Mantelpakje knuppelt moeder

`Ik vind seks belangrijker dan rechtvaardigheid.' De historicus Simon Schama reageert als een opgewekte schooljongen op de vraag wat het leven voor hem de moeite waard maakt. Beroepsfeministe Germaine Greer zegt daarop: `Het verbaast me dat je seks noemt, maar ja, je bent een man.' De schrijver Wole Soyinka stelt dat, als het om seks gaat, vrouwen even goed roofdieren zijn als mannen. `Dat is tenminste mijn ervaring.'

Aan het woord is een gezelschap beroemde wetenschappers en kunstenaars dat zich op uitnodiging van programmamaker Wim Kayzer in Nederland heeft verzameld voor een discussie over twee grote woorden: schoonheid en troost. Binnen tien minuten hebben ze het over seks, het orgasme en de jacht.

De discussie vormde het wonderlijke en onderhoudende sluitstuk van Kayzers zesentwintig-delige serie `Van de schoonheid en de troost', uitgezonden door de VPRO. In de voorafgaande afleveringen had Kayzer zijn gasten afzonderlijk enkele vragen voorgelegd. Wat maakt dit leven de moeite waard? Waarin vinden we schoonheid, en is er over die schoonheid iets te beweren? Wat troost ons? Wat zijn de herinneringen of verwachtingen die groter zijn dan ons verdriet?

Kayzers televisieserie is geprezen omdat hij erin slaagde een uniek gezelschap bij elkaar te krijgen en grote woorden niet schuwde. Maar er werd ook veel gemopperd, met name op Kayzers biechtvaderlijke toon en op de klassieke voorkeuren van het elitaire gezelschap. Zowel literatuurwetenschapper George Steiner als filosoof Roger Scruton schoof popmuziek en film luchtig terzijde als pseudo-kunst. Gewezen werd door critici verder op de gevorderde leeftijd van de gasten en de impliciete aanname van Kayzer dat wijsheid met de jaren komt. Over het geringe aantal vrouwen (zeven) werd niet gerept, maar wel kwam de klacht dat Kayzer zijn vrouwelijke gasten meer behandelde als patiënten dan als serieuze gesprekspartners. De afleveringen met de geheugendeskundige Elizabeth Loftus en de filosofe Martha Nussbaum hadden inderdaad een schrikbarend hoog therapeutisch gehalte. Met de `harde' wetenschappers, de natuurkundigen Steven Weinberg, Edward Witten, Leon Lederman praatte Kayzer liever over de schoonheid van wiskundige formules en natuurkundige theorieën.

Coetzee

Nu is er het boek van de televisie-serie. Zo heet het ook: Het boek van de schoonheid en de troost en niet `het boek over de schoonheid en de troost'; een titel, bovendien, met een bijbelse bijklank. Het boek bevat deels `de neerslag van het interview', zo vermeldt Kayzer in de Verantwoording, deels nieuwe bijdragen van de auteurs, die Kayzer na het interview schriftelijk een persoonlijk verhaal, gedicht of brief of essay stuurden. Wie waarheidsgetrouwe neerslagen van de televisie-interviews verwacht, komt bedrogen uit. Kayzer heeft zijn sturende rol gemaskeerd door zijn vragen weg te laten of in de mond van de geïnterviewde te leggen. `Hebben chimpansees een voorstelling van de dood?' vraagt Jane Goodall zich af in dit boek. Maar op televisie was het Kayzer die haar deze vraag stelde. Het enige stuk waarbij de vragen wel zijn opgenomen, betreft een uiterst pijnlijk interview met de Zuidafrikaanse schrijver John Coetzee, vermoedelijk intact gehouden omdat er zonder de suggestieve vragen van Kayzer geen stuk was overgebleven. `Zo pardoes kan ik daar niet op reageren', of `Ik heb daar niet direct een antwoord op', zo luiden Coetzees korte ontwijkende antwoorden steeds weer.

