AUTOUITLAATGASSEN VEROORZAKEN VEEL ZIEKTE EN STERFTE

In Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk is ongeveer drie procent van de sterfgevallen toe te schrijven aan de luchtverontreiniging die het verkeer veroorzaakt. Het gaat daarbij om ruim 20.000 personen. Daarnaast spelen uitlaatgassen een rol bij het ontstaan van 25.000 nieuwe gevallen van chronische bronchitis, een half miljoen astma-aanvallen en 16 miljoen verzuimde mandagen per jaar. Dat zijn de resultaten van een schatting die onderzoekers uit deze landen maakten in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, die de maatschappelijke kosten van luchtverontreiniging door het verkeer wil weten.

Dat mensen ziek kunnen worden en zelfs doodgaan als gevolg van luchtverontreiniging is al bekend van de beruchte Londense smog-episodes van een jaar of vijftig geleden. Maar ook onder minder extreme omstandigheden bestaat er een duidelijk verband tussen de kwaliteit van de lucht en het voorkomen van ademhalingsproblemen, verminderde longfunctie, chronische bronchitis en sterfte. Nooit eerder is echter het aandeel van het wegverkeer hierbij vastgesteld en nooit eerder is dergelijk onderzoek in drie landen tegelijk gedaan.

Natuurlijk kan men niet bij elk sterfgeval en elke astma-aanval de invloed van uitlaatgassen vaststellen. Daarom zijn de onderzoekers uitgegaan van statistische gegevens over het voorkomen van klachten en sterfte en metingen van de luchtkwaliteit. Wil men die met elkaar in verband brengen, dan is er in de eerste plaats behoefte aan een heldere definitie van 'luchtverontreiniging veroorzaakt door het wegverkeer'. Daarvoor hebben de onderzoekers het zwevend stof (PM10) als maat genomen. PM10 (de in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 0,01 mm) is tamelijk representatief voor de vervuiling door de verbranding van fossiele brandstoffen. Bovendien zijn er nauwkeurige epidemiologische gegevens over de gevolgen van deze vervuiling. De onderzoekers maten of berekenden voor elke vierkante kilometer Zwitserland en Oostenrijk, en elke vier vierkante kilometer Frankrijk, de gemiddelde concentratie PM10 gedurende het jaar 1996. Deze gegevens legden ze naast de uit de literatuur bekende dosis-effectrelaties voor PM10 om tot de uiteindelijke schattingen te komen (The Lancet, 2 september).

Aan de methode kleven tal van onzekerheden: veel gegevens zijn geschat, indirect berekend of in verschillende landen met verschillende methoden gemeten. De onderzoekers gebruiken dan ook meer dan de helft van hun artikel om gemaakte keuzen te verantwoorden. Zij benadrukken alles gedaan te hebben om overschatting van de effecten te vermijden. Dit blijkt onder andere uit de keuze voor alleen PM10. Luchtverontreiniging is immers altijd een mengsel van gassen van wisselende samenstelling en de effecten van de afzonderlijke componenten op de gezondheid mogen niet zonder meer bij elkaar opgeteld worden. De keuze voor één onderdeel van het mengsel is dan ook altijd een veilige. Het conservatieve karakter van de schatting maakt het resultaat alleen maar verontrustender.