Ajax worstelt nog steeds met zichzelf

Al na drie wedstrijden moet Ajax-trainer Co Adriaanse vrezen dat zijn toch al bescheiden doelstelling voor dit seizoen nog te hoog gegrepen is. Na de spetterende ouverture tegen Fortuna werd zijn uitspraak dat Ajax zich moest richten op een plaats bij de bovenste vijf van de eredivisie nog als valse bescheidenheid betiteld. Maar na de afgang tegen Sparta was de zouteloze 0-0 tegen NEC al geen verrassing meer, want Ajax worstelde gisteravond al net zo met zichzelf als vorig seizoen onder Jan Wouters.

Ook tot zijn eigen verbazing mocht trainer Johan Neeskens met NEC ruim een week lang de ranglijst aanvoeren, al kon de oud-Ajacied onmogelijk bevroeden dat uitgerekend hij zou breken met een pijnlijke traditie tegen zijn oude club. Sinds 1967 had NEC in de competitie maar liefst 24 keer verloren in Amsterdam en de doelcijfers (92-16) benadrukten dat de Nijmegenaren voor Ajax 33 jaar lang als schietschijf hebben gefungeerd. Gisteravond constateerde Neeskens glimlachend dat zelfs zijn modale ploeg Ajax redelijk in toom had kunnen houden.

Gierend van de pret zullen de voetbalfans in Waalwijk en Nijmegen vandaag de stand in de eredivisie uitprinten en boven hun bed hangen: 1. RKC met 9 punten uit 4 wedstrijden, 2. NEC met 8 punten uit 4 duels. Dat alleen Feyenoord met 6 punten uit 2 duels het maximale resultaat heeft behaald, doet er even niet toe. De voorstanders van een Euro- of Atlantic League is voorlopig het zwijgen opgelegd. Tegelijkertijd illustreerden Ajax en NEC gisteravond dat de Nederlandse competitie jaarlijks aan kwaliteit verliest, want het duel in de Arena was van een bedroevend niveau.

Alleen Neeskens kon daar niet mee zitten, want hij solliciteert nu al naar een standbeeld in stadion De Goffert. Op de spectaculaire overwinning tegen Vitesse kan de nieuwe trainer van NEC al een seizoen teren en zelfs het treurige verleden van zijn elftal tegen Ajax bracht hem niet in verlegenheid. ,,Toen iemand mij het lijstje met de resultaten van de afgelopen twintig jaar overhandigde, moest ik wel even slikken'', zei Neeskens. ,,Maar ik heb meteen gezegd dat de spelers er eindelijk eens in moesten geloven dat ze voor een punt naar Ajax konden komen.''

Ondanks een overdreven lofzang op de ,,tactische en technische bagage'' van Ajax zal ook de voormalige middenvelder zich gisteravond hebben gerealiseerd dat het rijke verleden van de club, waar hij in de jaren zeventig triomfen vierde, niet zo snel zal terugkeren. De euforie over het jeugdig elan waarmee Ajax zich tijdens het Amsterdam-toernooi presenteerde, was al misplaatst en coach Adriaanse kent de beperkingen van zijn selectie maar al te goed. Hij heeft gekozen voor het even gedurfde als kwetsbare 3-4-3 systeem in balbezit, maar de traditionele huisstijl van Ajax staat en valt met de kwaliteiten van vooral de vleugelspitsen en de middenvelders.

Juist in die linies toonden de Ajacieden een schrijnend gebrek aan charisma. Ook tegen NEC demonstreerde Witschge zijn uitgebreide repertoire van kunstzinnige hakballen en ragfijne steekpasses om zijn mislukte rentree in het Nederlands elftal te doen vergeten. Maar de 30-jarige regisseur van Ajax waant zich wel erg vaak in Circus Sarrasani en het rendement van al die trucs was tegen NEC veel te laag. Witschge vertraagt het spel ook te veel, al kreeg hij gisteravond nauwelijks steun van Galásek en oud-international Winter.

Het verwende bioscooppubliek in de Arena geeft de jonge aanvallers Bobson en Van der Meyde ook al weinig krediet. De 19-jarige Bobson werd meteen uitgefloten toen hij na twee mislukte passeerbewegingen het duel niet meer aan durfde te gaan met zijn directe tegenstander Collen. Terecht hield Adriaanse hem lange tijd de hand boven het hoofd, al bracht Grønkjaer als vervanger van Bobson meer vuur in het spel. De Deense aanvaller is net hersteld van een gebroken middenvoetsbeentje. In de 74ste minuut ontsnapte NEC toen Grønkjaer de bal tegen de onderkant van de lat schoot.

Schaduwspits Knopper kwam helemaal niet in het stuk voor en op de rechterflank onderstreepte Van der Meyde dat hij na zijn opvallende optreden op het Amsterdam-toernooi te vroeg in de schijnwerpers is geplaatst. Het was Adriaanse niet ontgaan. ,,Illustratief voor het gebrek aan vorm en zelfvertrouwen bij onze aanvallers was dat Bobson nauwelijks langs zijn tegenstander kwam en dat Grønkjaer en Van der Meyde een bal onder hun voet lieten doorglippen. Ook de voorzetten kwamen niet scherp genoeg aan en in de spits wisselde Arveladze goede met slechte momenten af.''

Daarmee toonde Adriaanse zich nog mild voor de Georgische aanvaller, die over twee weken ongetwijfeld zijn plaats moet afstaan als Machlas is hersteld. In feite is reserve Hosé meer geschikt voor het door Adriaanse weer in ere herstelde concept met drie aanvallers. Maar als extra breekijzer naast Arveladze kon Hosé geen bres slaan in de defensie van NEC, die alleen in de slotfase van het duel onder druk stond. De voortreffelijke doelman Gentenaar hield zijn team echter overeind.