Tropenarts blijft nodig 1

Volgens minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking is het uitzenden van deskundigen een anachronisme (NRC Handelsblad, 31 augustus). Jaarlijks bereiden zich 50 jonge artsen voor op een aantal jaren in de tropen. Nederland heeft een bijzondere positie in de wereld van tropenartsen. Nederlandse tropenartsen worden 2,5 jaar lang speciaal voorbereid op hun toekomstig werk. Ze moeten in staat zijn leiding te geven in de gezondheidszorg van soms meer dan 150.000 mensen. Vaak zijn zij een stimulerende factor. Soms gaat het mis. Op korte termijn levert het in ieder geval een bijdrage aan de gezondheidszorg in deze landen.

In mijn ziekenhuisje met 90 bedden in een ruraal gebied in Afrika moeten ze de tent draaiende houden met 150.000 gulden per jaar. De salarissen worden voor het medisch personeel door de overheid betaald. Het ondersteunend personeel wordt betaald door het ziekenhuis. Van de regering krijgen we jaarlijks ongeveer 15.000 gulden. De rest moet van donoren komen. Omdat het een missieziekenhuis is en de oorspronkelijke missionarissen nog steeds steun verlenen en omdat er twee Nederlandse artsen zitten, kan toch nog wat geld gegenereerd worden voor een redelijke kwaliteit van zorg. De dokter krijgt een salaris van 300 gulden per maand en voor de diensten een extra 600 gulden. Voor dit geld is hij dag en nacht beschikbaar. De kosten voor levensonderhoud zijn soms zelfs meer dan in Nederland. Je zit volledig geïsoleerd in een kleine gemeenschap met misschien slechte scholen voor je kinderen. Er wordt veel meer van je gevraagd dan je kunt geven. Je wilt graag goede medische zorg verlenen, maar je kunt zo vaak niet.

Omdat de huidige minister van Ontwikkelingssamenwerking een tekort op de begroting van de overkoepelende organisatie voor uitzendende organisaties niet wilde opvullen, konden een jaar lang alle net afgestudeerde tropenartsen geen contract krijgen bij een Nederlandse organisatie.

Wij besloten om aan de slag te gaan in een ziekenhuisje dat drie jaar geen betrouwbare zorg kon leveren. Onze komst heeft niet geleid tot het verdringen van een lokale collega van de arbeidsmarkt. Onze komst heeft culturen met elkaar in aanraking gebracht. Dankzij onze connecties hebben we wat extra financiering en activiteiten het ziekenhuis binnengehaald. Onze komst heeft lokale partners gestimuleerd zich verder te ontwikkelen en deze opgedane kennis te gebruiken.

Ik geloof niet dat de Nederlandse tropenartsen een neokolonialistisch of betuttelende houding aannemen. Ze zien een hoop werk dat gedaan moet worden. Met veel enthousiasme houden we de zaak draaiende. Natuurlijk lossen we hiermee het kernprobleem niet op. Maar de mensen die nu leven in die rurale gebieden waar Nederlandse artsen zijn uitgezonden, profiteren er wel van.

Als wij basale gezondheidszorg als een recht zien, dan moeten we die condities creëren in die landen waar ze er niet toe in staat zijn. En dat gebeurt niet of onvoldoende. Daarom moet het uitzenden van tropenartsen voorlopig gefinancierd blijven.