`We zitten hier als lokaas, ongewapend'

De drie hulpverleners van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR die gisteren bij een aanval in West-Timor om het leven kwamen, waren een Puertoricaan, een Kroaat en een Ethiopiër. Ooggetuigen hebben gezegd dat de aanvallers hen in elkaar sloegen en met kapmessen bewerkten totdat ze dood waren en vervolgens hun lichamen op straat verbrandden. Een overlevende, een administrateur van het UNCHR-kantoor in Atambua, zei dat hij en andere functionarissen wisten dat ze het doelwit waren van pro-Indonesische strijdgroepen en dat ze bij het Indonesische leger hadden aangedrongen op bescherming. ,,De voortekenen waren er, maar we dachten dat we voldoende voorzorgsmaatregelen hadden getroffen'', zei hij. ,,We zijn daar niet naar toe gegaan om te worden vermoord. We waren daar om de arme (Oost-Timorese) vluchtelingen te helpen, die daar nog steeds zijn en die nu in de val zitten.''

Twee weken geleden werden drie UNHCR-medewerkers aangevallen bij de stad Kefamenanu. De UNHCR schortte toen zijn activiteiten op, maar hervatte ze vorige week nadat de Indonesische autoriteiten twee verdachten hadden opgepakt en hadden beloofd de hulpverleners beter te beschermen.

Een van de omgekomen UNCHR-medewerkers, de 33-jarige Puertoricaan Carlos Caceras, stuurde zes uur voor zijn dood een email naar een vriend op een UNHCR-kantoor in Skopje, waarin hij schreef: ,,We zitten hier als lokaas, ongewapend [..] Deze jongens handelen zonder na te denken en ze kunnen net zo gemakkelijk (en pijnloos) een menselijk wezen doden als ik een mug in mijn kamer doodsla.'' Caceras schreef dat zojuist het nieuws was binnengekomen dat een aanval op het UNCHR-kantoor ophanden was. ,,We hebben het meeste personeel naar huis gestuurd. Ik hoorde zojuist iemand op de radio zeggen dat zij voor ons bidden.'' Inderhaast zijn schotten van multiplex voor de ramen van het kantoor getimmerd. De achterblijvers gluren naar buiten. ,,We wachten op de vijand.''.

Toch had Caceras hoop op een goede afloop en verheugde hij er zich op de volgende dag (vandaag) aan een reis van drie weken te beginnen. ,,Ik hoop alleen maar dat ik morgen kan vertrekken.'' Tot die tijd wilde hij blijven, ondanks zijn angst. ,,Terwijl we wachten op de komst van militie, en de dingen die zij willen doen, ga ik alvast de agenda voor de vergadering van morgen opstellen.''