Angst als drijfveer

Nederlandse managers zien niet veel in internet, stelt adviesbureau Andersen Consulting vast. Als ze er wat mee doen, is dat uit angst voor de concurrentie.

Hoever is het Nederlandse bedrijfsleven gevorderd met het gebruik van internet, en in hoeverre is het besef doorgedrongen dat internet het bedrijfsleven gaat veranderen? Niet ver genoeg, volgens Andersen Consulting.

Voor het derde jaar op rij heeft dit adviesbureau onderzoek gedaan naar het gebruik van internet door het internationale bedrijfsleven. Nederlandse ondernemingen blijken onderaan te bungelen bij de implementatie van dit nieuwe medium in hun bedrijfsvoering. Ook zijn ze minder enthousiast over de mogelijkheden van deze technologie dan hun Europese concurrenten. In landen als Finland, Zweden, Duitsland en België blijkt de bereidheid van ondernemers om iets in de virtuele ruimte te proberen veel groter te zijn. Om maar te zwijgen van de Verenigde Staten, de absolute koploper op het gebied van internet.

Uit het onderzoek blijkt dat de krachtigste drijfveer voor Nederlandse ondernemingen om internet te gebruiken angst voor de concurrentie is. En dat is geen goede motivatie als je de mogelijkheden van het net volledig wil benutten, zegt Marc Vrouenraets, partner bij Andersen Consulting. ,,Het ontbreken van de overtuiging dat internet volledig nieuwe kansen biedt leidt tot een defensieve houding van de ondernemers. Er heerst binnen veel bedrijven een sfeer van `eerst zien, dan geloven'.''

Het onderzoek van Andersen Consulting is gebaseerd op vragen aan topmanagers van grote industriële bedrijven. Hun werd bijvoorbeeld gevraagd: ,,Vindt u dat internet een belangrijk onderdeel vormt van de manier waarop u opereert?'' Dat vond geen van de Nederlandse respondenten. Met de stelling dat zakendoen via internet grote voordelen ten opzichte van concurrenten kan bieden bleek slechts 3 procent het eens. Op de vraag of internet de manier waarop de ondervraagde zaken doet zal veranderen antwoordde een schamele 7 procent bevestigend. Vrouenraets denkt dat de antwoorden een ,,redelijk getrouw beeld'' opleveren.

Dat de animo voor internet gering is in een land waar leiders van multinationals durven toegeven nooit achter een computer te zitten verrast Vrouenraets niet. Wel is hij verbaasd dat 90 procent van de Nederlandse ondervraagden aangaf een internetstrategie te hebben. ,,Mijn ervaring is dat weinig bedrijven een duidelijke zienswijze op internet hebben. Aankondigen dat je een miljard gulden wil investeren, maar niet weten waaraan je dat wil gaan besteden, dat vind ik dus geen strategie.'' Vrouenraets is er heilig van overtuigd dat internet het bedrijfsleven grote voordelen kan opleveren. Dat blijkt bijvoorbeeld in de chemie, een sector waarin hij drie grote Nederlandse concerns heeft geholpen een internetstrategie te bepalen. De chemische industrie ziet momenteel diverse elektronische marktplaatsen ontstaan, waar vragers en aanbieders elkaar via internet vinden. Dat kan flinke besparingen opleveren, zegt Vrouenraets: ,,Als ik vroeger vijf ton tolueen nodig had, moest ik alle aanbieders langs om te kijken tegen welke prijs en onder welke voorwaarden ik dat kon kopen. Dat kon wel een maand duren. Nu ga ik naar een internetsite als Chemconnect.com en vergelijk de aanbiedingen van de leveranciers. Binnen een half uur weet ik wat het beste aanbod is en heb ik de order geplaatst.''

Vrouenraets denkt niet dat met het instorten van de koersen van technologiefondsen, eerder dit jaar, het einde van de bloeiperiode van internet is ingeluid. ,,Internet is here to stay'', zegt hij, terwijl hij zijn pleidooi kracht bijzet door een diagrammetje te tekenen. ,,Kijk, we zitten nu even in een korte neergaande fase, maar na een dipje zullen de aandacht en de investeringen weer aantrekken. Het gevolg van de gebeurtenissen begin dit jaar is dat beter naar plannen wordt gekeken, voordat mensen er kapitaal in stoppen. Vorig jaar kon je voor de meest bizarre ideeën nog investeerders vinden, maar die tijd is over. Een idee moet waarde toevoegen of kosten reduceren, anders wordt het niks. Dat geldt zowel voor beginnende internetondernemingen als voor bestaande bedrijven die iets op het net willen gaan doen.''