Opta hekelt opzet veiling voor UMTS

De overheid heeft nauwelijks geluisterd naar onafhankelijke raadgevers en te veel naar belanghebbenden bij het ontwerp van de veiling van UMTS-frequenties deze zomer. Dat leidde tot een gebrekkig veilingontwerp.

De invloed van de telecomsector op de veiling was te groot, de onafhankelijke toetsing te summier. Dat zegt J. Arnbak, voorzitter van de toezichthouder op de telecommunicatie, Opta, in een vraaggesprek met deze krant. Arnbak vindt het niet meer van deze tijd dat de staat, als belanghebbende bij de opbrengst, zelf de regie voert over veilingen van publiek bezit. De staat – de verkopende partij – heeft bovendien een belang van 43 procent in telecomconcern KPN, deelnemer aan de veiling.

Verkeer en Waterstaat veilde in juli vijf vergunningen die het recht geven om vijftien jaar geavanceerde mobiele telefonie via UMTS aan te bieden. Dit systeem maakt ontvangst van video en internet op de draagbare telefoon mogelijk.

De veilingopzet kende volgens Arnbak een aantal mankementen. De randvoorwaarden, zoals de mogelijkheid om straks antennes neer te zetten, waren onduidelijk. Bovendien was deelname aan de veiling voor nieuwkomers onaantrekkelijk, wat de bestaande bedrijven bevoordeelde.

De veilingopzet was rigide en het ontbrak de veilingmeester aan instrumenten om in te spelen op onvoorziene omstandigheden. De overheid werd overvallen door het plotselinge afhaken van belangrijke potentiële deelnemers, vlak voor aanvang van de veiling.

Het steekt Arnbak dat het ministerie bij het ontwerp van de veiling vooral geluisterd lijkt te hebben naar voormalig monopolist KPN. Opta ziet het als belangrijke taak nieuwe toetreders op de markt een faire kans te geven. ,,De Nederlandse overheid lijkt vooral te hebben geluisterd naar de dominante aanbieder. Dat is – in ieder geval op dit moment – niet de gebruikelijke weg in Europa.''

Opta heeft haar diensten vorig jaar mei aangeboden aan het ministerie, maar is ,,nooit uitgenodigd'' te adviseren over het veilingontwerp. Wel mocht Opta in een vroeg stadium adviseren over de vraag aan welke randvoorwaarden de veiling moest voldoen. Het ministerie heeft het grootste deel van deze adviezen niet opgevolgd. Dat heeft volgens Arnbak consequenties gehad voor de, vergeleken met andere landen, schamele veilingopbrengst van 5,9 miljard gulden. ,,Du moment dat duidelijk wordt dat er geen duidelijk randvoorwaarden zijn, zoals de toegang tot antennes, neemt de waarde van je aanbod af.''

VRAAGGESPREK ARNBAK pagina 12