De tien geboden

Wegens succes geprolongeerd: de Tien Geboden op de VPRO, Eer en geweten als terugkeer naar de protestantse basis. Begonnen als korte kerstserie, worden de interviews van Trouw-journalist Arjen Visser over de persoonlijke moraal dit seizoen vast onderdeel van de programmering. En terecht, want het is interessant om te horen hoe mensen denken over de omgang met hun ouders, liegen, stelen of doden.

De nadruk op eigen moraal en schuld past bij deze tijd. Het psychologiserende diepte-interview is over z'n hoogtepunt heen. Dat lag in de jaren zeventig, toen de weekbladen in onderlinge clipperraces journalistiek de toon zetten met Bibeb, Ischa Meijer, Joop van Tijn als publieke therapeuten.

Om de week werden bekentenissen in dergelijke interviews voorpaginanieuws. Tony van Verre vormde de interviews om tot een vervolgserie van urenlange monologen op de radio. Psychiaters, liefde, seks en jeugdfrustraties kwamen ook aan de orde, onderwerpen die nu als oeverloos worden ervaren. Bekende Nederlanders lenen zich minder graag voor dergelijke gesprekken, omdat de afloop van hun ijdele ontboezemingen onvoorspelbaar is. Ze zijn zich meer bewust van mogelijke gevolgen, letten bij elke opmerking op het effect. Politici vragen er woordvoerders bij die tussenbeide komen om het gekoesterde imago te bewaken. Het interview blijft dan zaakgericht.

De Italiaanse journaliste Oriana Fallaci die over de hele wereld staatslieden verbaal vloerde, van Kissinger tot Khomeiny, heeft geen opvolgers. Als David Frost een van zijn schaarse televisie-interviews maakt met staatslieden, gaan daar lange onderhandelingen met teams van zaakwaarnemers aan vooraf.

De Tien Geboden lijken lekker abstract, dus daar zijn interessante gasten voor te vinden. Maar de gesprekken zijn verrassend openhartig. Ze hebben te maken met jeugd, opvoeding, dagelijkse praktijk en levensvisie. Het programma duurt iets langer dan afgelopen zomer. De sfeer is minder gekunsteld, minder verhoorachtig.

Afgelopen zomer wankelde de gast ongemakkelijk op een bidstoeltje voor een wat hard, abstract zwart-wit-decor, terwijl hij van bovenaf door het elektronische oog werd aangestaard. Arjen Visser bleef als onpersoonlijke biechtvader buiten beeld. Het kan aan de warme decor-kleuren liggen dat de sfeer van de nieuwe serie minder geladen is en het lijkt of de camera meer op gelijke hoogte van de gast is gekomen. Dat vind ik een verbetering.

Omdat Visser buiten beeld blijft, heeft de kijker goed zicht op de gast. Gisteren was dat de geblondeerde Hummy van de Tonnekreek, hoofdredacteur, vroeger van Privé, nu van het programma Big Brother dat vanavond weer begint. Treffend voor de glijdende schalen van amusement was dat de VPRO zich aan dit commerciële programmafeit dienstbaar maakte.

Toch werd het een interessant gesprek. Roddelbladen zijn gevuld met conservatieve morele oordelen en de trotse middenstandsdochter Van de Tonnekreek heeft ze ook. Over de functie van roddel: ,,Als je aan de keukentafel zit, heb je behoefte aan illustratie van normen en waarden. Je gaat niet deftig praten met moeder, vriendin of buurvrouw, maar je geeft alledaagse voorbeelden die te begrijpen zijn. Waarom heeft die jongen die vriendin of waarom gaat hij vreemd met de buurvrouw?''

De leugens of fouten in Privé vonden de bekende Nederlanders minder erg dan de schending van hun privacy, zei ze. Schaamde ze zich voor haar fouten, vroeg Visser. Schaamte was het niet, zei ze, daar schoten die getroffen bekende Nederlanders ook niets mee op, maar ze zou het niet weer doen. Niet weer? Ook bij Big Brother heeft roddel een functie en wordt de reality geregisseerd voor het amusement. De mensen moeten oordelen en stemmen over de deelnemers. Die nemen het elkaar weer kwalijk wat ze zelf doen, namelijk nomineren. Hoe rechtschapen en eerlijk ze zich ook voordoen, de grens tussen moraal en schijnheiligheid blijft vaag, zeker bij zoiets publieks als televisie.