Kerr is warm en toegewijd violist

Met een klassiek georiënteerd Russisch programma en een solist uit eigen gelederen opent het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly het nieuwe seizoen. Prokofjev liet zich in 1917 door Haydn inspireren bij het componeren van zijn Klassieke symfonie, Stravinsky omschreef zijn Vioolconcert uit 1931 als een soort eigentijdse ode aan Bach, en de geest van Mozart en Brahms waart rond in Tsjaikofski's Vijfde symfonie.

Klonk het orkest in het openingsdeel van Prokofjevs Klassieke symfonie nog een beetje een onwennig en ongenuanceerd, door de energie en helderheid waarmee Chailly dirigeerde trok dit snel bij in de volgende drie delen. De orkestklank voegde zich samen tot die kernachtige, flexibele, fluwelen en altijd stralende toon die het Concertgebouworkest zo bijzonder maakt, en de klassieke contouren van Prokofjevs Eerste symfonie werden met ouderwetse elegantie en moderne efficiëntie uiteengezet.

Concertmeester Alexander Kerr, die in 1998 voor het eerst bij `zijn' orkest soleerde in het Vioolconcert van Mendelssohn, legde met zijn gestroomlijnde en gepolijste vertolking van Stravinsky's Vioolconcert een meesterproeve van violistische bekwaamheid af. Met zijn gulle, warme en blijmoedige toon, zijn naar het lyrische neigende fraseringen en zijn vloeiende stokvoering, zette Kerr het Vioolconcert van Stravinsky ter zake kundig en bijzonder humaan uiteen.

In het openingsdeel had de enerverende orkestpartij nog de neiging het vioolspel van Kerr te overstemmen, maar gaandeweg verbeterde de balans tussen solist en orkest. In de Aria 1, en nog meer in de Aria 2 profileerde Kerr zich als een warmbloedig en toegewijd zanger op zijn instrument. Maar wat uitbleef waren de dubbele bodems in Stravinsky's weerbarstige en humoristische idioom, waarin sentimentele en zangerige passages worden afgewisseld met spitsvondige, brutale, kale of sarcastische momenten. En juist die `gekte', die de verrassende solist onderscheidt van de uitmuntende violist, ontbrak in de bewonderenswaardige, maar te weinig eigen-aardige vertolking van Alexander Kerr.

In prachtig opgebouwde golven van uitbundig muzikaal tumult en in zichzelf gekeerde mijmering, overspoelden Chailly en het Concertgebouworkest het publiek met de pracht en praal van Tsjaikofski's Vijfde symfonie. Dankzij dirigent Arthur Nikisch belandde de partituur van dit aanvankelijk slecht ontvangen meesterwerk nog net niet in de open haard. Nikisch wist de immer onzekere en ontevreden Tsjaikofski van de waarde van zijn Vijfde symfonie te overtuigen, voerde het werk met internationale bijval uit, en sloeg daarmee de brug naar schitterende hedendaagse uitvoeringen als die door Chailly en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly, m.m.v. Alexander Kerr (viool). Gehoord 6/9 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 7 en 8/9 aldaar. Radio 4: 10/9, 14u (opname 8/9).