Referendum in Europa

STAATSSECRETARIS BENSCHOP heeft de bal die Europees Commissaris Verheugen in het spel heeft gebracht, nog even willen aanraken. Benschop, die op Buitenlandse Zaken `Europa' in zijn portefeuille heeft, liet weten, net als Verheugen, voorstander te zijn van een referendum over de uitbreiding van de Europese Unie met landen in Midden- en Oost-Europa. Benschop is ,,niet bang om met het publiek over het belang van de uitbreiding van de EU te debatteren''. Verheugen had in een interview gezegd dat men in Duitsland de fout niet mag herhalen die bij de euro gemaakt werd. ,,Die werd eigenlijk achter de rug van de bevolking om ingevoerd.'' Het zou interessant zijn te vernemen of de staatssecretaris dat voor Nederland ook zo ziet.

Verheugen en Benschop hebben hiermee drie verschillende thema's met elkaar verbonden: de uitbreiding van de Unie, het referendum als instrument in de politieke besluitvorming en het gebrek aan belangstelling waaraan de kiezer lijdt wanneer het om Europese vraagstukken gaat.

Wat het eerste thema betreft zaaide Verheugen onrust, vooral in Oost-Europa. Hij is de Eurocommissaris verantwoordelijk voor de onderhandelingen met de kandidaat-landen. Begrijpelijkerwijs was men daar bezorgd dat hier een extra blokkade voor toetreding werd opgeworpen. In het Europees Parlement bleek gisteren dat Verheugen de Duitsers juist wilde winnen voor de uitbreiding. Ook uit Benschops opmerkingen zou kunnen worden afgeleid dat de staatssecretaris een positieve uitkomst van een eventueel referendum voor wenselijk houdt.

Het debat over nut en onnut van het referendum wordt er niet helderder door wanneer voorstanders van de volksraadpleging dat debat van tijd tot tijd belasten met specifieke thema's. Het referendum zal in ieder geval geen gelegenheidsinstrument moeten zijn. Met het referendum kan beter niet opportunistisch worden gezwaaid om bepaalde voorstellen door te drukken of juist tegen te houden. Een debat over het referendum zou moeten gaan over de eigen betekenis van dit instrument voor de politieke besluitvorming in het algemeen.

ZOWEL VERHEUGEN ALS Benschop heeft de indruk gewekt een referendum over de uitbreiding te zien als een katalysator in de politieke meningsvorming. De afstandelijkheid van het electoraat ten opzichte van de Europese eenwording is al jaren een bron van zorg onder politici. Wat zou mooier zijn dan die burgers betrekken bij het debat over de volgende grote stap die de EU gaat doen? Via het houden van een referendum zou dat mogelijk moeten zijn.

Ook aan dat laatste thema is een `maar' verbonden. De eindfase van de besluitvorming over de uitbreiding van de EU is nationaal. Iedere lidstaat volgt de procedure zoals die in de eigen grondwet of anderszins is vastgelegd. Sommige landen kennen een vorm van referendum, andere niet. Het zal dus, Verheugen en Benschop volgend, gaan om een Duits en een Nederlands referendum. Van een Europees referendum over een Europees vraagstuk onder burgers van de Europese Unie is geen sprake. Dat feit op zichzelf ondergraaft de gedachte dat de Europese oriëntatie van de kiezers in de verschillende lidstaten met behulp van een per definitie nationaal referendum zal worden bevorderd. Eerder mag worden verwacht dat de nationale voorkeuren en bekommernissen op die manier scherper zullen worden geëtst. Wie meer betrokkenheid bij Europa wil, moet met betere voorstellen komen.