HISTORISCH GOUD

Iedere Olympische Spelen kennen hun eigen drama's. Sporters die elkaar fysiek te lijf gaan of sporters die op formele gronden hun medaille moeten teruggeven.

Te laag in rang

De Zweedse ruiters Saint Cyr, Bollenstern en Persson wonnen bij de Spelen in Londen-1948 de dressuur voor equipes. Tijdens de medaille-uitreiking in het stadion werden ze vanaf de tribune gadegeslagen door de 80-jarige Franse commandant Georges Hector, sinds 1921 secretaris-generaal van de Wereld Ruiter Federatie (FEI). Hector mompelde dat er iets niet klopte en dat hij een onderzoek zou instellen. Een jaar later werden de Zweden gediskwalificeerd.

Wat was er gebeurd? De regels van de Wereld Ruiter Federatie waren in die dagen uitzonderlijk elitair. Aan de ruiterwedstrijden op de Spelen mocht alleen worden deelgenomen door officieren en `gentlemen' (adellijke lieden en aanverwanten). Gewone militairen, burgers en vrouwen waren ervan uitgesloten. In Gehnäll Persson hadden de Zweden een talentvolle dressuurruiter, maar helaas, hij was slechts onderofficier: sergeant. Daar vond men in Stockholm het volgende op: voor de duur van de Spelen werd Persson gepromoveerd tot officier, waardoor hij wel kon meedoen. Maar daarmee werd gezondigd tegen de geest van de FEI-regels.

Tijdens een bitter debat in de gelederen van de Wereld Ruiter Federatie in april 1949 werd Zweden de olympische titel ontnomen. Die kwam nu in handen van commandant Hectors landgenoten: de Fransen, die als tweede waren geëindigd. De rel leidde er wel toe dat de Wereld Ruiter Federatie eind 1949 zich gedwongen zag alle achterlijke bepalingen uit haar reglement te schrappen.

Maar waardoor had Hector nu vastgesteld dat er iets niet klopte toen hij in Londen de Zweedse ploeg op het erepodium zag staan? Een kleinigheid: Persson had nog zijn onderofficierspet op. Hector, een uniformfreak zoals er geen tweede bestond, was dat niet ontgaan. In Zweden had hij vervolgens de juiste toedracht achterhaald.

Eind goed al goed: in 1952 en 1956 won Persson geheel reglementair de gouden medaille dressuur met de Zweedse ploeg.

Bijtende bokser

Het bokstoernooi in Parijs had zijn eigen opstandjes. Tijdens de kwartfinales in het middengewicht wees de Brit Harry Mallin, de olympisch kampioen van 1920, de scheidsrechter erop dat zijn tegenstander, de Fransman Roger Brousse, hem beet. De Belgische arbiter negeerde het, maar misschien verstond hij hem ook niet. Brousse werd na de strijd tot winnaar uitgeroepen, een zeer aanvechtbare beslissing. Mallin liet het er bij zitten, maar het Zweedse bestuurslid van de Internationale Boksbond gelastte een onderzoek.

Dat was snel gedaan. Mallin toonde de commissie zijn borst waarop bij wijze van spreken de afdruk van Bousse's gebit nog zichtbaar was. De jury d'appel nam de Fransman vervolgens uit de strijd. Dit tot woede van Bousse's aanhang die betoogde dat het niet met opzet was gebeurd. Bousse had nu eenmaal de gewoonte bij het uitdelen van een klap zijn kaken op elkaar te slaan en ja, daar was Mallins borst nu even tussengekomen. De Britten moesten niet zo kleinzerig zijn. Maar die zeiden afgemeten dat als Bousse zo van vlees hield, hij er beter aan deed zich naar een slagerij te begeven en niet in een boksring te gaan staan. De Brits-Franse onaangenaamheden werden in de dagbladen nog een tijdje geestdriftig voortgezet. Onder een olympisch record aan fluitconcerten werd Mallin later opnieuw olympisch kampioen.