Geen opvang alle asielzoekers

Niet alle asielzoekers die rechtmatig in Nederland verblijven hoeven een dak boven het hoofd aangeboden te krijgen. Het ministerie van Justitie mag bepaalde groepen opvang weigeren. Dit heeft de rechtbank in Den Haag gisteren bepaald door een vordering van VluchtelingenWerk Nederland en drie stichtingen Rechtsbijstand Asiel af te wijzen. Het gaat om asielzoekers die via een ander West-Europees land naar Nederland zijn gereisd, eigenlijk daar asiel hadden moeten aanvragen, maar in afwachting van toewijzing van hun zogeheten Dublin-claim nog in Nederland verblijven. Verder gaat het om asielzoekers die na een eerste definitieve afwijzing een tweede asielverzoek indienen. Sinds oktober 1998 zijn beide groepen uitgesloten van opvang.

VluchtenlingenWerk spande in maart een procedure aan, omdat de vereniging het onrechtvaardig vindt dat asielzoekers die hier rechtmatig verblijven geen opvang krijgen. ,,Dublin-claimanten moeten in Nederland afwachten of zij in een ander land asiel kunnen aanvragen. In deze periode krijgen ze geen opvang, maar ze mogen ook niet werken om in hun onderhoud te voorzien. Dat lijkt toch ernstig in strijd met de redelijkheid'', aldus P.van Geel, hoofd beleid van VluchtelingenWerk.

Volgens de rechtbank is er echter ,,voldoende wettelijke grondslag'' om deze asielzoekers geen onderdak te bieden. VluchtelingenWerk beriep zich op enkele internationale verdragen, waarin het recht op `een behoorlijke levensstandaard' en `toereikende voeding' is vastgelegd. Volgens de rechtbank zijn deze verdragen echter zo algemeen geformuleerd dat er ,,geen concrete rechten aan zijn te ontlenen waarop asielzoekers zich kunnen beroepen''.

VluchtelingenWerk betreurt het besluit en overweegt in hoger beroep te gaan. ,,We hebben het moeilijk met deze uitspraak en we zien aanknopingspunten voor verdere juridische stappen'', aldus Van Geel.