`Ik wil de botten horen kraken'

Harry de Wit maakt theatermuziek met hulp van gewone en ongewone instrumenten. Zondag geeft hij een concert in Amersfoort. ,,Door het theater ben ik melodieuzer geworden. Ik ben niet meer bang voor kippenvel en tranen.''

,,Kijk dit is de New-Yorker,'' zegt theatercomponist Harry de Wit (1952), en hij wijst op een harmonicabalg waarop vierkanten houten pijpen zijn gemonteerd. Als hij die optilt en laat zakken, klinkt het geluid van huilende wind. ,,En deze heeft nog geen naam. Pas op je hoofd'', zegt hij, en hij laat een houten lat met een stuk gespannen cassettelint boven zijn hoofd rondzwaaien. Het maakt een hees gefluit. De Wit: ,,Vroeger, in mijn psychedelische tijd, zeiden muzikanten tegen elkaar: Even Harry bellen, die heeft allerlei rare geluidjes.''

De Wit loopt door het keldertje onder zijn schuur in Hilversum. In de kelder staan een Hammondorgel, een computer, een synthesizer, en Oosterse instrumenten: de baskalimba, de udu, en Indiase bedelaarsfluitjes. Omdat hij voor zijn composities ook geluiden nodig heeft die zelfs in uitheemse muziekhandels niet te koop zijn, verzint hij zelf instrumenten, zoals de slagharp, het windslangorgel en de flipflap.

De Wit geeft zondag op het Theaterfestival in Amersfoort een concert waarin hij theaterstukken speelt van de afgelopen vijf jaar. Hij maakt vanaf begin jaren tachtig theatermuziek – aanvankelijk vooral voor dansvoorstellingen, later meer voor toneel. In 1998 opende hij het Holland Festival met Gevels, een oorverdovend concert op het Leidseplein waarin hij naast blazers ook pizzakoeriers inzette. Dit jaar maakte hij op het Holland Festival de muziek voor Stalker van Gerardjan Rijnders.

De Wit: ,,Op het concert van zondag wil ik vooral mijn zachtere, melancholische kant laten horen. Vroeger wilde ik nooit melodieus zijn, dat was niet modern. Ik maakte zware, ritmische klankerupties. Door het theater ben ik melodieuzer geworden. Ik ben niet meer bang voor kippenvel en tranen.''

In de theaterwereld is De Wit bekend van de stukken die hij maakte met regisseur Ivo van Hove bij het Zuidelijk Toneel: De tramlijn die verlangen heet, Koppen en India Song. In India Song, dat de afgelopen week op het Theaterfestival was te zien, speelt de geluidsband een hoofdrol. De Wit vermengde Indiaas gepingel, ritmische geroffel op `vuil metaal', straatgeluiden uit Bombay, en een melancholiek thema gespeeld op een prepared piano, een haunting melody die steeds weer wordt herhaald.

Hoe is het om als componist voor theater te werken? Is het niet vervelend dat de muziek doorgaans ondergeschikt is? De Wit: ,,Ik doe veel meer dan alleen maar mijn vingers op het juiste moment op de toetsen zetten. India Song was in feite een muziekstuk. Beperkingen heb je altijd, maar dat is juist goed. Anders wordt het te veel een egotrip. Ik verkeer graag in de theaterwereld. Acteurs zijn voor mij medemuzikanten. Ook bij hen draait het om timing, ritme, dynamiek. Goede acteurs als Chris Nietvelt zijn heel muzikaal. Pierre Bokma is als een razendsnelle trompettist, die kan alle kanten uit. Lineke Rijxman heeft geen grote stem, die speelt zacht. Ik moet dus oppassen dat ik rondom haar niet teveel lawaai maak.''

Dat brengt ons op de verstaanbaarheid. De wederopkomst van de muziek in het theater zorgt er voor dat de acteurs soms onverstaanbaar zijn. Ivo van Hove heeft er een handje van om de volumeknop flink open te draaien, tot ongenoegen van de toeschouwers op de eerste rijen. De Wit: ,,Ivo wil je fysiek raken. Daar hoort ook irritatie bij. Als je over straat loopt en er komt een tram voorbij gillen: dat gevoel moet er ook in zitten. Onverstaanbaarheid komt door de ontoereikende techniek. Vooral door de opplakbare zendmicrofoons. Die zijn nodig, anders moeten de acteurs boven de muziek uit schreeuwen. Maar ze zijn vreselijk. Je krijgt zo'n nasaal geluid: woingl woingl. Echte microfoons zijn het beste. Die gaan Ivo en ik ook weer gebruiken in ons volgende stuk. Verder is een goede geluidsman zeer belangrijk, iemand als Michèl Koenders.''

Als Ivo van Hove in januari overstapt naar Toneelgroep Amsterdam, gaat De Wit met hem mee om Massacre at Paris van Christopher Marlowe te maken, een zestiende-eeuws drama over de Bartolomeusnacht. ,,Bij het bloedbad stel ik me een enorm spektakel voor, met minstens drie orkesten, maar zo moet het niet worden. Ivo en ik gaan steeds een stap verder. Ik wil nog meer, met minder. Ik wil de botten horen kraken, maar dan ingetogen.

,,Bij India Song stonden de stemmen van de acteurs op band. Dat was omdat Ivo de stemmen met de muziek wilde verweven. Nu zou ik graag de stemmen live hebben. Er moet een stuk in komen waarin alleen maar het fluisteren van de spelers is te horen. Net als in India Song, maar dan verstaanbaar. Hoe ik dat technisch moet, daar lig ik nu al 's nachts wakker van. Verder wil ik graag een macaber Tom Waits-achtig lied componeren voor Kitty Courbois. Als ik aan Kitty Courbois denk, zie ik een accordeon. Als ik aan Joop Admiraal denk, zie ik protestantse kerkorgels. En daar dan kroonluchters van doedelzakken omheen. Ik zal nog wel het een en ander moeten bouwen.''

`Harry de Wit Special' zondag in Theater De Lieve Vrouw Amersfoort. (033) 465 9065.