`Partijvoorzitter zijn is helemaal niet lastig'

Hoe moeilijk is de positie van een partijvoorzitter? Marijke van Hees was deze week niet de eerste die vroegtijdig vertrok. De voorzitters van CDA, VVD en GroenLinks over hun werk.

Nee, ze voelen zich absoluut niet zielig. Ja, het is een ingewikkelde baan. Maar zolang je precies weet wat je wilt, zolang je goed communiceert en zolang je niet op de stoel van de partijleider gaat zitten, is er niks aan de hand. En speel je ook een belangrijke rol in je partij.

Mirjam de Rijk (GroenLinks), Bas Eenhoorn (VVD) en Marnix van Rij (CDA) lijden niet onder hun positie. De Rijk: ,,Het is een enige baan, de mooiste die ik tot nu toe heb gehad.'' Eenhoorn: ,,Ik heb geen enkel moment het idee dat ik in de gevarenzone verkeer.'' Van Rij: ,,Het is een van de mooiste functies die er is in de politiek.''

Partijvoorzitters hebben een moeilijke taak. Ze moeten opereren in het krachtenveld tussen de ledenorganisatie in het land en de professionals in Den Haag. Met een natuurlijke gave om de tweede viool te spelen, zoals CDA-grondlegger Piet Steenkamp ooit zei. De politiek leider is de baas, maar bij problemen in de partij is de voorzitter vaak kop van Jut.

Marjanne Sint was bij de PvdA een zoenoffer in de WAO-crisis begin jaren negentig. Wim van Velzen was bij het CDA de eerste die moest gaan na de dramatische verkiezingsnederlaag van 1994. En Dian van Leeuwen stelde zich bij de VVD niet meer herkiesbaar na aanhoudende ,,persoonlijke kritiek'' uit de partij.

Hoe lastig is de positie van de partijvoorzitter? GroenLinkser De Rijk: ,,Je positie is niet lastig, maar je moet bijvoorbeeld niet voortdurend je eigen mening voorop stellen.''

Eenhoorn: ,,Er is geen tegenstelling met de partijleider. Ik praat binnenskamers mee over onze politieke lijn, maar ik laat de verwoording over aan Hans Dijkstal.'' Van Rij: ,,Het politieke primaat ligt bij de Tweede-Kamerfractie, daar moet je geen misverstand over laten bestaan.''

Waar opereert de voorzitter? Van Hees kreeg kritiek dat ze te veel in Den Haag en te weinig in het land was. CDA'er Van Rij laat zich anders dan zijn voorgangers weinig zien in de Tweede-Kamerfractie. En Eenhoorn is een sporadische gast bij de VVD-fractie. Twee keer per week is hij in Den Haag: om met Dijkstal te praten over de strategische lijnen die worden uitgezet en om het bewindsliedenoverleg bij te wonen.

De Rijk: ,,Je wordt gekozen door de leden, daar ontleen je je machtsbasis aan. Je ziet trouwens dat partijen vooral problemen krijgen omdat ze lak hebben aan hun leden.''

De voorzitter van GroenLinks bestrijdt de idee dat de partijvoorzitter alleen kan functioneren als deze de tweede viool speelt. ,,Op een heleboel terreinen zet je wel degelijk de lijnen uit. Je moet zorgen dat het debat in de partij goed gevoerd wordt, je bent heel bepalend voor de sfeer in een partij en je hebt een duidelijke rol bij het vormen van een visie voor de langere termijn.''

Eenhoorn vindt het daarnaast een scheef beeld dat de partijvoorzitter er alleen voor de ledenorganisatie is. ,,Je hebt een belangrijke taak bij het opstellen van de kandidatenlijst en het maken van een verkiezingsprogramma. Maar dat is een rol die je vooral achter de schermen speelt.''

Welke kwaliteiten moet een partijvoorzitter hebben om te slagen? Van Rij: ,,Je moet jezelf duidelijke doelen stellen en je moet goed kunnen organiseren. Ik heb op het partijbureau op sleutelposities jonge mensen aangetrokken en in het dagelijks bestuur zijn de taken duidelijk verdeeld. Er is zo een slagvaardige organisatie waarmee je in de partij vooruit kunt.''

Eenhoorn: ,,De partijvoorzitter staat of valt met de mate waarin hij in staat is om te communiceren. Het is heel belangrijk dat je voor iedereen in de partij een open boek bent. Voor mij is het ook gemakkelijk. Ik ben een onbetaalde voorzitter: een vrijwilliger tussen de vrijwilligers en ik heb geen politieke ambities.''

Van Rij: ,,Ik heb er geen last van dat ik na het voorzitterschap zonodig iets moet. Ik ben dus ook voor niemand in de partij een bedreiging. Het CDA is ook niet mijn broodheer. Ik heb bij mijn aantreden gezegd: ik doe het maximaal vier jaar en geen dag langer. Dat weten de mensen. En dat maakt dat ik onafhankelijk kan opereren.''