GEWOON SUPERBENEN

,,Iedereen roept dat Van Moorsel wel even goud gaat winnen. Maar ík moet rijden. Natuurlijk ga ik voor goud. Iedereen gaat in Sydney voor goud. Anders hoef je er helemaal niet naartoe. De vorm van de dag zal belangrijk zijn. Alles moet kloppen. Daarom zou ik al blij zijn met zilver of brons. Of ik dat nu al zeker weet? Het ligt aan de manier waarop ik zo'n medaille win. Als ik in de tijdrit éénhonderdste van seconde te kort zou komen voor het goud, ja, dan zal dat wel even pijn doen. Ik ben bij de Olympische Spelen voor vier onderdelen ingeschreven. Ik weet nog niet of ik aan alle vier meedoe. Dat hangt vooral af van de 3 kilometer achtervolging op de baan. Als die goed gaat, zal ik daarna waarschijnlijk ook de puntenkoers rijden. De puntenkoers is niet mijn favoriete onderdeel. Ik ben een beetje bang op de baan, mis mijn remmen. Het kan een lekker gevoel geven dat ik op meerdere nummers een kans maak. Aan de andere kant, als het op de baan mislukt, zal ik voor de weg weer opgekikkerd moeten worden.

,,Nee, ik heb nog nooit een gouden olympische medaille in mijn handen gehad. Dat is hier dé prijs. Als je in het wielrennen wereldkampioen wordt, krijg je een regenboogtrui. Daar mag je dan een heel jaar lang bij elke wedstrijd in rondrijden. Dat geeft elke keer toch extra moraal. Ja, je kan natuurlijk het hele jaar met die olympische medaille om je nek gaan rijden, maar dan sta je voor lul. Wat ik zou kiezen: een wereldtitel of een olympische titel? Ik heb al zes wereldtitels, dus zeg ik nu: geef mij dat olympisch goud maar. Zo eentje heb ik er nog niet. Ik weet niet op welk onderdeel ik de meeste kans maak. De wegwedstrijd vind ik een lot uit de loterij. Dan ben je afhankelijk van het ploegenwerk, van het verloop van de koers. Bij de andere drie onderdelen moet je gewoon superbenen hebben en dan heb je een grote kans om het goud te winnen.''