De zeven adviseurs van de staatssecretaris

Staatssecretaris Monique De Vries (verkeer en waterstaat) onderstreept dat het ontwerp van de omstreden UMTS-veiling was gebaseerd op een groot aantal adviezen van deskundige buitenstaan- ders. Wie gaf welk advies?

UMTS-forum

Het ministerie heeft zich bij cruciale technische beslissingen laten leiden door de aanbevelingen van het UMTS-forum, ,,een internationale, onafhankelijke organisatie'', aldus het ministerie. Het in Dublin gevestigde forum is een organisatie van mobiele belbedrijven. Alle aanbevelingen van het forum worden gedaan vanuit het standpunt van deze operators, stelt Josef-Franz Huber, de Duitse vice-voorzitter van het forum, desgevraagd.

De frequentieruimte die een land te verdelen heeft is beperkt. De omvang van de individuele frequentievergunningen bepaalt daarom mede het aantal vergunningen dat ter veiling gebracht kan worden. Nederland koos op basis van adviezen van het forum voor vijf vergunningen. Critici stellen dat zes vergunningen tot een betere veiling hadden geleid. Zes was gezien de adviezen van het forum niet haalbaar, aldus het ministerie.

Een volwaardige vergunning zou volgens het forum 35 megahertz moeten omvatten. Het technisch minimum wordt gesteld op 25 megahertz. De minimumschatting is aan de ruime kant, stelt Huber. ,,Met 20 megahertz kunnen minder hoge snelheden worden bereikt dan met 25 megahertz, maar dat kan met allerlei technieken worden gecompenseerd.'' Huber bevestigt daarmee dat de uitgifte van zes vergunningen technisch mogelijk is.

Het ministerie ziet van een zesde vergunning af omdat het een te kleine, een `manke' vergunning zou zijn geworden. Tijdens de Duitse veiling wordt 18,4 miljard gulden voor zo'n `manke' vergunning betaalt.

Zelf heeft het ministerie geen onderzoek laten doen naar het UMTS-spectrum. Kennis over de technische opdeling van het spectrum is essentieel bij de vaststelling van het aantal vergunningen.

Overlegorgaan Post en Telecommunicatie (OPT)

In de zomer van 1999 praten overheid en telecombedrijven tijdens vier OPT-vergaderingen over de UMTS-veiling. KPN neemt tot tweemaal toe een minderheidsstandpunt in. KPN wil `absoluut' geen zesde vergunning en stelt voor om vijf ongelijke vergunningen te veilen: twee grote en drie kleine. Andere aanwezigen hebben geen bezwaren tegen een zesde extra vergunning en willen gelijke licenties omdat dit de transparantie van de veiling vergroot. Tweemaal neemt het ministerie het KPN-advies over.

Eventuele nieuwe toetreders tot de mobiele-telefoniemarkt, zoals Versatel en Worldcom, klagen dat zij bij het verwerven van een vergunning meteen een achterstand zullen hebben ten opzichte van de bestaande operators. Het ministerie weigert een onderscheid te maken tussen bestaande operators en nieuwe toetreders en bouwt geen waarborgen in voor nieuwkomers.

Het ministerie deze week in een verklaring: ,,Het is mogelijk dat de markt het verschil tussen nieuwe en al aanwezige partijen in Nederland zwaarder heeft gewogen dan de overheid in de fase van het ontwerp heeft gedaan.'' Het ministerie bestrijdt dat dit een impliciete erkenning is dat nieuwkomers tekort is gedaan.

Opta

De onafhankelijke toezichthouder op de telecommunicatie houdt in mei 1999 een pleidooi voor meer waarborgen voor eventuele nieuwe toetreders. Dat is nodig om deelname aan de veiling voor nieuwkomers aantrekkelijk te maken. Opta wil dat de zogeheten roaming-rechten in de wet worden geregeld. Met deze rechten kan een nieuwkomer met een UMTS-vergunning gebruik maken van andermans netwerk totdat er een eigen netwerk is gebouwd. Volgens de overheid hebben `de marktpartijen' aangegeven geen behoefte aan roaming-rechten te hebben. Allicht, merkt Opta op: de hier geraadpleegde marktpartijen zijn de bestaande mobiele operators en die willen hun netwerken uiteraard niet zomaar openstellen. De overheid neemt de adviezen van Opta niet over. Een inhoudelijke reactie op de argumentatie van Opta geeft ze niet.

Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

De kartelwaakhond adviseert desgevraagd over één specifiek facet van de veiling: de vraag of de staat het aantal vergunningen dat een partij mag verwerven kan beperken tot één om zo te voorkomen dat er te weinig concurrentie ontstaat. De autoriteit stelt dat er te weinig tijd is voor een gedegen onderzoek, maar keurt de voorgestelde beperking goed.

Center for experimental economic policy decisionmaking (Creed)

Creed wordt tweemaal geconsulteerd. De eerste keer heeft het advies weliswaar betrekking op de WLL-standaard (voor korte mobiele verbindingen), maar het ministerie vindt dat sommige punten uit het advies ook relevant zijn voor de UMTS-veiling. Creed-onderzoeker Arthur Schram bestrijdt dat het WLL-advies zonder meer kan worden omgezet in een UMTS-advies.

Het tweede advies van 10 januari heeft betrekking op deelaspecten van de UMTS-veiling en niet op het gehele veilingontwerp, onderstreept Schram. ,,Als ze een oordeel over het totale veilingontwerp hadden willen hebben, had ik daarvoor minstens een jaar de tijd nodig gehad. Als die tijd niet wordt gegeven, kan ik de opdracht alleen maar weigeren. Zo'n onderzoek duurt heel lang en gaat heel diep.''

UBS Warburg

Zakenbank UBS Warburg wordt in januari aangetrokken als adviseur én uitvoerder van de veiling. Het ministerie heeft deze week alle adviezen die ze heeft ingewonnen vrijgegeven, behalve het advies van UBS Warburg. De invloed van de zakenbank op de gang van zaken blijft daardoor onduidelijk. Zeker is dat de belangrijkste uitgangspunten van de veiling vaststonden op het moment dat Warburg werd ingehuurd.

Centraal Plan Bureau (CPB)

Een maand voor de veiling laat Financiën door het CPB onderzoeken hoe groot de kans is dat deelnemers op de veiling zullen overbieden. Dit naar aanleiding van de spectaculaire opbrengst van de Britse veiling, 85 miljard gulden. De Tweede Kamer spreekt haar bezorgdheid uit. Het CPB noemt het risico van overbiedingen na literatuuronderzoek beperkt. Verder zegt het CPB ten faveure van het 5-vergunningenplan van het ministerie: ,,Beperking van het aantal partijen in deze markt is maatschappelijk efficiënt omdat toekennen van frequenties aan vele partijen tot duplicaties van vaste kosten (antenne-netwerken, red.) zou leiden.''

Maar het CPB zegt ook: ,,Een veiling zorgt ervoor dat partijen bieden wat ze ervoor overhebben om op deze markt te mogen opereren.'' In Nederland is dat niet gebeurd: KPN-topman Paul Smits concludeert na afloop van de veiling tevreden dat het prijskaartje aan de vergunning ruim onder de door KPN gestelde biedlimiet is gebleven. Volgens veilingdeskundigen blijkt uit zo'n opmerking dat er iets mis moet zijn geweest met het ontwerp van de veiling.