`Brandts Buys heeft mijn beeld van Bach gevormd'

Ton Koopman, dirigent, organist en klavecinist debuteerde in maart als componist met zijn reconstructie van Bachs Markus Passion, uitgevoerd in de Londense Proms.

De bibliotheek van musicus Ton Koopman, in zijn huis in Bussum, is van een indrukwekkende omvang en samenstelling. De oude boeken, een derde van de totale collectie, vullen de kasten van de vloer tot het plafond. De meeste werken hebben te maken met muziek van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw: partituren, psalmboeken, handschriften, geschiedkundige en theoretische boeken. Daartussen staan mooie edities van zeventiende- en achttiende-eeuwse Franse schrijvers, zoals de complete Voltaire, en Latijnse en Nederlandse letterkunde. Hij beschouwt zijn verzameling als een publieke bibliotheek, die op afspraak bezocht kan worden. Studenten en muziekwetenschappers maken er regelmatig gebruik van.

Vanzelfsprekend heeft Koopman (1944) veel literatuur over J.S. Bach (1685-1750), zijn geliefde componist. Koopman kreeg in maart van dit Bachjaar een eredoctoraat in de theologie van de Universiteit van Utrecht, voor zijn vertolking van het werk van Bach – als dirigent, organist en klavecinist. En als componist, want in maart vond ook de première plaats van Koopmans reconstructie van Bachs Markus Passion, uitgevoerd door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, in 1979 door Koopman opgericht. De wereldtournee van dit werk, dat als de eerste geslaagde reconstructie van de verloren gegane Markus Passion wordt beschouwd, eindigde deze zomer met een uitvoering in The Proms in Londen.

Het beslissende Bachboek is voor Koopman Johann Sebastian Bach, 48 praeludia van Hans Brandts Buys, uit 1950. ``Het is met een ongelooflijke liefde, en heel beknopt geschreven'', zegt Koopman. ``Je kunt in dat boek over alle onderwerpen die met Bach te maken hebben wel iets vinden. Brandts Buys heeft nog een paar andere boeken over Bach geschreven, dat zijn veel theoretischer boeken die ik minder bijzonder vind. In dit boek spreekt een mens over een componist die hij erg bewondert, zonder een heilige van hem te maken. Voor hem, en ook voor mij, is Bach een dierbare figuur. Zo vaak is een biografie meer een hagiografie, waar je ook een beetje enge gevoelens bij krijgt, of het is te wetenschappelijk-droog geschreven.

``Brandts Buys schrijft geen heiligenleven maar het theologische accent is in zijn boek nog wel wat te sterk. Dat was in die tijd een overdreven punt, men maakte Bach van genie tot iemand die zo godvruchtig was dat hij de `vijfde evangelist' werd genoemd. Bach was orthodox-Luthers; een normaal gelovig mens, zoals iedereen in die tijd dat was. Voor hem was er geen discussie of je tot een kerk behoorde of niet. Ik vind dat we Bach moeten zien als een mens van vlees en bloed, een lastig mens ook, die een beetje genialer was dan wij. Hij ondertekende zijn brieven wel met de woorden `allerunthertänigste Diener', maar dat was hij allerminst. Hij was een workaholic, die als hij in een hotel overnachtte om extra kaarsen vroeg om door te kunnen werken, en een Bourgondiër die drie keer zoveel dronk en at als de anderen.''

Ton Koopman kreeg het boek van Brandts Buys cadeau van zijn eerste vriendinnetje, op zijn zestiende verjaardag. ``Zij speelde blokfluit. Ik was in Zwolle, waar ik woonde, op mijn veertiende organist in de kerk geworden. Als er trouwdiensten of rouwdiensten waren en er was geen organist, dan werd er gebeld naar het gymnasium: `Kan Ton even komen?' Tot woede van vele leraren kreeg ik dan toestemming om er heen te gaan. Ik verdiende daarmee vijf gulden, dat was heel veel geld. Bach is bij mijn orgelspel altijd centraal geweest. Bij het klavecimbel staat de laat zestiende-, vroeg zeventiende-eeuwse muziek voorop, en daarna komt Bach en zijn tijd. Toen ik ben gaan dirigeren kwam Bach steeds weer te voorschijn, omdat hij op ieder gebied de meest fantastische dingen gecomponeerd heeft. Op een bepaald moment gaat zo'n figuur voor je leven, het is iemand met wie je te maken hebt, die beoordeelt wat je doet, voor je gevoel.

