Banken ruimer in liquiditeit

De ECB verhoogde vorige week haar minimale inschrijvingsrente met 25 basispunten naar 4,50 procent om de inflatoire druk door de zwakke euro en de hoge olieprijzen te beteugelen. De marginale beleningsrente en de depositorente werden eveneens met 25 basispunten opgetrokken, naar 5,50 procent en 3,50 procent respectievelijk.

De rentestap was bescheidener dan waar de geldmarkten aanvankelijk rekening mee hadden gehouden. Die hadden een verhoging van 50 basispunten ingeprijsd en dreven daarmee in de verslagweek het marginale herfinancieringstarief op naar 4,68 procent. Met de rentestap verdween wel enige rentevrees uit de markt, waardoor het marginale tarief deze week terugliep naar 4,55 procent. De driemaandsrente daalde na de renteverhoging met 10 basispunten tot 4,8 procent.

De financiële instellingen zaten overigens krap bij kas aan het begin van de verslagweek. De eerste twee werkdagen hielden de banken gemiddeld 107,7 miljard euro op de reserverekening aan, terwijl de reserveverplichting 112,6 miljard euro bedraagt. Halverwege de week bracht de ECB soelaas door de markt van 14 miljard euro extra liquiditeiten te voorzien via de basisherfinancieringsfaciliteit. Bovendien zorgden pensioen- en salarisuitkeringen door de Italiaanse overheid voor een ruimere markt. Dit laatste uitte zich in de post `schatkistsaldi', die met 4,9 miljard euro afnam tot 57,1 miljard euro.

Een deel van de verruiming werd in de loop van de week weer tenietgedaan via de langerlopende herfinancieringsfaciliteit. Deze faciliteit bestaat uit drie transacties met een looptijd van drie maanden. Ze is met name bedoeld voor kleinere partijen die kampen met hogere operationele kosten bij de inschrijving op de basisherfinancieringstransacties.

De ECB verving in de verslagweek één van de langerlopende transacties door een 5 miljard euro kleinere nieuwe transactie van 15 miljard euro. Daarmee is dit de tweede transactie die weer is teruggebracht op het niveau van 15 miljard euro, dat voor de millenniumwisseling gebruikelijk was. Verder verkrapte de geldmarkt doordat het aantal bankbiljetten in omloop steeg met 2 miljard euro.

Per saldo verbeterde de positie van de financiële instellingen bij het Eurosysteem met 12,5 miljard euro. Dit komt tot uitdrukking in de post `reserverekening' die aan het einde van de verslagweek 119 miljard euro noteerde.

Bron: ING Economisch Bureau