HISTORISCH GOUD

In de jacht op Olympisch Goud gaan sporters ver, soms heel ver. Over de nazi-groet en het hinderen van landgenoten.

Diervriendelijke roeier

Bij de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam werden de roeiwedstrijden gehouden op het kanaal van Sloten. De grote held van de Slotense bevolking was de Australische skiffeur Bob Pearce door een merkwaardig voorval in de kwartfinale waarin de Fransman Saurin zijn tegenstander was. (Het watertje van Sloten was zo nauw dat er maar twee boten tegelijk op konden.) Pearce hoorde kort na de start dat toeschouwers iets naar hem riepen en waarschuwend met hun handen gebaarden. Hij keek om en zag dat in zijn spoor een trits eenden was neergestreken en keurig achter elkaar voor hem uit zwom. Pearce bracht zijn riemen tot stilstand en wachtte tot de eendenfamilie uit zijn vaarwater was verdwenen. Saurin had intussen een grote voorsprong genomen, maar dat zette Pearce die later ook met vlag en wimpel Olympisch kampioen werd, snel recht. Aan de finish lag de Australiër vier lengten voor. Als `vriend van de eendjes' kon Pearce geen kwaad meer doen in Sloten. De jeugd van het dorp zamelde geld in om hem een zilveren lepeltje als geschenk te geven.

Pearce, die zijn titel in 1932 prolongeerde en nimmer verslagen werd, overleed in 1976. Zijn zoon had enige twijfel over de opmerkelijke diervriendelijkheid van zijn vader. ,,Hij moet hoe dan ook zeker van de overwinning zijn geweest, want anders had hij dwars door die eendenfamile heengeroeid, dat kan ik u wel verzekeren.''

Hinderlijke hand

De Olympische wegwedstrijd wielrennen in 1936 eindigde in een massaspurt van het peloton. De Fransen Robert Charpentier en Guy Lapébie bleken daarbij de sterksten en legden beslag op resp. goud en zilver. Lapébie wilde daar niet echt over klagen, maar toch, zo zei hij tegen zijn landgenoot, voelde hij zich gedupeerd. In de slotfase, juist toen hij voor de beslissende eindsprint aanzette, was hij aan zijn trui getrokken. Dat had hem zeer gehinderd en dat kwam toch niet te pas. Charpentier was het daar geheel en al mee eens. Dat hoorde niet, zeker niet bij Olympische Spelen.

Enkele weken later keek Lapébie in een Franse bioscoop naar journaalbeelden van de Spelen in Berlijn. Daarbij werd ook de eindstrijd van de wegwedstrijd getoond. Lapebie zag de hand die hem aan de trui trok, maar wie was dat nou? Aan de operateur vroeg hij na afloop van de film de beelden nog eens vertraagd te vertonen. Lapébie zag toen tot zijn verbijstering aan wie de hand toebehoorde: aan zijn landgenoot Charpentier.

Joodse nazi-groet

Al op 17-jarige leeftijd, nog als gymnasiumscholiere, won de Duitse schermster Helene Mayer in 1928 de olympische titel floretschermen. In 1932 vertrok ze naar de Verenigde Staten in het kader van een studentenuitwisselingsprogramma. Een bizarre rol kreeg `die blonde He' toebedeeld in de aanloop naar de nazi-Spelen van 1936 in Berlijn. Het Internationaal Olympisch Comité eiste van Duitsland dat joodse sporters een normale kans zouden krijgen zich voor de Duitse ploeg te plaatsen. De nazi's vonden daar het volgende op: ze nodigden de nog altijd in Amerika verblijvende, half-joodse Helene Mayer uit voor haar land uit te komen. En die nam de invitatie aan. Daarmee vervulde ze een alibi-functie voor de nazi's. Alle andere Duitse joodse sporters werden geweerd. De Duitse pers kreeg de strikte opdracht niets over de afkomst van Helene Mayer te schrijven.

Op de Spelen veroverde Helene Mayer de zilveren medaille. Op het erepodium bracht ze ferm de nazi-groet. In 1937, na het behalen van de wereldtitel, keerde ze terug naar Amerika. In 1952 vestigde ze zich weer in Duitsland. Een jaar later stierf ze aan kanker. Over haar deelneming aan de Spelen van Berlijn heeft ze nooit iets willen zeggen.