een leuke baan te vinden, met mogelijkheden om door te groeien'', zegt ze zelf. ``Ik wil niet weer op een dood spoor zitten.'' Tot haar zoon werd geboren werkte Esther onder meer als secretaresse. ``Maar daarin kwam ik niet verder, want ik ben goed in bètavakken, niet in talen en die heb je als secretaresse juist nodig. Ik wilde na de mavo wel een technische opleiding gaan doen, maar dat werd niet gestimuleerd. Toen ik het op het Arbeidsbureau voorstelde werd er heel lacherig gedaan: `Ja, je zou in de bouw kunnen gaan werken, maar ja, je postuur, hè?'''

Het verhaal van Esther klinkt docent Training en Begeleiding Tine Janmaat bekend in de oren. ``We beginnen onze lessen met een inventarisatie van ieders leergeschiedenis. Daar komen dingen naar voren als toetsangst en gebrek aan stimulering. Ouders die zeggen dat hun dochter niet verder hoeft te leren `omdat ze toch maar een meisje is' of de slechte wiskundeleraar die meisjes adviseert het vak te laten vallen, omdat ze het niet zouden kunnen. Dat komt nog steeds voor.''

De geschiedenis en de privé-omstandigheden van de cursisten vormen de leidraad voor de didactiek van de 23 aan de VVS te Utrecht verbonden docenten. Door op individuele basis ook aandacht te besteden aan organisatorische zaken als `hoe ga je het regelen met de kinderen' integreert de VVS de school in het leven van de vrouwen en vice versa. Naast vakinhoudelijke leerstof leren de cursisten plannen maken en worden ze voorbereid op de combinatie van werk met zorg. Ook leren de cursisten studievaardigheden. ``De vrouwen die hier komen zijn supergemotiveerd en leergierig'', vertelt manager beroepsopleidingen Meta van de Veen. ``Ze stellen zich op als een spons, willen álles weten. Wij leren ze hoofd- en bijzaken te onderscheiden.''

Ook praktisch sluit de VVS aan bij de leefwereld van vrouwen. De lestijden zijn aangepast aan de schooltijden en de VVS kan in een plaats op een nabijgelegen kinderdagverblijf voorzien. ``Je hebt rust nodig om te kunnen leren, ook op dat gebied'', aldus De Veth.

Jaarlijks volgen circa 1.500 vrouwen een opleiding bij de VVS, die deze zomer haar vijftienjarig bestaan vierde. De school is midden jaren tachtig opgericht door een aantal vakbondsvrouwen (onder wie de huidige staatssecretaris van Onderwijs Karin Adelmund) met als voornaamste doel herintredende vrouwen via een korte beroepsopleiding snel aan het werk te helpen. Inmiddels bestaat de doelgroep voor veertig procent uit allochtonen. De gemiddelde leeftijd van de cursisten ligt tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar. De vooropleiding loopt uiteen van lbo tot hbo/wo. Een groot aantal van de vrouwen is bijstandsmoeder. De Veth: ``Zij hebben een voorbeeldfunctie voor hun kinderen. Je ziet die kinderen glunderen als hun moeder hier tijdens de uitreiking een diploma krijgt.''

De VVS is uitgegroeid tot een landelijk netwerk van vijf scholen met locaties verspreid over het hele land, die voor uiteenlopende opdrachtgevers cursussen verzorgen: gemeenten (met name voor bijstandsmoeders), uitvoeringsinstellingen als GAK en Cadans, Arbeidsvoorziening en bedrijven en bedrijfssectoren. De opdrachtgevers betalen de opleidingen. Er is geen subsidie van het ministerie van Onderwijs en de vrouwen zelf dragen maximaal 200 gulden bij in de kosten. Afstemming van vraag en aanbod is een wezenlijk kenmerk van de VVS. ``Dit jaar kwam de autobranche naar ons toe met de vraag of we vrouwen wilden opleiden tot autoverkoper, omdat daar veel vraag naar is. Op basis van het beroepsprofiel hebben we een opleiding ontwikkeld die dit najaar start'', aldus De Veth. Omdat niet alle specifieke vakkennis in huis is werkt de VVS samen met Regionaal Opleidingen Centra (ROC's) of branches en bedrijven. Soms krijgt een opdrachtgever nul op het rekest, vertelt Van de Veen. ``Voor ons is de match tussen de vrouwen hier en de inhoud van de functie essentieel. Zijn er doorstroommogelijkheden? Zijn de werkomstandigheden goed? Zijn er mogelijkheden om parttime te werken en wordt de functie goed betaald? Als uit ons onderzoek blijkt dat dat niet het geval is, dan starten we geen opleiding.''

In een tijd waarin m/v een standaardachtervoegsel is geworden bij iedere functieomschrijving lijkt een school voor vrouwen een restant uit een vervlogen tijdperk. De Veth schudt echter haar hoofd. Volgens haar heeft de VVS nog steeds bestaansrecht. ``Vrouwen willen erg graag aan het werk, willen verder komen, maar om dat in te passen in hun leven is maatwerk nodig. Een beroepsopleiding bij een ROC duurt vier jaar. Er is geen herintredende vrouw te vinden die vier jaar naar school wil of kan. Onze cursussen duren maximaal een jaar. Met het behaalde certificaat kunnen vrouwen aan de slag en een loopbaan starten. Bovendien biedt de VVS vrouwen de kans zich op iets anders te oriënteren dan alleen de traditionele vrouwenberoepen. Hier kun je in vier maanden omgeschoold worden tot ICT-er, mét baangarantie.'' Van de Veen knikt en vult aan: ``Het is voor vrouwen goed om samen in een groep te zitten, met elkaar te leren en van elkaar te leren. In gemengde groepen hebben vrouwen de neiging terug te vallen in een afwachtende rol. Voor deze vrouwen hier is de VVS een laatste kans om hun leven anders in te richten. Daarmee kun je als school geen risico lopen.''

Een knelpunt voor de VVS is het vinden van cursisten. ``Vrouwen willen wel en kunnen het ook, maar krijgen niet altijd toestemming van de uitkerende instanties'', is de ervaring van De Veth. Bij eenderde van de vrouwen die zich aanmelden bij de VVS speelt dit probleem. Het gevolg is dat vrouwen langer een uitkering houden of gedwongen een baan accepteren, al dan niet na een korte `opfriscursus'. Een gevaarlijke tendens vindt De Veth: ``Vrouwen die lang uit een werksituatie zijn, of die in de WAO zijn geraakt door een te zware belasting kun je niet met een computercursusje van drie maanden weer aan het werk laten gaan. Het gevaar bestaat dat die vrouwen dan – weer – vastlopen. Wij leren ze hoe ze dat kunnen voorkomen.''

Cursiste Esther heeft `geluk' gehad met haar trajectbegeleidster op het arbeidsbureau. ``Zij vond ook dat vrouwen niet alleen in bepaalde rollen hoeven te werken en zag wat er in mij zit.'' Esther is blij dat ze nu haar weg gevonden heeft. ``Het is jammer dat dat niet jaren eerder is gebeurd, maar doordat ik op het verkeerde spoor zat heb ik wel leren doorzetten. Nu weet ik waar ik voor sta en twijfel ik niet meer.''