Evacuatie hulpverleners West-Timor

De Indonesische regering zegt de bloedige aanval, gisteren, van Oost-Timorese vluchtelingen en militieleden op een kantoor van de Verenigde Naties in Atambua, West-Timor, ,,diep te betreuren''.

Drie stafleden van het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de VN (UNHCR) werden daarbij met kapmessen om het leven gebracht en vervolgens in brand gestoken.

De meeste stafleden van de VN en ook medewerkers van andere hulporganisaties zijn intussen uit West-Timor geëvacueerd. Van hen zijn 54 met helikopters van het Overgangsbestuur van de VN (UNTAET) naar Oost-Timor gevlogen. Zij kregen daarvoor toestemming van de Indonesische autoriteiten. Een UNTAET-woordvoerder: ,,Zij hebben de aanval niet kunnen voorkomen, maar ze waren daarna heel coöperatief.''

President Wahid, die de Millennium Top in New York bijwoont, laakte gisteren in een persoonlijk onderhoud met VN-secretaris-generaal Kofi Annan de moordpartij en sprak zijn leedwezen uit met de nabestaanden. Wahid beloofde dat de schuldigen ,,hun gerechte straf niet zullen ontlopen''.

Namens de Indonesische regering legde de coördinerende minister van Politiek, Veiligheid en Sociale Zaken, luitenant-generaal b.d. Susilo Bambang Yudhoyono, vandaag in Jakarta een verklaring van leedwezen af. Hij meldde ook dat intussen vijftien personen zijn opgepakt die betrokken waren bij de amok in Atambua. Twee bataljons militaire versterkingen zouden op weg zijn naar het grensgebied tussen West- en Oost-Timor.

Een gezamenlijk team van politie en leger zou de zaak onderzoeken. Een sergeant in Atambua noemde tegen het persbureau Reuters dit onderzoek echter ,,onbegonnen werk'': ,,Hoe kun je uit een meute van een paar duizend mensen achteraf de schuldigen plukken?'' De sergeant gaf toe dat de militairen het vluchtelingenkamp van Atambua, waar enkele duizenden Oost-Timorezen bivakkeren, niet in durven: ,,Veel te gevaarlijk''.

Dinsdag werd even ten zuiden van Atambua de Oost-Timorees Olivio Mendoza Moruk door onbekenden vermoord. Moruk is de gewezen commandant van de pro-Indonesische militie Lak Saur, die vorig jaar na het referendum over onafhankelijkheid bloedig huishield in Oost-Timor. Hij wordt door het openbaar ministerie in Jakarta medeverantwoordelijk gehouden voor deze `septemberfurie' en zijn naam staat op de lijst van 19 verdachten die het OM vorige week bekendmaakte. Hij zou zijn vermoord omdat hij een West-Timorees, die zijn chauffeur na een partij gokken had geslagen, had aangegeven bij de politie. De spanning tussen de naar schatting 100.000 resterende vluchtelingen uit Oost-Timor en de plaatselijke bevolking is te snijden.

De volgende morgen trokken enkele duizenden woedende vluchtelingen, aangevoerd door militieleden, met kapmessen naar het kantoor van het UNHCR, dat zich vlakbij het vluchtelingenkamp bevindt.