``Brandts Buys heeft op die vroege leeftijd in belangrijke mate mijn beeld van Bach gevormd. De Bach-wetenschap is sinds de verschijning van Johann Sebastian Bach verder gegaan, maar het is opmerkelijk hoezeer Brandts Buys voorliep op zijn tijd. Hij heeft het bijvoorbeeld over de getallensymboliek in Bachs composities. In die tijd had net een Nederlandse musicoloog zelfmoord gepleegd omdat niemand zijn ideeën over dat onderwerp begreep. Ook de affectentheorie, de muziek als een taal die gevoelens uitdrukt, en de retorica als instrument voor muziekanalyse, dat waren elementen die toen nog maar net onderzocht werden.''

Koopman is een hartstochtelijk pleitbezorger van de oude uitvoeringspraktijk, en heeft daarvoor veel onderzoek verricht naar bronnen die informeren over bijvoorbeeld vingerzettingen en articulatie. Brandts Buys (1905-1959) geeft welbespraakt blijk van dezelfde gezindheid in zijn boek over Bach. Koopman: ``Brandts Buys speelde zelf klavecimbel en was Universiteitscantor in Utrecht. In de periode dat hij schreef speelden meer mensen Bach op de piano dan op het klavecimbel. Men maakte gebruik van het normale instrumentarium, zoals je dat in een symfonieorkest hebt, en daar werden een aantal instrumenten aan toegevoegd. Pas in de loop van de jaren zestig kwam het streven naar authenticiteit. Door met historische instrumenten en in een kleinere bezetting te spelen wilden mensen zoals Leonhardt en Frans Brüggen Bachs werk laten klinken zoals het in zijn eigen tijd moet zijn geweest.''

Koopman kreeg zijn eerste klavecimbellessen in 1965 van Gustav Leonhardt, een specialist in oude muziek. Hij herinnert zich dat Leonhardt altijd met bewondering over Brandts Buys sprak. ``Brandts Buys durfde als een van de eersten te zeggen dat die muziek niet tot zijn recht kwam op de piano. Ik herinner me een van die passages in zijn boek nog precies. Hij schrijft: `Debussy op een clavecymbel, Beethovens Vijfde door een gamelan-orkest, zij zouden even vreemd klinken als Bach op een vleugel of met ons enorme orkest-apparaat. De kwestie is dat voorstanders van dergelijke klankverkrachting in egocentrische verblinding het klank-idioom van onze tijd ver verheven achten boven dat van twee eeuwen geleden, terwijl het in waarheid alleen anders is.' Dat waren boude uitspraken in die tijd, van iemand die dat ook eerlijk meende.''

Wat zou Brandts Buys van Koopmans Markus-reconstructie gevonden hebben? ``Hij zou gezegd kunnen hebben: `Wat een onzin, we hebben toch twee Passionen, dat is toch prachtig?' Ik denk echter dat hij uitdagingen en tegendraadsheid altijd heel leuk heeft gevonden. Waarschijnlijk zou hij het geapprecieerd hebben dat iemand zoals ik zijn nek durfde uit te steken. Nee, het is geen hoogmoed. Ik voel me niet Bach, ik voel me als een leerling van Bach. Ik heb geprobeerd om het zo goed mogelijk te doen in zijn stijl, die niet te evenaren valt. De `onderdanige dienaar' ben ik misschien meer dan Bach dat was.''

Hans Brandts Buys: Johann Sebastian Bach, 48 praeludia. Gottmer, 1950. Niet meer verkrijgbaar.