`Natuur functioneert als vervanging van religie'

De geseculariseerde mens heeft niet genoeg aan een landschap. Hij wil meer weten over zijn geschiedenis en tradities.

Het moet anders, vinden ze bij Alterra, het onderzoeksinstituut voor de groene ruimte in Wageningen. We moeten leren anders naar landschappen te kijken. Het ecologisch bewustzijn van de gemiddelde Nederlander is aan het veranderen. Was tien jaar geleden de strijd om de natuur een hot issue, tegenwoordig neemt de kritische burger niet langer genoegen met zomaar een natuurgebied. De gemiddelde recreant eist tegenwoordig een verhaal achter de natuur. Hij wil in zijn vrije tijd graag in de natuur wandelen, maar hij wil weten waarom het landschap is zoals het is. ,,De burger heeft een meer verfijnde smaak gekregen'', zegt Peter Smeets, hoofd van de afdeling landschap en ruimtegebruik van Alterra, adviseur van zowel het ministerie van Landbouw als gemeenten. ,,Je zult hem tegelijk met een stuk nieuwe natuur ook een paar mythes moeten verkopen, anders treft hij alleen een platte verzameling biodiversiteit aan.''

Het landschap moet nooit zomaar op de schop worden genomen. Het moet leesbaar blijven. Geslaagde voorbeelden vindt Alterra de wijze waarop het voormalige eiland Schokland is opgenomen in de Noordoostpolder, met respect voor de historie van het eiland. Of zoals eeuwen geleden kooplieden De Beemster drooglegden, met oog voor de strakke geometrische opvatting van de renaissance, als gevolg waarvan het gebied nu op de Werelderfgoedlijst staat. Of de Erasmusbrug in Rotterdam, die niet alleen past in het stedelijk milieu en twee oevers verbindt, maar ook bijdraagt aan de schoonheid van de stad. Of bij het natuurproject Millingerwaard bij Nijmegen, waar niet alleen de soortenrijkdom is toegenomen, maar de stedelijke bezoeker zich waant in de wildernis.

Het natuurbeleid moet meer aansluiten op de behoefte van mensen aan identiteit, zegt algemeen directeur André van der Zande van Alterra. Het instituut is ontstaan op 1 januari 2000 uit een fusie tussen het Staring Centrum, Instituut voor Onderzoek van het Landelijk Gebied (SC-DLO), het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) en een deel van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO). Natuur is van de culturele identiteit van de Nederlandse landschappen slechts een onderdeel, aldus Van der Zande. Je hoeft geen verschil meer te maken tussen stad en platteland, maar veel meer tussen landschappen met kwaliteit en minder geslaagde landschappen. Het denken in termen van groene en rode contouren, die de grens tussen stad en natuur markeren, is achterhaald. De discussie gaat over de vraag of een landschap wel of niet `waarachtig' is, dat wil zeggen of het past in de geschiedenis van de regio.

Het landschap, zeggen ze bij Alterra, heeft niet twee maar drie dimensies. Het landschap heeft de dimensie van het `ware' landschap, een object met duidelijke eigenschappen; het heeft de dimensie van het `juiste' landschap als sociaal verband, dat is ingericht en functioneert zoals wij dat in Nederland met elkaar hebben afgesproken; het landschap heeft bovendien een dimensie van `waarachtigheid', het heeft een verhaal, een verleden. Bij de inrichting van Nederland moeten deze drie dimensies elkaar versterken. Alterra spreekt van het ,,kubieke landschap''. Smeets: ,,Planologische beslissingen moeten gepaard gaan met een goed verhaal. Je kunt daarbij geen normen opleggen. Maar het moet wel diepgang hebben, en bovendien moet dat verhaal, die metafoor, passen bij de waarheid en de juistheid van een landschap.'' Soms, vertelt Smeets, krijgt Alterra natuurprojecten onder ogen met fantastische verhalen over het verband met de historische karakter van de streek, maar laat men daarbij op papier bijvoorbeeld het water in dat project omhoog lopen. ,,Is echt gebeurd. Een project in de Achterhoek.''

Alterra-directeur Van der Zande mist, ook in het nieuwe natuurbeleidsplan van staatssecretaris Faber (Natuurbeheer), een offensief landschapsbeleid. ,,We raken ons verleden kwijt.'' En dat is jammer, want iedereen heeft zijn favoriete landschap. ,,Denk aan de molens van Kinderdijk, denk aan de Alblasserwaard.'' Voor mensen in Twente wordt hun regionale identiteit bepaald door het agrarische cultuurlandschap, voor anderen is dat de stad, met zijn grachten en parken, met de Erasmusbrug als hoogtepunt in het stedelijk landschap van Rotterdam. Van der Zande: ,,In de postmoderne kennissamenleving zal de identiteitsvraag van waar je woont steeds belangrijker worden. Je identiteit ontlenen aan je geloof valt weg. Je identiteit ontlenen aan de baas waar je je hele leven werkt valt ook weg. Dus wat is identiteitsbepalend voor de moderne kenniswerker? Dat is het huis waar hij woont en waaromheen hij zijn wereld opbouwt. Enerzijds mondialiseert de economie, anderzijds trekt de moderne mens zich terug op zijn huis en zijn directe leefomgeving, om daar zich identiteit te ontlenen aan lifestyles. Je consumptiegedrag bepaalt je identiteit, maar ook je woongedrag. Veel mensen zijn bezig met historische wortels van de regio. Zie het succes van boeken als van Geert Mak.''

Het landschap, zeggen ze bij Alterra, wordt meer en meer beleefd. Landschapsarchitect Jannemarie de Jonge van Alterra: ,,In opkomst is t struinnatuur, natuur die je de illusie geeft dat je kunt verdwalen. Veel mensen willen geen netjes aangeharkte natuur meer vol paadjes en paaltjes, maar ze willen zelf een weg zoeken in de ruimte.'' Daar moeten de beleidsmakers op inspelen. Ze moeten afgaan op landschapspsychologisch onderzoek. Veel mensen, zegt De Jonge, waarderen in het landschap bovendien het tijdsaspect: ze willen zonsondergangen en ochtendnevels zien, en de wisseling der seizoenen. ,,Veel mensen zoeken een tegenwicht tegen de versnelling in onze maatschappij. In de 24-uurseconomie krijgen ze behoefte aan een tijdsmarkering. Die vinden ze in het landschap.''