Het paradijs van Bellamy

Op 10 september 2000 wordt Julian West wakker. Na een slaap van 113 jaar, 3 maanden en 11 dagen; op 30 mei 1887 was hij naar bed gegaan.

Julian West is de hoofpersoon in de utopistische roman van de Amerikaanse schrijver Edward Bellamy Looking Backward 2000-1887. Aan het eind van de negentiende eeuw, met de twintigste in zicht, verschenen talrijke toekomstromans, maar geen daarvan heeft zo'n succes gehad en een zo groot lezerspubliek gevonden als `Looking backward'.

Bellamy's boek verscheen in 1888 en werd direct een bestseller, allereerst in de Verenigde Staten en daarna, in vertaling, in allerlei andere landen. In ons land kwam het eerst twee keer uit als krantenfeuilleton, daarna zorgde de socialist Frank van der Goes in 1890 voor de Nederlandse editie onder de titel In het jaar 2000. Daar waren zeker niet alle socialisten gelukkig mee, de orthodoxe roden hadden weinig op met deze utopie. En ook de katholieke geestelijkheid ontraadde lezing van dit boek.

Miljoenen lezers in de westerse wereld verslonden niettemin het boek en raakten in vervoering over Nieuw Amerika, de maakbare wereld van geluk en harmonie die Bellamy hen voorschilderde. Aan die paradijselijke samenleving moest gewerkt worden. Er werden Bellamy-genootschappen opgericht met als overkoepelende organisatie de Internationale Bellamy Vereniging. Het kon toch ook niet anders: de moderne kapitalistische maatschappij, vond men, was zo door en door verrot dat een revolutionaire verandering niet achterwege kon blijven. Dat `bewees' Bellamy met zijn boek en die hemelse wending was niet het gevolg van geweld. Nee, aan het begin van de twintigste eeuw waren de mensen zo verstandig geworden dat zij inzagen dat de bestaande wantoestand onhoudbaar was. Daarom hadden zij het maatschappelijk roer radicaal omgegooid.

Het verhaal is simpel: Julian West viel 30 mei 1887 in een diepe slaap waarin zijn hypnotiseur hem had gebracht. Julian riep vaak diens hulp in omdat hij aan slapeloosheid leed hoewel hij zijn bed had laten zetten in een ondergrondse kamer met dikke muren waarin geen geluid van buiten doordrong. De hypnotiseur was op reis gegaan en Julian was blijven slapen, meer dan een eeuw lang. Zijn schuilplaats werd in 2000 blootgelegd en toen hij wakker werd keek hij in de vriendelijke ogen van zijn gastheer dokter Leete en diens lieftallige dochter. Samen met hen verkent hij het nieuwe Boston van 2000.

Dokter Leete: ,,Al Uw ellende kwam voort uit Uw ongeschiktheid tot samenwerking, die het gevolg is van het individualisme, waarop Uw gehele maatschappelijk stelsel berustte. Uit Uw onbekwaamheid om in te zien, dat gij tienmaal meer voordeel zoudt plukken van het elkaar helpen dan van elkaar bestrijden.''

Julian ontwaakt dus in een Amerika waar kapitalisme, geweld, armoede, concurrentie uitgebannen zijn, bewoond als het land nu wordt door `de nieuwe mens'. Een wereld waarin vrijwel ieder recht van lijf en leden is en ook geestelijk gezond. (Er wordt nog wel gerookt). Krankzinnigheid en zelfmoord, een eeuw geleden nog zulke vertrouwde fenomenen, komen nauwelijks meer voor, zieken en invaliden zijn slechts gering in aantal. Beter onderwijs, desgewenst tot je dertig ben, goede hygiëne en niet te vergeten een verantwoorde teeltkeus zijn daarvan de oorzaken. En bij dat laatste vertoont Bellamy een typisch laat negentiende-eeuwse trek: zijn geloof in verbetering door eugenese. ,,Het betekent, dat voor het eerst in de geschiedenis der mensheid het beginsel der natuurlijke geslachtskeuze met zijn strekking, de betere typen der soort te bewaren en zich te doen voortplanten en de minderwaardige te doen uitsterven, ongehinderd kan werken.''

