Shell woedend op EU-commissaris

Oliemaatschappij Shell reageert heftig op kritische opmerkingen van Eurocommissaris Palacio, die gisteren in Brussel de olieconcerns verweet de baas te spelen op de markt voor brandstoffen.

De oliemaatschappij Koninklijke/Shell Groep toont zich ,,verbaasd'' over de kritiek van de Europese Commissie op de hoogte en de snelle stijging van de `kale' benzineprijs in Nederland. Het is een heftige reactie van de marktleider op de Nederlandse benzinemarkt op de uitlatingen van Eurocommissiaris Palacio (Energie en transport). `Verbaasd' betekent in de Nederlandse polder namelijk `woedend', terwijl het persbericht ook termen bevat als `aantoonbaar onjuist' en `twijfels aan huiswerk' van Commissie.

De heftigheid van Shell wijst erop dat de oliemaatschappij de druk voelt toenemen, dan wel dat Shell zoals de onderneming zelf zegt ,,ten onrechte in de beklaagdenbank'' zit. Bij het dispuut over de snel gestegen brandstofprijzen, dat in Frankrijk op straat wordt uitgevochten, worden beurtelings de hoge prijs voor ruwe olie, de accijnzen dan wel de oliemaatschappijen als grote boosdoener aangewezen. Meer dan in het verleden wordt echter de zwarte piet gelegd bij de oliemaatschappijen, die door bijvoorbeeld consumentenorganisaties worden verdacht van onderlinge prijsafspraken.

In Nederland is de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) inmiddels een onderzoek begonnen naar een mogelijk benzinekartel, terwijl Palacio via haar collega Monti de Brusselse speur- en waakhond DG4 nog aan het werk moet zetten. ,,Ik neem aan dat dit wel gecoördineerd zal worden met DG4'', laat de NMa-woordvoerster weten. Bij het Openbaar Ministerie ligt al bijna een jaar een rapport van de Economische Controle Dienst (ECD), dat volgens Shell ,,geen strafbaar feit'' vermeldt. Bij de presentatie van de halfjaarcijfers riep vice-bestuursvoorzitter Van der Veer dan ook op tot openbaarmaking van het rapport.

Gezien deze onderzoeken en de veel geuite klachten is de `verbazing' van Shell dan ook verbazingwekkend. Het is bovendien niet de eerste keer, dat wordt beweerd dat de kale benzineprijs in Nederland hoger is dan elders in Europa. Het adviesbureau Coopers & Lybrand kwam in een onderzoek voor het ministerie van Economische Zaken tot conclusies die volgens een EZ-woordvoerder vanmorgen ,,als twee druppels water lijken op de opmerkingen van Palacio''. Dit onderzoek was voor de toenmalige minister van EZ, Wijers, destijds aanleiding om de benzinemarkt open te breken onder de vlag van de zogeheten MDW-operatie.

Die operatie heeft geleid tot een convenant met de oliemaatschappijen, dat de concurrentie op de benzinemarkt moet bevorderen. Zo wordt er een eind gemaakt aan de eeuwigdurende concessies, die de marktposities van de bestaande partijen afschermen. Zo'n 50 benzinestations langs de snelwegen, waar de meeste benzine wordt verkocht, moeten worden overgedragen aan nieuwe partijen - althans aan andere spoelers dan de Grote Vier: Shell, Esso, BP en Texaco. Ook onbemande tankstations en reclame langs de weg zullen worden toegestaan.

Dit convenant alleen is volgens EZ al voldoende bewijs dat de Nederlandse overheid `Brussel' niet nodig heeft om de concurrentie te bevorden. ,,We zijn hier niet achterlijk'', zegt een EZ-woordvoerder, die ook wijst op de onderzoeken van de NMa en de ECD. Dat het ogenschijnlijk niet erg snel gaat met de marktwerking komt volgens EZ onder meer doordat de Tweede Kamer indertijd aandrong op verder overleg met de benzinemaatschappijen. De voorgenomen wetgeving kreeg daardoor uiteindelijk de gedaante van een minder dwingend convenant, dat als voordeel had dat eindeloze juridsche procedures konden worden vermeden.

De Tweede Kamer werd indertijd bestookt door Shell, dat zelf een adviesbureau had ingeschakeld om de onderzoeken van EZ door te lichten. Het Britse Lexecon kwam tot andere conclusies dan Coopers & Lybrand, KPMG, EIM en de MDW-werkgroep. ,,De marges [van de oliemaatschappijen] zijn in Nederland niet hoger dan in andere landen'', was een van de conclusies van Lexecon, dat tevens vindt dat ,,geen overtuigend bewijs is geleverd (...) dat de grote oliemaatschappijen mededingingsbeperkend gedrag hebben vertoond''.

Dat de conclusies van gezaghebbende adviesbureaus onderling zo afwijken toont aan hoe moeilijk het is om aan te tonen dat sprake is van een benzinekartel, zo dit er al is. Het verklaart wellicht de tijd die de Rotterdamse officier van Justitie nodig heeft om te beslissen over het ECD-rapport en het voospelt misschien niet veel goeds over de snelheid waarmee de NMa het onderzoek kan afronden.