EU wil meer mensen aan baan helpen

Nederland moet volgens de Europese Commissie meer maatregelen nemen om laaggeschoolden, allochtonen en ouderen aan een baan te helpen. Ook zou Nederland iets moeten doen aan het uitkeringssysteem voor arbeidsongeschikten, omdat dit onvoldoende prikkels bevat om weer aan het werk te gaan. Verder dient het systeem van statistieken te worden verbeterd.

Dit schrijft het dagelijks bestuur van de Europese Unie in een gisteren gepubliceerd document met aanbevelingen over het werkgelegenheidsbeleid in de EU-lidstaten. De Europese ministers van Sociale Zaken bespreken de aanbevelingen binnenkort. In het document staat verder dat in Nederland door de tekorten op de arbeidsmarkt inflatoire druk ontstaat.

De Europese Commissie roept alle lidstaten op tot ,,hernieuwd engagement'' om in het huidige gunstige economische klimaat meer mensen aan het werk te krijgen. ,,Er is geen plaats voor zelfgenoegzaamheid biij het hervormen van de EU-arbeidsmarkten'', aldus Eurocommissaris Anna Diamantopoulou gisteren.

De werkloosheid in de EU daalde van 9,2 procent in 1999 naar 8,4 procent in juni dit jaar. Diamantopolou wees met name op de vijf EU-lidstaten waar de werkloosheid nog altijd boven de 10 procent van de beroepsbevolking ligt: Frankrijk, Spanje, Griekenland, Italië en Finland.

In de zogenoemde `werkgelegenheidsrichtsnoeren' voor 2001 worden de lidstaten in het bijzonder opgeroepen concrete maatregelen te nemen om de doelstellingen van de Europese top in Lissabon, een halfjaar geleden, te realiseren: een arbeidsparticipatie van 70 procent in 2010 en van meer dan 60 procent voor vrouwen. Genoemd worden onder meer verhoging van doelstellingen op het vlak van onderwijs en van kinderopvang. De arbeidsparticipatie in de EU steeg van 61,3 procent in 1998 naar 62,2 procent in 1999, maar blijft volgens de Europese Commissie nog altijd voor achter bij de 75 procent in de VS en Japan.

De Europese Commissie stelt vast dat de grootste werkgelegenheidstoename vorig jaar plaatshad in Nederland, Ierland, Luxemburg, Finland en Spanje. De arbeidsparticipatie is het hoogste in Denemarken (76,5 procent), terwijl deze in Nederland, Zweden en Groot-Brittannië boven de 70 procent ligt. De partipatie van vrouwen is het hoogst in Denemarken, Zweden, Groot-Brittannië en Finland.

De Commissie noemt zeven landen waar de belasting op arbeid omlaag zou moeten: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Oostenrijk en Zweden.