Cadeaus

In het reclamebesluit voor medicijnen van minister Borst (NRC Handelsblad, 19 augustus) is onder meer voorgesteld het zogeheten dienstbetoon aan artsen en apothekers, onder meer cadeaus, te beperken. Daar is niets tegen, al is de maatregel overbodig omdat deze cadeaus in het algemeen niets voorstellen. Veel ernstiger is het voornemen te verbieden dat de farmaceutische industrie per arts niet meer dan 1.000 gulden per congres met een maximum van 3.000 gulden per jaar zou mogen vergoeden. Congreskosten zijn in het algemeen erg hoog, gemiddeld 4 tot 8.000 gulden per congres, afhankelijk van plaats en duur.

Het bezoek aan deze congressen is voor wetenschappelijke onderzoekers en voor medische specialisten verschillende keren per jaar absoluut noodzakelijk om hun kennis op peil te houden. In de wandelgangen van deze congressen zijn vaak ook vergaderingen georganiseerd voor de bespreking van lopende klinische trials. De farmaceutische industrie is altijd bereid geweest deze congreskosten voor haar rekening te nemen. Daar staat in het algemeen niets tegenover, hooguit wordt verzocht een zogeheten `satellietsymposium' te bezoeken waar de wetenschappelijke resultaten van een bepaald geneesmiddel worden behandeld.

Arts-onderzoekers aan de universiteiten en arts-assistenten in opleiding voor een specialisme kunnen deze kosten niet dragen en ook voor wetenschappelijke hoofdmedewerkers, hoogleraren en medische specialisten zijn deze kosten erg hoog. Waarom zou Nederland uit de pas moeten lopen, terwijl het internationaal gebruikelijk is dat de farmaceutische industrie dit subsidieert en wat is daar tegen?

Als minister Borst zonodig iets wil verbieden, laat zij dan alleen beperkingen aangeven voor díe bijeenkomsten die uitsluitend door de farmaceutische industrie zijn georganiseerd, en niet geaccrediteerd zijn door wetenschappelijke verenigingen.