Kamer gelooft Korthals, niet politie in drama

Kwam het door personeelskrapte bij de politie dat de verdachten van het Dover-drama in het fatale weekeinde niet werden gevolgd?

Ontdek de verschillen.

Minister Korthals (Justitie) zei gisteren in de Kamer: Personeelskrapte speelde geen rol toen de verdachten van het Dover-drama in het fatale weekeinde niet door de politie werden gevolgd. Wij waren onbekend met het voornemen van dit transport. Hadden wij dat plan gekend, dan zouden we de verdachten altijd in de gaten hebben gehouden.

Recherchechef Jansen (Rotterdamse politie) zei eergisteren in deze krant: Door personeelskrapte kunnen wij verdachten in oriënterende onderzoeken op zaterdag en zondag nauwelijks nog volgen. De groep Dover-verdachten werd door de politie geobserveerd, maar met het oog op andere strafbare feiten, en in een oriënterend onderzoek, dus was het ,,ondenkbaar'' dat de politie ze in het beslissende weekeinde kon volgen.

Welke lezing van de gebeurtenissen correct is, staat sinds gisteren vast – in de ogen van de Tweede Kamer. Korthals, geïnterpelleerd door het CDA-Kamerlid Van de Camp, wist het parlement zonder slag of stoot te overtuigen van zijn interpretatie van de kwestie.

Het niet volgen van de verdachten in de `Dover'-zaak in het weekeinde van 17 en 18 juni, heeft vooral aandacht getrokken nadat in media werd geciteerd uit het justitiële dossier. Er blijkt uit dat de 58 Chinezen die in Dover dood zijn gevonden, vóór hun overtocht verbleven in Rotterdam. Ook wordt duidelijk dat de groep die door justitie wordt verdacht van de organisatie van het transport, geleid door de 34-jarige O., voor het weekeinde is geobserveerd door de Rotterdamse politie. Bij voorbeeld op 15 juni, toen de chauffeur van de dodentruck, Perry W., in Schiedam een ontmoeting had met hoofdverdachte O.

Advocaten van enkele Dover-verdachten, met name P. Doedens en J. Boone, concluderen dat de politie wist van het voorgenomen transport. Het moet zijn `doorgelaten', zeggen zij; een vrijwel verboden opsporingsmethode.

Het bewijs hebben ze niet geleverd. Wel beschikken ze over aanwijzingen. Doedens zegt een anonieme bron te hebben die stelt dat Rotterdamse agenten in behandeling zijn bij een traumateam omdat ze betrokken waren bij de doorlating. Boone claimt te weten dat de Britse politie in de achterzak van een overledene het telefoonnummer heeft ontdekt van de `Chinezen'-expert van de Amsterdamse politie. In combinatie met de gestaakte observatie in het fatale weekeinde, kan zo een mooi complotje worden gefabriceerd. Overbodig te zeggen dat de advocaten zo hun cliënten hopen te helpen: een bewijs van doorlating leidt vermoedelijk tot onmiddellijke invrijheidsstelling van alle verdachten. Maar bij gebrek aan dat bewijs telt voorlopig alleen de lezing van Korthals en het openbaar ministerie: zij ontkennen in alle toonaarden.

Toch is het onverklaarbare zo niet verklaard. Waarom was de politie er niet toen het erop aankwam? Tegen hoofdverdachte O. liep al sinds maart een gerechtelijk vooronderzoek. Weliswaar op verdenking van Koerdensmokkel, en weliswaar met hulp van een zeilboot – maar toch: van O. wás bekend dat hij kennelijk in mensensmokkel zat.

De echte verklaring, bleek deze week, schuilt in een kleine logica uit het dagelijkse recherchewerk. Het personeel ontbreekt om alle verdachten 24 uur per dag, zeven dagen per week, te volgen, zei recherchechef Jansen deze week. Dus moet de recherche kiezen. Gaat het om voorlopige onderzoeken, waarbij wordt gekeken of zwaardere middelen ingezet moeten worden (zoals aftappen), dan kan je verdachten niet permanent volgen. Dat was bij O. en de zijnen het geval. Dit neemt niet weg, zei Jansen erbij, dat de recherche ingeval van zware verdachten en zware feiten ook in het weekeinde paraat is.

Korthals presenteerde dezelfde feiten gisteren in omgekeerde volgorde. Hij benadrukte dat de recherche niet wist welke zware misdaad de dadergroep van plan was, waar Jansen een streep zetten onder het personeelsgebrek. Die krapte beaamde de minister, waar Jansen bevestigde dat de politie onbekend was met het voorgenomen Dover-transport. Wie de verschillen wil ontdekken, moet het zoeken in de presentatie, niet in de feiten.