Een jaar voor Eça

Op 13 september 1900 stoomt vanuit de Franse havenstad Le Havre het oorlogsschip Africa op met bestemming Lissabon. Aan boord bevindt zich het stoffelijk overschot van de Portugese consul in Parijs, José Maria Eça de Queiroz, de belangrijkste Portugese schrijver van de 19de eeuw. Op donderdag 16 augustus was hij in Neuilly-sur-Seine op 55-jarige leeftijd bezweken aan tuberculose.

Precies een eeuw later luidt de Portugese regering een Ano Queirosiano in. Alle kranten openen hun voorpagina's met berichten over dit Eça-jaar; de president van de republiek legt een krans op zijn graf en schrijft hoogstpersoonlijk een herdenkingsartikel. In die officiële belangstelling voor de man wiens werk doordesemd is met kritiek op de stoffige Portugese maatschappij van zijn dagen, galmt iets na van de wat potsierlijke aanpak waarmee de natie hem destijds ten grave droeg. Eça zou het verhaal van zijn begrafenis zelf geschreven kunnen hebben.

Vrienden en bekenden hadden twee dagen na zijn overlijden in Parijs al afscheid genomen van de literator. Zijn eigen wens was om naast zijn grootvader in de kustplaats Aveiro begraven te worden. Maar journalisten, zo meldt Paula Ochôa de Carvalho in de Dicionário de Eça de Queiroz, speelden een belangrijke rol bij het plan om de zaken wat grootser aan te pakken. In het vaderland moest hem de eer bewezen worden die een grote verloren zoon toekwam – en daarmee de Portugese natie. Zouden de zo bewonderde Fransen de begrafenis van een schrijver immers niet met benijdenswaardige grandeur aanpakken? En was het niet meer dan gepast om de Spanjaarden en de Brazilianen eens te laten zien wat de Lusitaanse staat vermocht?

Wat volgde was een serie van elkaar opvolgende pompeuziteiten die regelrecht uit Eça's novelle De Mandarijn afkomstig lijkt te zijn. In de Portugese hoofdstad wordt de triomfboog aan het einde van de Rua Augusta, waaronder tegenwoordig dagelijks drommen toeristen richting Taag drentelen, voorzien van zwart treurdoek. De lantaarns op het Rossio krijgen zwarte strikjes omgeknoopt (tegen kostprijs ter beschikking gesteld door de industrieel Grandela). Aan de kade staat een tafel met een condoleanceregister klaar, wanneer de lijkkist op 17 september met een stoombootje aan land wordt gebracht. In de hele benedenstad ziet het zwart van de mensen. Dezelfde hoogwaardigheidsbekleders die de literator in zijn boeken te kijk had gezet, verdringen elkaar nu om in hun rouw gezien te worden. De begrafenisstoet telt zestig koetsen en de decoratie voor de wagen met de kist is door de schilder Rafael Bordalo Pinheiro ontworpen. Op het balkon van het Theater D. Maria II spelen muzikanten de dodenmars.

De meest Queirosiaanse scène doet zich voor bij de toespraak die de minister voor Marinezaken namens de regering houdt. De spreker is overduidelijk niet bekend met het oeuvre van de betreurde dode. Zich niet bewust van het venijn waarmee Eça ooit de pretentieuze zelfgenoegzaamheid van de politici in zijn land had neergesabeld, prijst hij de schrijver voor diens scherpe inzicht in de Portugese maatschappij. Op het kerkhof blijkt de kist niet in de graftombe te passen. De volgende ochtend moet een slotenmaker de draagsteunen van de kist komen afzagen.

In 1903 wordt aan het largo Baro de Quintela een beeld van Eça onthuld. Het toont de deftig geklede schrijver die zich houterig buigt over een halfnaakte vrouw die haar armen in een breed gebaar uitspreidt. Het tafereel refereert aan het motto van de roman De Relikwie. ,,Een provocerend en aanstootgevend beeld'', schrijft een bezorgde lezer in de Correio Nacional. Het beeld wordt in de loop der jaren tientallen malen beschadigd tot het in 1992 met behulp van een originele mal grondig hersteld wordt. Drie jaar daarvoor vindt Eça overigens pas zijn echte laatste rustplaats, wanneer zijn resten vervoerd worden naar het dorpje Santa Cruz do Douro, het decor voor zijn roman De Stad en de Bergen.

De Portugese ministerraad benoemde begin dit jaar een nationale commissie om de schrijver te herdenken. Tot 15 augustus 2001 staan er projecten, tentoonstellingen en boeken op stapel. De Biblioteca Nacional stelt een collectie brieven, handschriften en foto's uit zijn nalatenschap ten toon. Dezelfde BN heeft sinds enige weken een mooie website in de lucht (http://bd1.bn.pt/autores/eca-queiros/), die recht doet aan de man die door Jorge Luis Borges een der grootste schrijvers aller tijden is genoemd.