VN vrezen twintig doden West-Timor

Bij een nieuwe aanval door pro-Indonesische milities in West-Timor zijn naar schatting twintig mensen om het leven gekomen. Dat hebben medewerkers van de Verenigde Naties vandaag meegedeeld.

Eergisteren werden in hetzelfde gebied in de grensplaats Atambua drie medewerkers van de vluchtelingenorganisatie UNHCR door een militie vermoord. Ofschoon precieze details over het voortdurende geweld ontbreken, is duidelijk dat de openbare orde en veiligheid in de streek, die grenst aan het door de VN bestuurde Oost-Timor, niet meer kan worden gegarandeerd. Getuigen hebben verklaard dat gewapende benden ongestraft hun gang gaan, ondanks officiële verzekeringen van de zijde van de Indonesische regering dat veiligheidstroepen hard zullen optreden tegen milities.

In de Oost-Timorese hoofdstad Dili zei de woordvoerder van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN dat leden van gewapende groeperingen gisteren op strooptocht gingen in het dorp Betun, 55 kilometer ten zuiden van Atambua. ,,Er zijn onbevestigde berichten dat er twintig doden zijn'', aldus de woordvoerder, die daaraan toevoegde dat inmiddels al het VN-personeel uit het betreffende gebied is geëvacueerd waardoor het moeilijk is berichten te controleren.

Volgens Indonesische legerofficieren zouden bij de moordpartij in Betun elf dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Verder zouden bij gevechten tussen dorpelingen en leden van de militia 69 huizen in vlammen zijn opgegaan en honderd koeien zijn afgeslacht.

De woordvoerder van de VN-vredesmacht in Oost-Timor zei vandaag dat het ,,vrij duidelijk is dat de Indonesische autoriteiten de controle over West-Timor hebben verloren.'' President Wahid, die op dit moment de Millennium Top bijwoont van de VN in New York, zei dat de gewelddadigheden bedoeld zijn om zijn politieke positie te ondermijnen.

DOSSIER OOST-TIMORwww.nrc.nl