Blokkades in Frankrijk gaan door

De blokkades van bijna honderd Franse olieraffinaderijen en opslagplaatsen door transportondernemers gaan door ondanks oproepen van de leiding van hun belangrijkste vakbond, de FNTR, de acties te beëindigen. Volgens schattingen door de leden zelf is 90 procent van hen het oneens met de leiding, sommige leden eisen zelfs het aftreden van voorzitter René Petit.

De FNTR-voorzitter achtte de concessies van de regering-Jospin aan de transportsector gistermiddag voldoende om de acties te beëindigen. Een andere belangrijke vakbond, Unostra, heeft juist opgeroepen tot voortzetting van de blokkades, net als de grootste landbouwbond. Sommige plaatsen die de vrachtwagenchauffeurs ontruimen, worden direct weer bezet door boeren.

Het Nationale Centrum voor Wegeninformatie telde gisteravond 170 blokkades in plaats van 116 eerder op de dag. Inmiddels heeft 80 procent van de 1.700 pompstations in het land geen benzine meer.

De regering-Jospin had gisteren aan het eind van de middag goede hoop op een spoedige ontmanteling van de tegen de hoge benzineprijzen gerichte acties, die het land nu al voor de zesde opeenvolgende dag lamleggen. Het lijkt er nu echter op, dat premier Jospin en zijn meest betrokken ministers van Transport, Landbouw, Begroting en Binnenlandse Zaken besprekingen voeren met een vakbondsleiding die het contact met de achterban kwijt is. Bovendien zijn de bonden onderling verdeeld en hebben de verschillende actie-voerende sectoren allemaal hun eigen eisen.

De Franse regering is de transportondernemers niet verder tegemoetgekomen dan zij eerder deze week deed met een accijnsverlaging van 15 procent. Twee van de drie bonden weigerden daarmee genoegen te nemen, maar gisteren ging de FNTR vanwege ,,ophelderingen'' tijdens het voortgezette overleg alsnog overstag.

Samen met andere, kleinere concessies, kost de maatregel de overheid 170 miljoen gulden.