Een heleboel narigheid

Mastenbroek: ,,Geen mallemoer. Wat hadden ze me moeten opleveren dan? Bekendheid, zegt u. Alsof ik daar op zit te wachten. Nog bijna elke week krijg ik een brief met het verzoek of ik zo vriendelijk zou willen zijn om een foto met handtekening terug te sturen. Ja zeg, ik kan wel aan de gang blijven! Mensen verwachten meer dan ik kan waarmaken. Alsof ik een soort supermens ben, en dat is niet zo. Er wordt ook snel overdreven. Ik drink geen druppel alcohol, maar stel dat ik morgen in de kroeg een borreltje drink, dan staat de dag erop bij wijze van spreken in de krant dat ik laveloos was. Terwijl als u zich vanavond bezat, zal d'r geen haan naar kraaien. Begrijpt u wat ik bedoel? Die medailles hebben mij een heleboel narigheid opgeleverd.''

Ruska: ,,In geld heeft het me totaal niets opgeleverd. Ik ben na mijn successen in München voor een paar centen een goedkope clown in een worstelcircuit in Japan geworden. Dat maakt me niets uit. Ik ben niet rijk geworden, maar dat wil niet zeggen dat ik minder gelukkig ben. Helaas leven we in een maatschappij waarin geld de boventoon voert. Daaraan ontlenen mensen hun geluk en hun macht. Maar wat als je ernstig ziek wordt? Wat heb je dan aan al je geld? Overigens wil ik toch nog wel even die 120.000 gulden bij NOC*NSF declareren. Tegenwoordig krijgt een sporter 60.000 gulden voor een gouden medaille, in mijn tijd was dat er nog niet. Dat vind ik een vreemde zaak. Eindelijk zijn ze er in de politiek van doordrongen dat sport een sociale functie heeft. Een hele belangrijke functie. Maar daar zijn ze wel wat laat achtergekomen.''

Kok: ,,Die medaille heeft voor rijkdom gezorgd, geestelijke rijkdom welteverstaan. Die weegt niet op tegen de financiële rijkdom die sporters tegenwoordig te wachten staat. Ik heb zoveel gezien, zoveel meegemaakt, zoveel gegeven, zoveel gekregen. Vergeet niet: de Olympische Spelen van toen waren niet de Olympische Spelen van nu. Wij zaten in Mexico in het gras te babbelen met een bokser uit Ecuador, met de hockeyers uit Pakistan en kregen elke dag het verzoek van de Braziliaanse volleyballers of we mee wilden rijden in de bus. Nu zijn de Spelen een bedrijf geworden, waarbij ik af en toe mijn wenkbrauwen frons. Het is een beetje vloeken in de kerk, want wij (bedoelt haar werkgever Speedo, red.) doen er hard aan mee. Maar de romantiek, die is grotendeels vervlogen.''

Karstens: ,,We kregen niks. Commerciële dingen bestonden toen nog niet. Het was ook puur amateurisme. Het heeft me altijd verbaasd dat er van de filosofie van De Coubertin is afgestapt en dat er profs bij de Olympische Spelen zijn toegelaten. Of ik mijn profcontract aan Tokio heb te danken? Ik denk het niet. Ik had die stap waarschijnlijk toch wel gemaakt. Ik was een van de betere amateurs.''

Van Langen: ,,Ik heb er geen tonnen aan overgehouden. Die heb ik wel verdiend aan sponsor- en startgelden, maar ik heb het voor een groot deel ook weer uitgegeven. Weer geïnvesteerd in de atletiek, door mijn trainer en trainingskampen te betalen. Ik heb door mijn succes destijds wel een aanbetaling voor mijn huis kunnen doen. Veel belangrijker is voor mij het immateriële effect. Ik heb me door alle aandacht ontwikkeld als mens. Want er gebeurt veel met je. Ik heb veel eer en waardering gekregen. Heel mooi.''

Florijn: ,,Ik was al zelfbewust, maar ik ben nu ook zelfverzekerd. Door die olympische successen heb je iets betekend in de wereld. Dat doet iets met je als mens. Als ik nu een probleem heb, stap ik er op af. Het belangrijkste vind ik dat ik voor mijn kinderen opkom. Financieel hebben die medailles me niets opgeleverd. Ja, in Atlanta kregen we de premie van NOC*NSF. Twintigduizend gulden de man, geloof ik. Ik heb het een beetje laten liggen om er meer aan te verdienen. Ik had makkelijk in zo'n circuitje kunnen terechtkomen van sporters die lezingen geven. Die mogelijkheden zijn er vooral na Seoul wel geweest. Maar ik hoorde mezelf al praten. Over teamgeest, bla, bla, bla, een paar anekdotes erbij en je bent klaar. Maar daar ben ik toch niet zo'n type voor.''

Zwerver: ,,Het is moeilijk te zeggen wat die medaille me qua geld heeft opgeleverd. Ik ben geneigd om die vraag met `niets' te beantwoorden. Want voor Atlanta had ik al bijgetekend bij mijn Italiaanse club Treviso. Ja, je kreeg de premie van NOC*NSF. Maar die stelt voor een lid van een ploeg weinig voor. Ik heb er zo'n 10.000 gulden aan overgehouden en ook nog eens 10.000 van Top Volleybal Nederland. In de World League was veel meer te verdienen. Ik geloof dat we na de winst van '96 70.000 à 80.000 gulden kregen. Ach, belangrijker is dat je door je carrière je karakter in de etalage hebt gezet.''

De Beus: ,,Dat succes met de hockeysters geeft me het besef dat een mens, ook al is er binnen een team sprake van verschillende karakters, tot een respectvolle samenwerking kan komen en zijn doelstellingen kan verwezenlijken. Dat is een les die mij in mijn maatschappelijke loopbaan nog dagelijks van pas komt. Het is niet het metaal dat telt, maar de beleving. Die medaille heeft ook geen deuren geopend. Ik doe nog steeds mijn eigen deur open en dat wil ik graag zo houden.''