De jacht

Een paar keer per dag neem ik een schilderij met koeien van de muur. Ik hang er een katrolletje met een wit koord voor in de plaats – ik trek een stoel bij, steek mijn handen in de lussen aan de uiteinden van het koord en begin de oefeningen die de beweeglijkheid van mijn schouder moeten herstellen. Als mijn hond dat ziet, komt hij erbij liggen.

Ik doe mijn oefeningen, ik voel me belachelijk, ik kijk neer op mijn hond, die terstond in slaap is gevallen en vraag me af waarom hij dat doet, waarom hij daar is gaan liggen. En opeens weet ik het: die denkt dat ik aan het werk ben.

Tot voor kort, zolang hij de trap op kon, kwam hij er ook altijd bijliggen als ik ging zitten schrijven. Ik geloof al z'n leven dat hij zich zo verdienstelijk wilde maken, dat hij zo een bijdrage dacht te leveren. In zijn slaap straalde hij dan een intense tevredenheid uit. Mijn hond is volkomen overtuigd van zijn nut op deze wereld. Voor hem is het heel gewoon dat onze gezamenlijke inspanningen elke avond weer in een volle etensbak resulteren.

Je mag aannemen dat de denkbeelden die honden er over werk op nahouden aan de roedel en de jacht zijn ontleend. Samen het veld in, dat komt ongetwijfeld het dichtst bij hun natuur. Ik herinner me de teleurstelling van mijn hond op momenten dat ik eens wat voor hém had kunnen doen, een keer toen ik naliet de haas te grijpen die hij had opgejaagd, een keer toen ik weigerde de achtervolging in te zetten op de gemzen die hij had ontdekt – ja, toen overviel hem iets van twijfel.

Nog raadselachtiger dan de drijfveren van je eigen hond zijn die van een hond die zich zomaar een tijdje bij je aansluit. In de Alpujarras werden we eens een daglang vergezeld door een leeuwkleurig zwervertje en het was volstrekt duidelijk dat hij dat niet alleen deed voor zijn plezier (en een eerlijk deel van ons middagbrood), maar ook om zich nuttig te maken.

Ergens in Nederland, hoorde ik onlangs van een kennis, woont een hond aan een wandelroute. Als je daar passeert, staat hij op om met je mee te lopen. Na een minuut of twintig, net als je in een persoonlijke band begint te geloven, kom je bij een bord met het verzoek: wilt u de hond nu terugsturen?