De Hippogrief en Griffioen - gruwelijk beleefd

Op verzoek van veel Kinderpagina-lezers zetten wij de serie over de magische dieren in de Harry Potter-boeken voort. Frans van der Helm zocht voor het Potterhoekje in honderden jaren oude boeken beestenboeken naar de waarheid over de fabeldieren bij Potter.

,,Die rotlui van dat Comité voor de Vernietiging van Gevaarlijke Wezens,'' vindt Hagrid (in HP3), ,,Ze maken 't liefst elk interessant beessie een kop kleiner.''

Harry, Ron en Hermelien zijn in de boeken daarom druk op zoek naar oude rechtszaken - en naar de Hippogrief. Die van Hagrid, Scheurbek, had Draco Malfidus immers een wondje van niks bezorgd? Dat kwam doordat die hem pestte. Maar je weet hoe het gaat - het dier krijgt de schuld. En Hagrid natuurlijk ook. Iedereen wist toch dat je naar een Hippogrief moet buigen! Maar goed. Die Hippogrief heeft volgens oude schrijvers ook bij ons rondgevlogen. Hij had de achterkant van een paard, maar de voorkant van een reusachtige adelaar, met een wrede snavel en feloranje ogen. Een Hippogrief was heel groot, dus je werd inderdaad een beetje wee in je buik als je erop vloog. Met elke vleugelslag ging je een flink stuk op en neer.

Zoals de mus een vogelsoort is, is de Hippogrief een griffioensoort. Een Griffioen is een zeldzaam en bijzonder dier: een viervoeter met vleugels. De gewone Griffioen kwam oorspronkelijk uit Assyrië en Egypte. Daar werd hij heel vroeger aanbeden als een god. Later werd hij alleen nog maar gevreesd, maar wel haast overal. In de Middeleeuwen leefde hij op veel plaatsen. Vooral in de bergen, waar hij lekker de ruimte had om eens goed zijn vleugels uit te slaan - lappen zo groot als een bungalowtent. Zelfs in Noord-Europa, ver weg van Assyrië, kwam hij voor. Op veel kastelen zie je hem daar nog gebeeldhouwd, als waterspuwer. Een soort regenpijp zonder pijp, waardoor het water van het dak kon lopen.

In Middeleeuwse dierenboeken staat de vervaarlijke Griffioen gewoon tussen de honden, schapen en ooievaars in. `De GRIFFIOEN wordt geboren in gebieden in het uiterste noorden of in de bergen. Al zijn lichaamsdelen zijn als van een leeuw, maar zijn vleugels en aangezicht zijn als van een adelaar. Hij is paarden fel vijandig gezind. Maar ook mensen die hij toevallig tegenkomt zal hij aan stukken scheuren.'

Weet je nog niet hoe hij er uitziet? ,,Als je niet weet wat een griffioen is, kijk dan naar het plaatje,'' schreef Lewis Caroll al in het boek Alice in Wonderland. Maar er zijn veel verschillende plaatjes van griffioenen. Op dit plaatje uit de twaalfde eeuw heeft de griffioen inderdaad zo'n beetje de achterkant van een leeuw. En de voorkant van een adelaar met ezelsoren. (Deze draagt zomaar een heel varken de lucht in. Maar het slaapt, dat scheelt.) Er waren volgens betrouwbare bronnen van die tijd ook Griffoenen met draken- of vleermuisvleugels.

De gemiddelde Griffioen had dus een enorme hekel aan paarden. Er was vroeger zelfs een spreekwoord over. Dat gebruikte je als iets onmogelijk leek. Aardbeien plukken in de winter, ik noem maar wat, of kinderen krijgen, maar nooit eens spijt. Dat kon dan net zo goed `als het kruisen van een Griffioen met een paard.'

Griffioen en paard waren dus als hond en kat. Pas later, in 1516, waren ze er volgens schrijvers wel degelijk: Griffoenen met het achtereind van een paard. De Hippogriefen. Net als Hagrid - `wat een prachtbeesten, hè', buldert hij - vindt ik die erg mooi.

