De bibliothecaris 1

Tom Gitsels werkt in een openbare bibliotheek met een wetenschappelijke steunfunctie (NRC Handelsblad, 2 september). Hij werkt daar in een zandwoestijn. Hij bevindt zich daar temidden van teloorgang, verloedering, afbraak en ondergang. En hoe is dat zo gekomen? Omdat de officiële geloofsuitdragers, de managers, een bibliotheek hebben gecreëerd zonder enige geur of sfeer van boeken. Zij hebben toegestaan dat de digitaliteit de macht heeft overgenomen. Dixit Gitsels.

Inderdaad, de openbare bibliotheek is gedigitaliseerd. Niet omdat de manager dat zo nodig vindt, maar omdat de gebruiker van de bibliotheek dat wenst. De bibliotheek is immers niet veel meer dan het antwoord op de vraag van de gebruiker. Als de samenleving verandert, verandert het individu. Als het individu verandert, veranderen zijn verlangens, wensen en eisen. En al diegenen die de verlangens, de wensen en de eisen van de individuele burger willen bevredigen, moeten dus mee-veranderen. Dat heet maatschappelijke ontwikkeling. Of vooruitgang.

Gitsels ziet het liefst dat de goeie, ouwe bibliotheek-van-vroeger, met al die boeken, met al die tijdschriften, met die geruststellende stilte en met die geur van cultuur, rap terug zal keren. Maar die `echte' lezers van Gitsels komen niet terug. Want ze zijn er niet meer. En dat is maar goed ook, want de oude Grieken (die cultuurdragers van vroeger die Gitsels toch moeten aanspreken) zeiden immers: `panta rhei' – alles stroomt, alles verandert.

Misschien moet Gitsels maar snel de consequentie van zijn opvattingen inzien en de openbare bibliotheek verlaten. Voor mensen als Gitsels is in de openbare bibliotheek van nu geen plaats meer. De gebruiker van vandaag zal Gitsels – de `man van gisteren' – niet missen.