Glaassie wyn uit Paradyskloof

Paradyskloof, Kleinbegin, Goedgeloof, Allesverloren, Weltevree: wie in Zuid-Afrika wijn proeft, voelt zich door de oerhollandse namen van veel bedrijven bijna thuis. Een lijst van Afrikaanse wijnbedrijven en de namen voor hun Pinotages, Steens, Sauvignons en Cabernets Sauvignons vormen een handboek van calvinistisch Empfinden in de beste tradities van de VOC en het Oude Testament. Tegen de achtergrond van soms overdonderende bergmassieven, rondhippende parelhoenders en hellingen vol bloeiende protea's een Merlot drinken met de naam `Alphen' geeft een sensatie die geen enkel ander wijnland ons Nederlanders kan bieden.

De wijnbouw in Zuid-Afrika is dankzij de inspanningen van de eerste Nederlandse kolonisator, Jan van Riebeek, al bijna driehonderdvijftig jaar oud. De wijn die je ter plekke proeft is echter het resultaat van een jonge traditie. Pas na de vrijlating van Nelson Mandela, in 1989, werd Zuidafrikaanse wijn een aanvaardbaar product in de wereld. Vóór die tijd maakten de boeren wel goede wijn, maar ze konden geen nieuw plantmateriaal importeren om een virus in de wijngaard uit te roeien; hierdoor konden hun wijnstokken niet oud worden en echte diepte en concentratie aan de wijn geven. Heel wat wijn komt dus van stokken die nog geen tien jaar oud en vaak jonger dan vijf jaar zijn.

Ondanks die beperking worden er in Zuid-Afrika al uitstekende wijnen gemaakt - het groeipotentieel van de wijnstok is in de zonnige Kaap ook heel wat groter dan in de Bordeaux of aan de Loire. De wijnen van de Kaap bieden een boeiend scala aan smaken, gemaakt van deels vertrouwde Frans/Duitse rassen, maar ook van meer exotische uit Portugal, zoals de Muscadel en de Tinta Barocca of de authentiek Zuidafrikaanse Pinotage.

Wie in deze jaren een tour maakt langs Stellenbosch, Franschhoek en Constantia, de oudste wijngebieden met de meeste Europese (lees: Hollands/ Frans/ Duitse) invloed, ervaart wat in Europese wijnlanden nauwelijks meer voorkomt: een wijnindustrie die het roer radicaal heeft omgegooid en van lokaal naar wereldwijd wil uitgroeien. Weinig andere wijnlanden bieden zozeer de mogelijkheid om hun ontwikkeling te volgen tussen nu en, zeg, tien jaar.

Een bezoek aan een mooi gelegen bedrijf als Morgenhof, bij Stellenbosch, biedt niet alleen een mooi glas Chenin Blanc (Steen) en Sauvignon blanc om te proeven, maar ook de mogelijkheid om onder een enorme eikenboom te lunchen, uiteraard met wijn. Er wordt goed gekookt met veel verse en eigen producten, vooral groenten en fruit, maar ook met vis, zoals de geelbekvis.

Goed te combineren met de Morgenhof is een bezoek aan het nabijgelegen wijngoed Rustenberg, wat mij betreft de allermooiste `wynplaas' in de regio. Het woonhuis dat de kern vormt van landgoed Rustenberg heet `Schoonzicht' en stamt uit de achttiende eeuw, maar de plek werd al in 1682 aan Johan Pasman, een van de medewerkers van gouverneur Simon van der Stel, gegeven om met wijngaarden en graan te beplanten. Het contrast tussen het bergmassief van de Simonsberg en de elegante woning in Kaap-Hollandse stijl met zijn mooie rozentuin is het beste bewijs voor de inspanning die hier eeuwenlang is geleverd om een tamelijk onwillige natuur te temmen.

De wijnen van Rustenberg behoren tot de meest `Franse' van Zuid-Afrika. Dit kan het gevolg zijn van het feit dat de huidige eigenaar, Peter Barlow, lange tijd in Frankrijk studeerde en werkte, maar ook van een wisselwerking tussen het terroir van Rustenberg en de redelijk oude wijnstokken van de cabernet sauvignon en merlot. De witte Sauvignon van de serie Brampton (genoemd naar de prijs-stier die het bedrijf vroeger nog beroemder maakte dan de wijnen) is krachtig en stuivend, zuiver gemaakt. De serie `Rustenberg' is kwalitatief nog beter, met een mooie Cabernet en Pinotage. Rustenberg heeft ook een schitterende kudde runderen lopen op zijn grondgebied en levert van mooi gelegen hoogstamboomgaarden veel fruit (abrikozen, appels, pruimen) voor de export.

Wie toch niet zonder een snufje Frankrijk kan op het zuidelijk halfrond, moet een bezoek brengen aan Franschhoek, het wijngebied achter het bergmassief ten oosten van Stellenbosch. Deze regio is geheel gecultiveerd door Hugenoten, die via de protestantse Nederlanden naar de Kaapprovincie kwamen nadat Lodewijk XIV in 1684 het Edict van Nantes (over godsdienstvrijheid in Frankrijk) had opgeheven. Hun kennis van zaken heeft de wijnbouw in die tijd een grote impuls gegeven, want de Hollandse kolonisten hadden meer kaas gegeten van de groententeelt dan van wijnbouw. Franschhoek is ondanks een uitgebreide integratie met Hollanders heel `eigen' gebleven, met wijnboerderijen die luisteren naar namen als Haute Provence, La Motte, L'Ormarins en Dieu-Donné.

In het aantrekkelijke hotel/wijnbedrijf Haute Provence kun je logeren, dineren en wijn proeven. Het restaurant heet `La Provence' en de meest gelauwerde wijn `Larmes des Anges'- voor oprechte francofielen dus een must.

In de voetstappen van Simon van der Stel kom je terecht in Groot Constantia, ten zuiden van Kaapstad. Groot Constantia was een geschenk van de VOC aan Van der Stel voor zijn voortreffelijke beheer van de Kaap. Hij moest er echter wel iets nuttigs mee doen en zo plantte hij niet alleen duizenden wijnstokken van diverse rassen in een grote proeftuin, maar startte ook het eerste boeren leerbedrijf voor vers uit Holland komende kolonisten (1685). Helaas is Constantia geen geheel gebleven: het werd in de achttiende eeuw opgesplitst in Groot en Klein Constantia. De wijnen van Groot Constantia, vooral de zoete Hanepoot (oudhollandse naam voor Muscat d'Alexandrie), was in die tijd wereldberoemd en kostbaarder dan Franse Sauternes of Hongaarse Tokajer. De prachtige `plaas' in Kaap-Hollandse stijl is nu een museum voor de geschiedenis van Constantia en de Hollandse kolonisatie. Wijn proeven doe je bij de huidige wijnboerderij Steenberg, die deel uitmaakt van het hele Constantia complex. De wijnen zijn nog jong, maar hebben een aantrekkelijke frisheid, gevolg van de Atlantische stromingen die de gloeiend hete atmosfeer 's avonds afkoelen. De wijngaarden voor de beste wijnen liggen op een hoogte van 200 meter, wat voor extra koeling zorgt, nodig voor de opbouw van goede zuren in de druiven, die vooral bij witte wijn de ruggegraat vormen.

Drink bij de maaltijd eens een frisse Steenberg Sauvignon of hef een koel glas Hanepoot op het inzicht en doorzettingsvermogen van de Heeren XVII in Amsterdam en Van der Stel en opvolgers in dit `beloofde' land.