Maarten Huygen, televisie-criticus van deze krant, merkte al op dat Kayzer in de slotaflevering – het gesprek met alle gasten – zijn best had gedaan zoveel mogelijk kijkers af te schrikken door geen namen in beeld te laten komen bij de sprekende personen. Iets soortgelijks geldt voor het boek. Informatie over de auteurs ontbreekt, en als lezer is het soms gissen naar de vraag wie deze mensen zijn en waarom juist zij geacht worden interessante meningen over schoonheid en troost te hebben. Waarom bijvoorbeeld Madonna of André Hazes niet in aanmerking genomen? De lezer is aangewezen op korte introducties van Kayzer aan het begin van elk stuk, maar die zijn dermate gezwollen van toon en retorisch zozeer gericht op emotioneel effect, dat het lastig is je te concentreren op de inhoud. Kayzer bedient zich van semi-dramatische vooruitwijzingen in de toekomende tijd, terwijl het interview allang is geweest, korte werkwoordloze zinnen met vermelding van romantische weersomstandigheden (`Ergens op de poesta. In de avondzon.'), zinnen die elkaar suggestief opvolgen (`Naast de vraag stond de fles whisky. Waarvan Konrad af en toe nipte om de moed erin te houden. Er was geen verbittering'). Voorts bevat het boek bijdragen van de schaker Jan Timman, de tekenaar en schrijver Marten Toonder en de schrijver Péter Esterházy. Als lezer vraag je je af waarom zij níet op de televisie te zien waren en wel in het boek staan. Raadselachtig is verder dat Kayzer, in de introductie bij de bijdrage van Jan Timman, schrijft dat in het hele gesprek `geen schaakstuk zou voorkomen', terwijl Timmans bijdrage notabene `wit paard' heet.

Wie de serie op televisie heeft gezien, wordt vooral verleid een vergelijking te maken tussen de beleving van een tv-interview en de `neerslag' ervan in het boek. Soms valt het geschreven interview tegen wanneer je de tv-uitzending hebt gezien. Dat geldt bijvoorbeeld voor Jane Goodall en George Steiner. Op papier mis je de wonderlijke rust, het respect dat Goodall afdwingt als ze spreekt. Steiner is een geboren verteller en op schrift maken zijn anekdotes minder indruk. Mogelijk nog weerzinwekkender dan het melodramatische televisie-interview met haar al was, is de bijdrage van Martha Nussbaum. Op tv zagen we haar grootste bron van troost: zichzelf, puffend en zwetend op de hometrainer. Even later, keurig gekapt en make-up bijgewerkt, vertelde ze Kayzer over de verafgoding van haar vader en contrasteerde die met de moeizame verhouding met haar alcoholistische moeder, aan wier sterfbed ze ontbrak omdat ze een lezing over emoties moest geven. Voor het boek schreef zij een toneelstuk met als titel `Emoties als waarde-oordelen'. Hierin voert ze professor Anna Griffin op (natuurlijk Nussbaum zelf), gespecialiseerd in filosofische theorieën over emoties. Ze is achterin de veertig, gekleed in een `elegant mantelpakje', en volgens kenners een `grote stimulans' voor vele geleerden. Griffin gaat een lezing geven over emoties, maar voortdurend valt haar moeder haar in de rede. Ze pakt echter dapper de draad weer op. Nog afgezien van het gebrek aan zelfrelativering, de overdosis motherblaming en de vreemde, incestueus aandoende vaderverheerlijking, is deze bekentenisfilosofie, in de vorm van een toneelstuk, volstrekt onverteerbaar.

Verwijderbare waarheden

Maar er zijn ook gasten die op papier geslaagder uit de verf komen, zoals de meer persoonlijk getinte stukken van de dichter Rutger Kopland en van Elizabeth Loftus. Kopland houdt een ontroerend dichters-werkdagboek bij, waarin hij schrijft hoe hij uren kan twijfelen over de juiste woorden bij de schilderijen van Co Westerik, die volgens hem een verhaal vertellen over afscheid en dood. Loftus schreef een brief aan haar dode moeder. Daarin verwerkte ze fragmenten uit haar tienerdagboek. Teruglezend schrikt ze van de oppervlakkigheid ervan. `Ik was zo bezorgd dat iemand mijn minder aangename gedachten zou lezen dat ik soms dingen op een los papiertje schreef en met een paperclip aan de pagina vastmaakte. Mijn verwijderbare waarheden.'

Toch kan dit een waardevol boek zijn, voor wie de uitzendingen heeft gemist, en de manipulatie waarschijnlijk niet eens opmerkt, of voor wie een vergelijking tussen tv-afleveringen en tekst kan opschorten. De optimistische vraag wat dit leven de moeite waard maakt, wordt ingegeven door een tragisch besef: `wij gaan dood'. Kayzers gasten vertellen opvallend vaak over de dood van een partner, of van hun ouders. Sommigen hebben zelf nog maar een paar jaar te leven of keken de dood eerder in de ogen. Twee maakten het einde van de serie overigens niet meer mee (de dirigenten Yehudi Menuhin en Richard Dufallo). Bij elkaar genomen maken de bijdragen de worsteling van mensen met hun sterfelijkheid aangrijpend voelbaar. Sommige bijdragen bieden inspiratie, herkenning, verwarring ontroering, en ja, soms ook troost en schoonheid. Op die momenten maakt het boek zijn grootse titel waar.

Wim Kayzer: Het boek van de schoonheid en de troost.

Contact, 336 blz. ƒ69,90