Samen met de uitbuiting en het kapitalistische stelsel is ook het geld verdwenen. De mensen hebben een knipkaart (kredietkaart) waarmee zij kunnen kopen wat zij wensen. En dan gaat het natuurlijk niet langer om allerlei overbodige, waardeloze luxeartikelen. Hoogwaardige, duurzame goederen kunnen met de kredietknipkaart uit de magazijnen worden gehaald, verse groente enzovoorts.

Waar andere utopistische schrijvers zich een eeuw geleden nogal eens te buiten gingen in bizarre sciencefiction-achtige fantasieën, is Bellamy op dit punt nogal terughoudend. Er wordt niet gevlogen of van atoomkracht gebruik gemaakt. De enige nieuwe technieken zijn eigenlijk de rollende trottoirs, overkappingen die bij regen automatisch neerdalen, een soort televisie en de telefoon die zich als een radio heeft ontwikkeld en vooral gebruikt wordt om geestelijken het woord te geven of schitterende muziek te laten weerklinken. De naderende twintigste eeuw zou volgens Bellamy niet de eeuw van de techniek worden, maar het tijdperk van de grote geestelijke vernieuwing, een nieuwe Renaissance.

In 2000 is van uitbuiting geen spoor meer te bekennen en ook crisis, werkloosheid en woningellende zijn voltooid verleden tijd. Het nieuwe economische stelsel heeft als ruggengraat de gildenorganisatie en productie naar behoefte door het `arbeidsleger' waarvan iedere man lid is. Lanterfanters en verkwisters zoekt men tevergeefs. Met 45 jaar – na een diensttijd van 24 jaar – kan men met pensioen gaan en de ouderdagsvoorziening laat niets te wensen over. ,,Met 45 jaar hernieuwen wij de jeugd. Middelbare leeftijd, en wat gij ouderdom pleegt te noemen, wordt nu, eerder dan de jeugd, gehouden voor de benijdenswaardige tijd des levens. Dank zij de betere voorwaarden van bestaan en vooral de vrijheid van zorgen voor iedereen, nadert de ouderdom eerst vele jaren later en met een veel vriendelijker gelaat dan vroeger.''

In deze, op harmonieuze samenwerking gebaseerde samenleving, gedragen de mensen zich vriendelijk en behulpzaam overtuigd als de burgers zijn van de waarde van wederzijdse hulp en respect. Politie kent men niet, legers evenmin. Huwelijken worden niet meer uit berekening gesloten, vrouwen hebben dezelfde mogelijkheden als de mannen, maar wel binnen hun eigen vrouwenkring. ,,Zij hebben een vrouwelijk Hoofd en leven onder uitsluitend vrouwelijk bestuur. In geen geval mag een vrouw een beroep uitoefenen dat niet volkomen strookt, zowel in aard als in zwaarte van het werk, met haar geslacht. Juist door het onderscheid der seksen vrij spel te laten, (...) wordt het genoegen, dat iedere sekse in zich zelf en de aantrekkelijkheid welke de ene voor de andere heeft, gelijkelijk verhoogd. Wij hebben haar een wereld apart gegeven, met haar prikkels, haar eerzucht en haar loopbanen, en ik verzeker U dat zij er zeer gelukkig in zijn. Het schijnt ons toe, dat bij U de vrouwen meer dan enige andere bevolkingsgroep, de ergste slachtoffers Uwer beschaving waren.''

De Bellamy-beweging met haar talloze clubs en gespreksgroepen verloor snel haar aanhang en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekende min of meer de doodsteek. In de jaren dertig – crisisjaren – en kort na de Tweede Wereldoorlog leefde de beweging even op en verschenen er weer herdrukken van `Looking Backward 2000-1887'. In ons land verscheen in 1951 de twaalfde druk. Daarna is het doodstil geworden rond Bellamy.

Edward Bellamy (1850-1898) schreef als sociaal bewogen journalist een reeks romans. Als toelichting op zijn sociaal-utopische roman publiceerde hij in 1897 Equality, maar dat boek kreeg bij lange na niet de bekendheid van zijn `Looking backward 2000-1887'.