De sporter is een astronaut geworden

Moet doping zwaarder worden bestraft? Moet er strenger worden gecontroleerd? Of moet doping vrij worden? Vragen op weg naar genetische manipulatie en astronauten op een fiets. Sport is al lang de sport niet meer.

,,We geilen op de sudden death'', zei Frans De Wachter, sportfilosoof en hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Leuven gisteren in De Rode Hoed te Amsterdam. ,,Gelijk over de streep komen zoals in de jaren vijftig de vier winnaars in de Elfstedentocht deden, mag niet.'' Zijn gehoor tijdens het Nationale Dopingdebat reageerde alsof ze een man van een andere planeet op het spreekgestoelte zagen staan.

De Belgische filosoof hield de sportbestuurders, sportmedici, sportsociologen, sporters en andere aan sport gelieerde aanwezigen een spiegel voor die hen tot nadenken zou moeten stemmen. De vraag of dopingregels relevant zijn, deed er nauwelijks toe, filosofeerde De Wachter. ,,De doping is slechts een betrekkelijk onschuldige stap op weg naar genetische manipulatie.'' Sport is al lang niet de meer de sport zoals ze eens was bedoeld. ,,De eenzame fietser bestaat niet meer. De sportman is een astronaut geworden die vanaf zijn fiets in verbinding staat met Houston. Houston, we have a problem. Maar de mens is geen ding, geen technologisch ding en zijn lichaam ook niet.''

De Wachter probeerde de vertegenwoordigers van de sportwereld wakker te schudden. Waar zijn we mee bezig? Als doping niet mag omdat het niet strookt met de fairplay-gedachte, waarom zijn verschillen in oefenmethoden, verschillen in technische snufjes, verschillen in financiële middelen en andere verschillen tussen sporters toegestaan? Volgens de Belg is de argumentatie om dopingregels te handhaven achterhaald en uitgeput. ,,De dopingproblematiek verdoezelt een veel zwaarder probleem. Namelijk het hoogtechnologische probleem.'' Want, wist De Wachter, het gaat tenslotte om presteren. ,,Wie in deze moderne tijd presteert, wordt geacht.''

Terwijl de meeste andere sprekers zich uitputten in herhalingen en achterhaalde dopingstandpunten als meer geld voor dopingcontrole, zwaardere straffen, opschonen van de lijst van verboden middelen, decriminalisering van dopingzondaars en minder aandacht in de media voor dopinggevallen, deed De Wachter een beroep op het gezonde verstand. ,,Is sport wel de spiegel van de prestatie-ethos? Wordt excellentie niet te veel verheerlijkt? Het fascinerende in sport is toch dat niet de beste maar de slechtste wint.'' Om het betoog te besluiten met de conclusie: ,,Zijn we niet allemaal geboren verliezers?''

Tegenover de verfrissende beschouwing stond de visie van de Nederlandse overheid op de dopingbestrijding. Meer geld voor meer controles, meer gezondheidscontroles voor topsporters, zwaardere straffen voor gebruikers en zwaardere straffen voor handelaren en een dopingwetgeving. Joop Atsma, Tweede-Kamerlid voor de CDA en voorzitter van de wielerunie, verwoordde dit overheidsstandpunt, maar ging er aan voorbij dat zijn baas bij de internationale wielerunie, Hein Verbruggen, deze visie al lang naar de prullenbak heeft verwezen wegens bewezen ondeugdelijkheid. Voorlichting bij de jeugd zou mogelijk meer effect sorteren en kost in elk geval veel minder geld.

Atsma wees op de toekomstige gevaren en verwees naar een onderzoek waaruit bleek dat 100.000 tot 135.000 Nederlanders doping heeft gebruikt. ,,Dat gebruik blijft niet beperkt tot de sportelite, maar is verdeeld over alle geledingen van de maatschappij. Het is dus een volksgezondheidsprobleem, dat veel aandacht vraagt.'' En hij wees op de gevaren van nieuwe dopingmiddelen. ,,Nu het hoofdstuk EPO, bloeddoping, afgesloten lijkt door de laatste ontwikkelingen op controlegebied, moeten we ons afvragen: wat dan? Transplantatie, genetische manipulatie, kloneren.'' Voor een lichte liberalisering, zoals Verbruggen terughoudend overweegt, voelt Atsma in navolging van de overheid helemaal niets.

Opmerkelijk was de uiteenzetting van prof.dr. Harm Kuipers, hoogleraar bewegingswetenschappen in Maastricht. Een autoriteit in Nederland op gebied van onderzoek naar effecten van dopinggeduide middelen. Kuipers vond de lijst van het IOC overdreven groot en dat veel middelen, zoals cocaïne, caféine, alcohol, efedrine, marihuana er niet op thuishoorden. ,,Er gaat geen prestatiebevorderend effect van uit'', beweerde hij. Alsof hij nog nooit had gehoord van bijvoorbeeld faalangstige sporters en nerveuze Schotse voetballers die voor een wedstrijd een glas whisky drinken. Een vertegenwoordiger in de zaal van de teakwondo-sport bestreed de zienswijze van Kuipers dan ook ten zeerste. Zeker nooit gehoord van middelen die agressiever maken?

Kuipers beweerde zelfs dat het effect van amfetaminen en ACTH overschat werd en zowaar ook dat op het mogelijk toekomstige gebruik van groeihormonen wel erg overspannen werd gereageerd, mede omdat men nog nauwelijks weet wat groeihormonen doen. EPO, beweerde Kuipers aan de hand van een staatje, was toch nauwelijks prestatiebevorderend. Ach, verzuchtte Kuipers, het effect van veel middelen berust op fantasie. Het werd toch eens tijd dat de medische commissie van het IOC eindelijk naar hem luisterde.

Bijna alle aanwezigen vonden dat het inderdaad hoog tijd werd dat Kuipers eindelijk toegang kreeg tot het IOC-bastion. Behalve onder andere Peter Winnen, de ex-beroepswielrenner die laatst een boekje opendeed over (zijn) gebruik van doping. In het slotforum probeerde hij tevergeefs de dopingexperts in de zaal ervan te overtuigen dat de stem van sporters ook eens gehoord moest worden. Waarom gebruikt hij? Onder welke druk staat hij? EPO, geen effect? De renner die het vorige jaar nog aan zijn wiel hing, vloog hem een jaar later voorbij als een hazewindhond. Winnen wist wel beter. Kuipers en de zijnen moesten eens weten wat er aan narigheid en zeker aan prestatieverhogende middelen in omloop zijn. Ze wilden het niet weten.

Zo ging een sessie van veel herhalingen over dopingvraagstukken voorbij. De organisatie had een levendige discussie over wel of niet-liberalisering voor ogen. Maar al ver voor de dag van het debat bleek dat hun bijeenkomst met enige scepsis werd ontvangen. Een verzoek aan NOC*NSF, vertelde een woordvoerder het sportfilosofische genootschap De Kring, om een adreslijst van de Nederlandse topsporters werd niet gehonoreerd. Hun aanwezigheid op een dergelijk debat zou verwarring kunnen scheppen. ,,Over paternalisering gesproken'', aldus de organisatie.