Griekse minister krijgt nul op rekest in Belgrado

De Joegoslavische regering heeft gisteren oproepen van de bezoekende Griekse minister van Buitenlandse Zaken om de verkiezingen eerlijk te laten verlopen en samen te werken met de internationale gemeenschap, van de hand gewezen.

Minister Jorgos Papandreou was gisteren de eerste prominente Westerse bewindsman die Belgrado bezocht sinds het eind van de Kosovo-oorlog, in juni vorig jaar. Hij bracht het regime in Belgrado ,,een boodschap'' van de Europese Unie: het moet ,,de democratie verdiepen'', ,,rechtvaardige verkiezingen organiseren'' en ,,zich niet isoleren''. Papandreou zei zijn Joegoslavische gesprekspartners ook te hebben geconfronteerd met ,,verdwijningen, moorden, de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting'' in Joegoslavië.

Maar nog voor zijn vertrek werd Papandreou door zijn gesprekspartners – de Joegoslavische president Miloševic, de Servische president Milutinovic en zijn Joegoslavische ambtgenoot Jovanovic – duidelijk gemaakt dat ze niet gediend zijn van wat Jovanovic later omschreef als ,,buitenlandse inmenging'' in de interne zaken van Joegoslavië. Volgens Jovanovic maakt die `inmenging' deel uit van ,,het beleid van druk'' op Joegoslavië. De komende verkiezingen, aldus Jovanovic, zullen ,,rechtvaardig en eerlijk'' zijn, want ,,Joegoslavië is een democratisch land''.

Miloševic hekelde volgens het persbureau Tanjug tegenover de Griekse minister ,,het schandelijke beleid van chantage en druk'' en ,,de discriminatie en de betutteling'' van de internationale gemeenschap.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) kwam in een maandag gepubliceerd rapport tot de conclusie dat de nieuwe Joegoslavische kieswet ,,aanzienlijke ruimte laat voor een veelheid aan misbruiken'' en ,,niet conform internationale normen is''.

Papandreou sprak gisteren in Belgrado ook met patriarch Pavle, het hoofd van de Servisch-orthodoxe kerk, en met vertegenwoordigers van de oppositie, inclusief presidentskandidaat Vojislav Koštunica. Nog voor zijn vertrek kwam het tot een incident, toen de politie vier activisten van de door het bewind gehate studentenbeweging Otpor aanhield, toen ze op weg waren naar een receptie die Papandreou gaf. De vier waren door de Griekse minister uitgenodigd. Toen hij hoorde dat ze waren opgepakt, protesteerde hij bij de Joegoslavische autoriteiten. De vier werden daarop vrijgelaten.

Het bezoek van Papandreou had de stilzwijgende zegen van de Europese Unie, maar het stuitte op bezwaren van de Amerikaanse regering. Een woordvoerder noemde het ,,ongelukkig'' dat een Europese leider met de statuur van Papandreou een in staat van beschuldiging gestelde oorlogsmisdadiger ontmoet. Twee van Papandreou's gesprekspartners, de presidenten Miloševic en Milutinovic, zijn door het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden aangeklaagd.