Verder was de Hippogrief een Griffioen als alle andere. Dat was een verschrikkelijk dier. Tenzij hij aan je gehecht was geraakt, dan was-ie wel weer te vertrouwen, maar alleen voor jou. Sommige mensen waren er gek mee, en er waren misschien wel kinderen die ze mee naar school namen. Maar ze waren wel duur in het onderhoud. Soms werden ze in kelders van kastelen gehouden, waar dan af en toe een gevangene bij ze werd gegooid. Zo was het te betalen.

Hoe het met de voortplanting zat weten we niet. Aan welke kant plantten zich voort? De vogelkant? Of de zoogdierkant? Met eieren, of met kant-en-klare jongen? Niemand die het zeker weet. Hoe dan ook, na de middeleeuwen werd de Griffioen heel zeldzaam. De Engelse schrijver Shakespeare noemde er nog eentje, maar dat was wel een trieste. Een gekortwiekte. Zoals mensen ook bij gewone vogels, zoals zwanen, weleens een stuk van de vleugels afknippen.

Uiteindelijk werd hij nog zo weinig gezien, dat sommigen begonnen te geloven dat ze hem vroeger verzonnen hadden. Maar nog in 1652 was er een professor die er een heel stuk over schreef. De titel was bijna net zo lang: 'Wat ze vroeger over Griffioenen hebben geschreven kan heel goed waar zijn.' Die man was een Schot, uit een land vol kastelen en ruime bergen, dus hij kon het weten. Toch is die Griffioen daarna ook niet meer echt gezien. Het doet denken aan het monster van Loch Ness, waar sommige Schotten ook iedere dag naar uitkijken. Weer niks. Ay, morgen misschien. (Ay is Schots.) Misschien is de Griffioen nu wel de kampioen van de uitgestorven dieren die Dreuzels nog steeds missen. Sommigen hebben zo graag willen bewijzen dat hij echt bestond, dat ze het juist per ongeluk ongeloofwaardig gemaakt hebben. Ze hebben opgezette griffoenen bij musea afgeleverd. Zie je nou wel! Met de voorkant van een gier of adelaar, en de achterkant van een groot zoogdier, en zo nog wat eigenaardige dingen. Maar ja, als je goed keek - gewoon aan elkaar genaaid.

Gelukkig is er nog Harry Potter's wereld, waarin je niet veel hoeft te bewijzen - omdat iedereen het gewoon wéét. Vogelbekdieren bestaan in onze wereld toch ook? De kop van een eend, het lijf van een mol, de staart van een bever. Daar lijkt ook niet veel van te kloppen.

De echte Griffioen is haast spoorloos verdwenen. Halve griffoenen zie je nog vaak, bijvoorbeeld op vakantie in de bergen van Zuid-Europa. Daar zweven adelaars rond, maar ook vogels die nog veel meer weg hebben van de griffioen: vale gieren. Het is een rare en saaie Nederlandse naam - je kunt veel zeggen van een vale gier, maar nu net niet dat-ie vaal is. Maar de Engelsen noemen die de Griffioengier. En die naam klopt veel beter. Inderdaad, je ziet hem zo aan een kasteelmuur hangen. Reusachtige vleugels en een lekker gemene kop, met een snavel om beleefd 'u' tegen te zeggen.

Maar ja, dan zie je alleen de voorste helft. Toch al erg mooi, zo in de Alpen of Pyreneeën. Heel af en toe komt er zelfs een rondzwervende Griffioengier over het voor hem veel te kleine Nederland zweven. Dus wie weet.

Vergeet niet te buigen.

Eerdere afleveringen van Potter's Beestenbazaar verschenen op de Kinderpagina van 4, 11, 18 en 25 aug. Dit najaar zijn ze op de in aanbouw zijnde Potterhoek op de internetsite van NRC Handelsblad na te lezen.