Pronk nu onbekende in Indonesië

Jan Pronk bezoekt Indonesië, nu als minister van VROM en niet meer van Ontwikkeligs- samenwerking. Dat scheelt.

. ,,Yan siapa?'' (Jan wie?) De meest jeugdige verslaggevers die zijn opgetrommeld door de Indonesische departementen van Milieu en Ruimtelijke Ordening kennen de bezoekende bewindsman uit Nederland niet, zelfs niet van naam. Die moet dan ook gespeld worden: Jan Pronk.

Dat is wel eens anders geweest. Nog maar negen jaar geleden, bij zijn laatste bezoek als voorzitter van de Intergouvernementele Groep voor Indonesië (IGGI), het donorenconsortium, werd hij al in de VIP-room van het vliegveld omringd door journalisten, die daarna niet meer van zijn zijde weken. De IGGI-voorzitter deed uitspraken over de vele misstanden waarover zij zelf hun ei niet kwijt konden en hoe meer Pronk-citaten, hoe groter de kans dat hun redactiechefs instemden met plaatsing. Dit `Pronk-effect', is uitgewerkt sinds president Soeharto in maart 1992 onvriendelijk bedankte voor de Haagse hulp en Nederland verwijderde uit het hulpconsortium.

Negen jaar later is Jan Pronk even terug in Jakarta. Low profile, zegt hijzelf, en dat klopt. Als hij in de onmetelijke lounge van Hotel Gran Melia op zoek gaat naar de verslaggever, is hij alleen. Pronk doet twee dagen Jakarta aan tijdens een reis langs een groot aantal hoofdsteden ter voorbereiding van de Wereldklimaatconferentie in Den Haag in november. ,,Als we nu het Protocol van Kyoto niet ratificeren, halen we de doelen inzake het klimaatbeleid niet en gaat alles verschuiven. Daar hebben we de ontwikkelingslanden bij nodig en dus voer ik gesprekken met collega's in bijvoorbeeld Brazilië, Nigeria en Indonesië''.

Verder sluit ook zijn ministerie een samenwerkingsovereenkomst met Indonesische zusterdepartementen. Gistermiddag sprak hij met niet-gouvernementele organisaties, die de omvang van de milieuproblemen in het door crisis geplaagde Indonesië ,,zonder precedent'' noemden. Pronk: ,,Ik heb dit tijdens mijn laatste bezoek in 1991 voorspeld. Dit kabinet is van goede wil, maar men heeft zeer veel in te halen en milieu heeft niet de allerhoogste prioriteit.''

Hij is zichtbaar in zijn element: even weg van het planologische millimeterwerk in Nederland voor een tournee langs oude, vertrouwde bestemmingen uit een vorig ministersleven. En hij trof zowaar oude bekenden. Zoals Erna Witoelar, die hem in 1991 als milieuactiviste de armoede aan de zeezijde van Jakarta liet zien. ,,Zij is nu minister van Ruimtelijke Ordening.''

Over Indonesië nu laat hij zich liever niet uit. Wel is hij aangenaam verrast door de souplesse waarmee de wisseling van de wacht zich heeft voltrokken en is onder de indruk van de nieuwe openheid. Maar hij houdt ook zijn hart vast: voor het uitblijven van nieuwe buitenlandse investeringen en de dreiging van desintegratie.

,,Moet je niks vragen over Oost-Timor'', zegt hij guitig. De coïncidentie is dan ook treffend. Toen Pronk nieuwe hulp opschortte toen het leger in 1991 ruim honderd demonstranten doodschoot in Dili, verbrak Soeharto de hulprelatie met Nederland. Op de dag van Pronks terugkeer vermoordden Oost-Timorese milities drie stafleden van de VN in Atambua, West-Timor. Een blamage voor president Wahid, die tijdens de Millenniumtop subtiel de mantel kreeg uitgeveegd door Kofi Annan. Pronk: ,,Wisten die Timorezen veel. Er zijn hier teveel samenzweringstheorieën in omloop.'' Inderdaad, hij kan het niet laten.