Patrijspoorten in Almere

Duizenden monumenten zijn op 2 september geopend. Het thema dit jaar is `Monumenten van het water'. Agenda besteedt aandacht aan de jongste monumenten in Almere en maakte een selectie uit het enorme aanbod.

De Pepsi-jeugd uit Tuindorp fietst 's ochtends niet naar een naargeestige leerfabriek met blinde muren en half defecte tl-balken. Voor de leerplichtigen van vandaag wordt alles gedaan om een prettige studie-omgeving te garanderen, als het even kan in een architectonisch hoogstaand jasje. Het Helen Parkhurst College in Almere is zo'n school waar je als dertiger of veertiger alleen maar jaloers naar kan kijken.

Ondanks de omvang van het college voor Dalton-onderwijs is de school gesneden op menselijke maat. De lange gevel wordt gebroken door inspringende stukken, zodat schoolpleinhangers niet geïntimideerd hoeven weg te kruipen in de slagschaduw van hun school. Binnen zijn kleine hoekjes en glazen blokken en eerlijk, onafgewerkt beton zorgen voor een lichte uitstraling. De verschillende delen van het gebouw zijn gemarkeerd met gele, rode en blauwe tegels in de muur. Zelfs de meest gedesoriënteerde brugpieper zal hier niet verdwalen.

De middelbare school is een van de tien gebouwen die aanstaande zaterdag voor het publiek worden opengesteld in het kader van de Open Monumentendag. In Almere staan dan wel geen officiële monumenten, want daarvoor moet een gebouw minimaal vijftig jaar oud zijn. In Almere, dat 25 jaar oud is, kan men zeker spreken van `instant monumenten'. Dat vindt in ieder geval de stichting Centrum voor Architectuur Stedenbouw en Landschap van Almere (CASLa) die zaterdag de Jonge Monumentendag organiseert.

Natuurlijk kent Almere net als iedere nieuwbouwlocatie in Nederland ongeïnspireerde woonwijken waar de doorzonwoningen als een verzameling truttige kijkdozen tegen elkaar geschoven zijn. Ze zijn gebouwd vanuit een wederopbouwmentaliteit waar alleen vierkante meters en wachtlijsten telden. En hoewel Almere een groeigemeente is, is het bestuur van de poldergemeente niet gezwicht voor grootschaligheid en kwantiteit. Voor veel buitenlandse bezoekers geldt de stad als toonaangevend openluchtmuseum voor moderne bouwkunst.

Medeverantwoordelijk voor de interessante architectuur zijn de lokale woningbouwcoöperaties. Het is dan ook passend dat het drie jaar oude kantoor van Woningstichting WVA op het lijstje jonge monumenten staat. Het door Berend Sybesma ontworpen gebouw straalt met zijn grote glasoppervlakte, metalen roosters en contrasterende lichte en donkere vlakken de vitaliteit en luxe uit die passen bij een architectonisch visitekaartje. De verspringingen in de zijgevel geven het pand iets hoekigs, maar dit wordt gecompenseerd door de ronde gaten in het overhangende dak en de ramen van de directiekamers, die als reusachtige patrijspoorten boven de ingang zijn geplaatst.

Twee straten verderop staat het arbeidsbureau van Hans Tupker. De architect heeft in het ontwerp gespeeld met het gebruik van zware en lichte materialen door de glazen pui op de onderverdieping te plaatsen en de veel massiever ogende bakstenen gevel daar bovenop te zetten. Achter die stenen gevel gaat overigens niet een kantoor schuil, maar een kantine en een dakterras. Tupker maakte het gebouw hoger dan eigenlijk nodig was om het aan te laten sluiten bij de relatief hoge gebouwen in de buurt.

Wat in veel moderne Almerense architectuur opvalt is de aandacht voor licht en het uitbundige kleurgebruik. In de meeste jonge monumenten is een niet kinderachtige hoeveelheid glas gebruikt in de vorm van bovenlichten, atriums, vides en aquariumruiten. De Regenboogbuurt spant wat betreft kleurenrijkdom de kroon – het hele spectrum van knalrood tot glasbakgroen komt aan bod – maar ook Julyan Wickams gezondheidscentrum in de Filmwijk is absoluut geen grijze muis. Het lage gebouw voor huisartsen, tandartsen en andere gezondheidsdiensten staat als een dieppaars sluitstuk op de kop van een waaier aan straten. De typische lichtschachten aan de straatkant ogen als de schoorstenen van een vriendelijk fabriekje of de kantelen van een fantasiekasteel.

Maar de meest opvallende gevel van Almere behoort zonder twijfel toe aan het Orthocentrum, door architecten Meyer en Van Schooten gebouwd in 1992. Aan de voorkant van het gebouw hangt het dak niet meer dan tachtig centimeter boven de grond. Voor de voordeur is een inham gemaakt in het dertig meter lange dak dat als een geteerde skischans schuin oploopt. In het achterste gedeelte, de zogenaamde `beugel-vleugel', zitten de patiënten naast elkaar in de behandelstoelen met uitzicht op de wuivende bomen achter de reusachtige glazen pui.

Informatie, dienstregeling pendelbusjes en routebeschrijving bij Connexxion op Busplein naast station Almere CS in Almere Stad. Meer inl: CASLa:\036-5386842.