Alleen in Parijs is er nog benzine

Frankrijk voert weer eens actie. De vrachtwagens blokkeren, de verhuurbedrijven en rijscholen staan stil.

Bruno Courteaud, directeur verkoop en marketing van Avis-Frankrijk, krijgt ineens een sombere toon. ,,Als u me vraagt wanneer dit gaat eindigen, ja, dan word ik niet vrolijk. Natuurlijk, de blokkades zullen weer verdwijnen. Maar daarmee is het probleem niet weg. De prijs aan de pomp zal blijven stijgen, vanwege de dure dollar, dat wil zeggen vanwege de zwakke euro. Deze kwestie overstijgt de macht van de Franse regering of welke nationale overheid ook. De euro moet opgekrikt worden, dat is de enige echte oplossing.''

Het autoverhuurbedrijf Avis is één van de slachtoffers van de blokkades die de Franse transportsector uit woede over de hoogte van de benzine- en dieselprijzen bij tal van olieraffinaderijen en -opslagplaatsen hebben opgeworpen. In vrijwel het hele land is brandstof niet of nauwelijks nog te krijgen, met uitzondering van de hoofdstad Parijs en omgeving. De raffinaderijen en opslagplaatsen daar genieten, met het oog op de staatsveiligheid, speciale bescherming. Daaraan is het te danken, dat menige Parijzenaar nog vrolijk zijn tank staat te vullen en om die reden ook heeft Avis nog niet het hele wagenpark stil hoeven leggen.

Courteaud, gisteravond: ,,De helft staat stil. We verhuren onze auto's met slechts een halfgevulde tank, om tenminste nog enkele klanten die niet ver hoeven te rijden, van dienst te kunnen zijn. Het is nu ook al voorgekomen dat klanten onze auto aan de kant van de weg laten staan. Ze melden het wel, maar we hebben zelf geen brandstof genoeg om ze op te halen.''

Rampzalig wil Courteaud de situatie niet noemen: de autoverhuurbranche is volgens hem wel wat gewend. Als Air France staakt of de vliegvelden dicht moeten bij slecht weer, kost dat ook omzet.

Noël Chavenois van concurrent Hertz is minder lankmoedig. ,,Dit moet niet nog een week duren. Onze klanten zijn veelal buitenlanders en vooral Amerikanen begrijpen niets van wat hier gebeurt. Geen benzine meer? Wat is dit voor rimboe, denken die. Ik begrijp overigens heel goed dat premier Jospin de transportwereld niet verder tegemoet wil komen. Wij hebben net zo goed te lijden, maar we lopen niet naar de overheid.''

Net als de autoverhuurbedrijven zijn ook autorijscholen de dupe van de acties met dit verschil dat veel rijschoolhouders zelf actievoerder zijn en zichzelf dus benadelen. Zes willekeurig uit het telefoonboek opgediepte rijschoolhouders in Lyon, Bordeaux, Nantes en Nice zijn ,,toevallig'' geen actievoerders, maar ze zijn het er allemaal wel roerend over eens dat de overheid hen moet helpen. Thierry Picco, eigenaar van een rijschool in het Zuidfranse Albi, is een uitzondering en heeft gisteren samen met plaatselijke ambulance-rijders, boeren en taxi-chauffeurs meegedaan aan blokkades van de toegangswegen naar de stad. ,,De hele Tarn-streek deed mee!'', zegt hij enthousiast, eraan toevoegend dat de meeste demonstranten geen benzine genoeg meer hebben om vandaag nog hun werk te kunnen doen. Hijzelf rijdt op gas en heeft nog ,,voor een paar dagen''.

Picco is zelfstandige maar aangesloten bij de Lunidec, de Nationale Vereniging van Vakbonden van Rij-Instructeurs. Voorzitter Jean-Louis Bouscaren, woonachtig in het Zuidfranse Montpellier, legt ,,graag'' maar ook woedend uit wat de grieven van de sector zijn. Sinds minister Fabius van Financiën vorige week 40 miljard gulden aan belastingverlichting aankondigde, hoeft geen enkele berijder van een normale personenauto, inclusief de taxi- en ambulancechauffeurs, nog wegenbelasting te betalen. Maar de rijschoolhouders wel. En al gaat het om slechts 300 gulden per jaar, dat is oneerlijk.

Bouscaren heeft ,,ergens begin volgende week'' een onderhoud met minister Gayssot van Transport. Drie eisen wil hij ingewilligd zien: verlaging van de accijnzen, afschaffing van de wegenbelasting en invoering van het lage BTW-tarief van 5,5 procent in plaats van de huidige 19 procent. ,,Ons staat het water hoger aan de lippen dan wie ook, ja ook dan die vrachtwagenchauffeurs. Zij, niet wij, bezetten de raffinaderijen, waardoor we nog eens extra gedupeerd worden. Maar ik waarschuw premier Jospin: tot dergelijke bezettingen zijn wij ook in staat. Wij, kleine zelfstandigen, scheppen de rijkdom in dit land en we zijn het goed zat daarvan zelf niets terug te zien.''