`Geringe rol ICT in economie'

Het aandeel van de ICT-bedrijven in de Nederlandse economie is dermate gering dat het prematuur is te spreken over een nieuwe economie met andere economische wetten. Dat stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het vandaag gepubliceerde rapport De Nederlandse Economie 1999.

Hierin meldt het CBS dat de economische groei in 1999 3,6 procent was, 0,3 procent hoger dan tot dusver was aangenomen. Het aandeel van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) was in 1999 3,6 procent van het bruto binnenlands product. Dit ligt in dezelfde orde van grootte als het bankwezen (3,3 procent) en de detailhandel (3,9 procent). Hoewel het aandeel van de ICT in de economie in vier jaar tijd is gegroeid van 2,5 procent naar 3,6 procent vindt het CBS dat nog niet gesproken kan worden van een `nieuwe economie'. Volgens sommige economen zal deze nieuwe economie geen tijden van recessie meer kennen. Een empirische toets of deze economen gelijk hebben is volgens het CBS nog niet goed mogelijk omdat de ontwikkelingen hiervoor te nieuw zijn. Feit is wel, zo erkent het CBS in de publicatie, dat de groei in Nederland voor het vierde achtereenvolgende jaar meer dan drie procent bedraagt en de prijsontwikkeling beperkt blijft.

Internationaal vergeleken deed Nederland het in 1999 erg goed. De werkloosheid is op die van Luxemburg na de laagste in Europa. Op de ranglijst van landen in de Europese Unie naar bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking staat Nederland op de derde plaats, achter Luxemburg en Denemarken.