Mama's Great Ass Tits

Een begrip dat je ook niet veel meer hoort: `repressieve tolerantie'. In de jaren zeventig en tachtig werd het vaak gebruikt om opstandige hippies, brullende krakers en andere `staatsgevaarlijke elementen' de mond te snoeren. Dat gebeurde volgens het principe: geef ze een vinger en stop met de rest van je hand hun mond dicht. Die vinger bestond meestal uit subsidie – als zo'n organisatie eenmaal geld rook bleken ze net zo plooibaar als de verfoeide machthebbers.

Aan dit mechanisme moest ik denken op de tentoonstelling Mama's Great Ass Tits in het CBK in Rotterdam. In het recente advies van de Raad voor Cultuur, het rapport waarvoor staatssecretaris Van der Ploeg verordonneerde dat er veel jeugd en allochtonen in moesten, speelde showroom Mama een opvallende rol. In het weinig opmerkelijk beeldende kunst-gedeelte (traditioneel niet erg jongeren-en-allochtonen-vriendelijk) werd rustig met het geld omgesprongen. Gerenommeerde musea en instellingen moesten opletten of kregen nul op het rekest – maar niet Mama. Dat kreeg een ton. Alleen was de motivering van de Raad wat curieus. ,,Mama's projecten kunnen niet worden beoordeeld volgens de in de kunstwereld geldende kwaliteitscriteria'', schreef de Raad. ,,Op grond van de contacten en (samenwerkings)verbanden van Mama stelt de Raad evenwel vast dat Mama's visie, expertise en netwerk serieus moeten worden genomen [...]'' Kort samengevat: we begrijpen er niks van, maar het klinkt goed (lees jong en hip) en dus krijgen ze geld. De nieuwe criteria voor kunstsubsidie in een notendop.

Deze bevoorrechte positie maakt nieuwsgierig. Het komt dan ook goed uit dat het Rotterdamse CBK haar seizoen opent met een `overzicht' van drie jaar `showroom Mama'. Alleen al de aankondiging van die tentoonstelling moet de staatsecretaris als muziek in de oren klinken: naast de `jeugdige' titel van de tentoonstelling schermt Mama met de kreet `een hete nazomerse mix van Trash Art en Sexiness'. Nu is dat wel wat overdreven voor het kleine zaaltje dat voor Mama in het CBK is ingeruimd. Het bevestigt vooral dat Mama beter is in tekst dan in beeld, precies wat het oordeel van de Raad al deed vermoeden.

Natuurlijk ziet Mama's Great Ass Tits er `jong' uit. Veel felle kleuren, verwijzingen naar graffiti en de muren zijn opgetrokken uit oude deuren. De tentoonstelling opent met een ziekenhuiskarretje van The Cookery Club waarop een aantal organen (longen, hart) liggen die van suiker zijn geblazen. Aan de muur hangen een lichtbak (die uit staat) met het woord `Fake' erop en er hangen kleurige schilderijen. Aan de zijkant staat een kast, met daarin vier televisies en een paar fallus-vormige objecten van glas. Ook de meeste van die werken proberen bij de tijd te zijn: het spijkerbroekenmerk Diesel wordt op de hak genomen, er is een video over de gabber-cultuur (hoewel die alweer `uit' is) en veel verwijzingen naar de Japanse Manga-strips. Erg veel indruk maakt het niet, het werk is vluchtig en gebaseerd op een snelle `kick'. Het aardigst is nog het plankje vol geboetseerde apenschedeltjes van Pepijn van den Nieuwendijk. Sommige schedeltjes zijn blauw, bij andere zit het haar er al weer op – ze doen denken aan de gekrompen trofee-schedels van sommige Papoea's.

Wie Mama's Great Ass Tits ziet merkt dan ook dat de erkenning van de Raad te vroeg komt. Mama is helemaal niet gebaat bij erkenning en canonisering. Hun kunst is soms geinig, soms aanstekelijk, maar zelden goed – het weet het sympathieke knutsel-niveau maar zelden te ontstijgen. Je ziet het pijnlijke scenario al voor je: vanaf nu wordt Mama serieus genomen, neemt het mensen aan, gaat een `beleid' voeren en binnen vijf jaar is al die naïeve wildheid verdwenen in een strijd om meer subsidie. Dat krijg je van repressief getolereerde wildheid. Zonde eigenlijk.

Mamas Great Ass Tits. CBK, Nieuwe Binnenweg 75, Rotterdam. T/m 26 sept. Di t/m vr. 12-18u, za 10-17u, zo 12-17u.