Molukse dreiging

RUIM EEN HALVE EEUW zit ze nu al weer hier, de Molukse gemeenschap. Er is heel wat veranderd sinds de dramatische aankomst van voornamelijk oud-KNIL-militairen met hun gezinnen. Er is zeker veel veranderd sinds de treinkaping bij De Punt, die ook al weer een kwarteeuw achter ons ligt. En toch zien we nu leden van een groep die zich de Vrije Molukse Jongeren (VMJ) noemt openlijk in de media praten over aanslagen en geweld. Er is iets goed mis in de Molukse gemeenschap – en niet alleen op de door religieuze en burgertwisten verscheurde eilandengroep in de Oost.

De dreigementen zijn bedoeld om Nederland als tijdelijk lid van de Veiligheidsraad een vredesmacht van de Verenigde Naties af te laten dwingen. Maar zo gaat het in New York niet. Onrealistische verwachtingen over de Nederlandse mogelijkheden zijn helaas maar al te goed te verklaren uit de geschiedenis van de Molukse minderheid hier te lande. De internationale gemeenschap valt zeker aan te spreken op de slachtpartijen. Nederland heeft dat deze zomer ook gedaan, evenals trouwens Indonesië's president Wahid. De wereldpolitieke afweging is echter nog steeds dat de regering-Wahid om verschillende redenen als eerste in aanmerking komt een eind te maken aan het binnenlands geweld.

DAT BESEF IS ook aanwezig binnen de Molukse gemeenschap in Nederland, getuige de reis van een delegatie naar het Indonesië van Wahid. Een delegatielid zei openlijk dat de opdracht het geweld te beteugelen maar even voorrang moest krijgen op de oude RMS-idealen. Dat geweld lijkt nu wat te zijn gaan liggen, maar het kan natuurlijk altijd een stilte voor de storm zijn. Het is hartverscheurend voor de Molukkers in Nederland zo te moeten toekijken, maar dat verandert niets aan het harde feit dat geweld dáár niet met geweld hìer valt te bestrijden. Integendeel, ondanks een lange traditie van appeasement werken gewelddaden zeker contraproductief.

Toch heeft premier Kok, na een aanvankelijke weigering, de Molukse kwestie genoemd in de Veiligheidsraad. De moord op VN-medewerkers op Timor bood plotseling een aanleiding. Het getuigde van gepaste betrokkenheid die kans te grijpen, want er is alle reden tot zorg. De voorafgaande week van dreigementen van de Molukse jongeren hebben deze interventie in elk geval eerder kwaad dan goed gedaan. Door hun optreden lijken de woorden van Kok toch weer een beetje bedoeld voor binnenlands gebruik. Zoiets doet altijd af aan de beoogde indruk op de wereldleiders.

De dreigementen van de jongeren zijn ernstig genoeg om de aandacht van politie en BVD te verdienen. Maar ze roepen allereerst een vraag op met betrekking tot de oude RMS-generatie. Men spreekt nog steeds van een ,,regering in ballingschap''. Een woordvoerder van de RMS geeft volmondig toe dat de gewelddaden waarmee wordt gedreigd ,,alleen maar schadelijk'' zijn. Maar wat doet zijn ,,regering'' om de jongeren daadwerkelijk van hun dreigende dwaalweg af te halen?